Kort verhaal

Vanbinnen

Door Nora van Arkel | beeld: Lune van der Meulen
28 mei 2020

Naast de deur staat Thomas, Imke, Felix, Lianne, Rixt, in van die grote, gezellige letters, gemaakt van mintgroen gekwast hout. Ze zijn met de hand uitgezaagd – de letters zijn scheef, niet allemaal even groot. Het weer heeft zijn tol geëist: op de ‘I’ van Imke zitten zwarte spikkels en de ‘s’ van Thomas hangt wiebelend aan zijn spijker.

De deur is niet op slot, dit is zo’n straat waar mensen elkaar vertrouwen en dit willen bewijzen door onnodig risico te nemen. Het lijkt niet in ze op te komen dat ook andere mensen hier rondlopen, doorgaand verkeer, te voet, op de fiets, in de auto – nee, hun kleine bubbel is onaantastbaar.

De hal van het huis is donker en ruikt naar kattenbak, vermengd met de geur van natte herfstbladeren – of is het regen? Vijf paar laarzen staan keurig naast elkaar tegen de muur, twee grotere en drie kleinere, gerangschikt op lengte. De kleinste ogen onschuldig, maar tegelijk ondeugend, alsof ze het liefst in alle plassen zouden springen, met de kleine opgeplakte lieveheersbeestjes en al, alles onder de modder. Alleen de grootste laarzen zijn vies, nog nat zelfs. Dat moet zijn waar de herfstgeur vandaan komt. Zelfs bovenop zit natte aarde, alsof iemand in de tuin heeft gewerkt, gegraven. Op de mat ligt de krant van gisteren, opgerold.

De woonkamer is beneden, de eerste kamer rechts. Hier is het iets lichter, niet veel. In de groene fauteuil in het midden van de kamer zit een vrouw te slapen. Haar donkere, golvende haar hangt over de leuning en haar mond staat een beetje open. Precies genoeg ruimte om ongemerkt een potlood door naar binnen te kunnen steken. Op het bruine bijzettafeltje naast haar staat een half glas rode wijn en op de grond ligt de fles, leeg. De kurk is onder de stoel gerold, net niet zichtbaar vanuit de deuropening.

Het tv-scherm is een groot zwart vlak aan de muur, zo dun is het. Het past bij de zwarte vlakken die de vensters vormen, tussen de gordijnen. Het gedimde licht van binnen houdt de nacht buiten.

Achter in de kamer is de open keuken, waar afwas is opgestapeld van minimaal twee dagen. De geur suggereert vier. De afzuigkap zoemt zachtjes, wat je op een gegeven moment niet meer hoort als het jouw keuken is. De vrouw lijkt er geen last van te hebben.

Ze draagt een donkerrood bloesje met paarse bloemen erop, het spant strak om haar borsten. Eerder peer- dan appelvormig. Van dichtbij is te zien dat haar haar geverfd is. Ze heeft blonde uitgroei bij de scheiding, midden op haar hoofd, zelfs een paar grijze haren. Weerzinwekkend.

De schuifdeur van de serre aan de andere kant van de woonkamer zit ook niet op slot. De deurklink wijst omhoog. Achter het glas ligt de donkere tuin. Er staan modderige voetstappen op het parket; ze lopen van de schuifdeur terug naar de hal.

Onder de trap zit het kleinste kamertje. Op de automatische parfumdispenser boven de strak witte pot staat ‘rozenbottel’. Er zitten spetters op de fotocollage direct onder de dispenser, waarop de vrouw met donkere haren, een man met hoogblond haar en drie mengelmoesjes van kinderen staan. Lachend, in skipakken gewikkeld, met maxicosi’s, rennend aan het strand. Altijd lachend. Alleen maar geluk.

De trap naar boven is bedekt met dik en zacht vloerkleed, dat het geluid van elke voetstap dempt. Bij de afweging tussen het niet wakker maken van de kinderen en de onvermijdelijkheid dat dezelfde kinderen het vloerkleed zullen besmeuren is er een duidelijke winnaar geweest. Kinderen zijn het allerbelangrijkst, altijd. Het is de ongeschreven regel dat je ruim voor hun komst je leven op zijn kop moet zetten.

Boven is de eerste deur die van de badkamer. Het slot werkt niet meer, de bezet-indicator is half rood, half wit. De bril van het toilet staat omhoog en op de rand zitten oude, gele druppels. Voor de spiegel staat een rij tandenborstels: de kleine hebben zachtere, kieteligere haartjes dan de grote. Op de rand van de wasbak ligt een stapeltje klamme washandjes, maar die leiden de aandacht niet af van de aangekoekte tandpasta, in drie kleuren, rondom het putje. In het kastje onder de wasbak liggen naast een zwangerschapstest potjes anti-rimpelcréme for him en for her. De douchecabine is droog, met ruwe kalkaanslag langs de randen.

De tweede deur leidt tot een grotere kamer, die klein lijkt door het omvangrijke bed dat middenin staat. De paarse, satijnen dekens zijn omgewoeld en een doordringende nestgeur hangt in de lucht. Het raam is op slot, hier dan weer wel. In het bed ligt een man op zijn buik, zijn blonde haar piekerig onder de dekens uit. Zijn gezichtsuitdrukking is zielloos, alsof hij nooit om iemand of iets gegeven heeft, niet van plan is dat ooit nog te gaan doen. Op het nachtkastje ligt een lege strip paracetamol, naast een helgroen CocaCola-verzamelglas dat voor de helft gevuld is, waarschijnlijk met water. In het kastje ligt een doosje condooms die over datum zijn, op de grond kledingstukken waarvan niet te onderscheiden is of ze van hem, van haar, of van hen zijn.

De kamer achter de derde deur wordt voor de helft gevuld met een stapelbed. De bovenkant is blauw geverfd, versierd met dolfijnen, walvissen en Finding Nemoplaatjes. De onderkant is geel, met sterretjes, en een aantal stickers van wat paarden moeten zijn, maar waarvan de helft afgescheurd is, de hoofden zijn weg. Op het onderste bed ligt een meisje, met haar handen keurig boven de dekens. Het is alsof ze mediteert, in hogere sferen verkeert. Alsof ze meer weet dan wie dan ook in deze wereld. In het bovenste bed ligt een jongensachtige vorm onder de dekens, met hoofd en al.

De deur van de laatste kamer op de gang staat open. Een nachtlampje in de vorm van een lieveheersbeestje onderwerpt de kamer aan net voldoende licht om alle voorwerpen in de kleine ruimte te kunnen zien. Een kleine, rode boekenkast met prentenboeken in alle vormen en maten, een treurig ogende pop met twee verschillende jurken over elkaar aan op de kleine stoel naast het bed. Op de muur erboven hangt een tekening van een paard met een heel groot lichaam, in verhouding tot het hoofd en de stal ernaast. Onder de stal staat: Voor Rixt, van Lianne.

Het roze beddengoed is opengeslagen. Het kussensloop voelt fluweelzacht – dure stof – net zo zacht als het kinderwangetje dat er elke avond op rust, haar blonde krullen uitgespreid over het kussen als een stralende zon. Het bed ruikt weeïg zoet, de dromerige geur van kleine meisjes. Op het kleurige geweven kleedje voor het bed zitten twee natte plekken, en een beetje aarde.

De meisjeskamer lijkt groter van binnen dan van buiten. Meestal zijn de gordijnen met konijnenprint ’s avonds helemaal gesloten, maar nu staan ze op een kleine kier, precies zo’n spleet waardoor je naar de buren kan kijken, of naar wie er voor de deur staat als je geen bezoek verwacht.

Over de auteur

Nora van Arkel schrijft voor hard//hoofd, de Theaterkrant en Awater. Een van haar essays kwam op de longlist voor de Joost Zwagerman Essayprijs 2019 en ze schreef twee verhalen voor Project Antarctica van De Groene Amsterdammer. Samen met drie anderen richtte ze VIRUS op, een online verhalenbundel om te lezen in quarantaine.

Over de illustrator

Lune van der Meulen (1991) is a Dutch artist and illustrator. She graduated from Artez Institute of the Arts with a BFA in Illustration Design in 2015. lunevandermeulen.com

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Een perfecte dag voor het zeeaquarium

Door Toon Karakter

Jona Ik wist nooit dat je kaviaar tussen duim en wijsvinger aan de bovenkant van je hand moest eten. Dat heeft iets met de temperatuur te maken. De steur zwemt al sinds de prehistorie in de Amoer maar toen de hebberige klauwen van de vrije markt zelfs tot in Siberië bleken te reiken was het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper