Kort verhaal

Wie dit leest is een stalker

Door Celine Vervaet | beeld: Ruben Gringhuis
16 maart 2020

Wie dit leest is een stalker

We hadden WIE DIT LEEST IS EEN STALKER op stickervellen geschreven en plakten die op lantaarnpalen in de stad. Farah keek lachend naar me om terwijl ze met haar rechterhand over een vers geplakte sticker wreef. Haar korte, steile haren hingen nat samengeklit voor haar ogen. De vingers waarmee ze over de letters ging, staken gezwollen uit zwarte, vingerloze handschoentjes. In haar ogen brandde vrolijk venijn. We hadden twee routes uitgestippeld en noemden ze ‘de jouwe’ en ‘de mijne’. Er was nooit twijfel over welke route we praatten, want onze bende bestond slechts uit jou en mij.

Hoewel we later bondgenoten zouden worden, haatte ik Farah toen ik haar voor het eerst zag. Ze was net zeventien, donkerrode lippenstift en zwart aangezette ogen verborgen haar gezicht, en een kluwen van dreadlocks reikte tot halverwege haar rug. Ik was weg van haar en dat stoorde me. Wanneer ik langs haar stoel liep, hoefde ik niet eens diep te snuiven om een vreemde geur waar te nemen: iets mufs, onfris. Ze had ongetwijfeld getracht het te verdoezelen. Ik vroeg me af of je dreadlocks kon wassen, of ze ooit echt schoon werden. Toen ik op een keer langs mijn neus weg had opgemerkt dat ze een potsierlijk kapsel had, kwam ze de volgende dag met een gemillimeterde schedel aanzetten en keek ze me uitdagend aan. Ze ging glimlachend zitten en deed verder alsof er niets was gebeurd. Ik hoorde de meiden jubelen dat ze het ‘eindelijk’ had gedaan. Door de nieuwe aanblik op haar hoofd leek haar neus gegroeid. Het ringetje dat haar rechterneusvleugel doorboorde, glom als nooit tevoren. Ze was een wandelend cliché: uiterst voorspelbaar in haar zogenaamde rebellie. Een poeslieve puber. Tijdens het mondelinge examen waren we in gesprek geraakt over festivals nadat ik haar had gevraagd enkele zinnen te vertalen uit een artikel over Radiohead.
   Dus troffen we elkaar die zomer tijdens het optreden van de band op Best Kept Secret. Het was een warm weekend. Overdag kon je zwemmen in het meer en ook terwijl iedereen hoopte op ‘Karma Police’ stonden mensen tot hun knieën in het water en staken hier en daar hoofden boven het rimpelende oppervlak uit. Een van mijn vrienden had een theemuts in de vorm van een flamingo op zijn hoofd zodat hij zich als een soort monster van Loch Ness van ons verwijderde. Ze was dronken, Farah, dat merkte ik meteen toen ze op me af liep, misschien had ze wat gerookt, net als ik, maar ik voelde me alert. We wisten toen nog niet dat er naar ons werd geloerd, al moet ik wel een voorgevoel hebben gehad. Mijn vriend stond naast me, ik stelde de twee aan elkaar voor en vond dat vreemd. Ze deed haar best keurig te blijven, al maakte het niet meer uit, het schooljaar zat erop. Het langverwachte nummer weerklonk en in mijn ooghoek zag ik haar elk woord van de tekst meelippen.
   De nacht eindigde in ellende. We zaten op een grasheuveltje vlak bij het hoofdpodium, de muziek was weggestorven en festivalgangers dropen af naar hun tenten. We waren in gesprekken verzonken geraakt en van onze vrienden afgedwaald, hadden bier voor elkaar gekocht en gedanst. Ik was vergeten dat ze niet lang daarvoor een van mijn leerlingen was geweest. En toen stond hij plots voor ons, daar in die verdronken, donkerblauwe nacht in Hilvarenbeek. De kwelgeest waarvan we tot dan toe niet wisten dat we hem gemeenschappelijk in ons verleden hadden zitten. Die nacht, terug in onze tenten, ik naast mijn vriend en zij tussen haar vriendinnen, wisten we eigenlijk niet wat ons was overkomen, en de volgende ochtend restte niets dan een zware kater en de herinnering aan een gesloten pact.

We fietsten samen door de koude stad. Eerst mijn route, dan de hare. Ze hadden slechts één kruispunt, maar kwamen soms ontzettend dicht bij elkaar in de buurt. Het was als de afbeelding die ik ooit zag over parallelle lijnen en hoe ze anders zijn dan kruisende lijnen. Wil je liever heel je leven dicht bij andermans leven zijn, maar het nooit echt delen? Of naar elkaar toe groeien en een tijdlang innig samenvallen, om daarna alleen maar verder van elkaar verwijderd te raken? Farah en ik bevonden ons in het tweede scenario, maar ik was de enige van ons tweeën die dat toen al besefte.
   Het idee van de stickers kwam van haar, we plakten de eerste bij haar ouderlijk huis, waar inmiddels een jong gezin woonde, en kwamen al plakkend bij het centrum van de stad: een café, een sportschool, het kerkhof, de kunstacademie. Mijn route begon bij de eerste woning die ik met niemand had hoeven delen, waar ik huilend tegen de verwarming had gezeten, en kronkelde langs het water en de winkeltjes waar ik mijn eerste zuurverdiende centen uitgaf. De twee stickers die we het dichtst bij elkaar plakten, waren slechts enkele tientallen meters van elkaar verwijderd; op het pleintje kon je een draad spannen van de ene naar de andere, zonder dat er ook maar één obstakel in de weg zat, en daar vlakbij plakten we een sticker op de schoolpoort.
   Een jaar later zou ik een sticker op een boom in Hilvarenbeek plakken, op een grasheuveltje vlak bij het hoofdpodium, maar van Farah was toen al geen enkel spoor meer.

Over de auteur

Celine Vervaet schreef als kind verhalen in schriftjes en is daar nooit mee gestopt. Ze studeerde kunst- en architectuurgeschiedenis in Gent en heeft een zwak voor Franse muziek en koperblazers. Vandaag woont en werkt ze in Rotterdam, waar ze liefst van al bij The Writer’s Guide (to the Galaxy) vertoeft. In haar verhalen zijn de hoofdrollen vaak weggelegd voor steden en nostalgie. Zie celinevervaet.com.

Over de illustrator

Ik ben Ruben Gringhuis, stripmaker, schrijver en illustrator. Twee jaar geleden studeerde ik af aan de Kunstacademie in Zwolle, en werd ik onderdeel van kunstcollectief Beeldkeuken. In mijn strips zocht ik eerst heel sterk naar een strakke, ambachtelijke vormgeving. Inktwerk met een klein penseeltje, de lijnen zo strak mogelijk. Om dat te benadrukken werkte ik vooral in zwart-wit. Tegenwoordig zoek ik ook meer de kleur op, en ben ik wat verhalender gaan tekenen.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

De Optimist op Lowlands: Garlenda

Door Ferdinand Lankamp

Ferdinand Lankamp beklom net als Roos van Rijswijk (wiens verhaal je eerder deze week al las) het Optimistpodium op Lowlands 2017! In het kader van het thema Onschuld schreef hij een splinternieuw verhaal, Garlenda. Disclaimer: dit korte verhaal is allesbehalve optimistisch. De hitte wekte me. Hatelijk is dat, ik houd niet van hitte. De tent begon […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper