poëzie

De Duellist: poëzie van Steff Geelen

Door: Steff Geelen
Beeld: Myilln

24 juni 2020

Ik houd van u, OK boomer

Ik vraag al mijn vrienden
hun taal voor mij te ontmaskeren
maar niet aan u
u bespaar ik de kolossale
ondergang van het ongemak. Non-binair zijn
is leuk voor in mijn vrije tijd.

Ik leg mijn handen
als kommetjes om mijn borsten
en zeg toe maar, huil maar
ze zeggen me niets.

In het mannentoilet kijken mannen
die op mijn vader lijken me aan
alsof ik over Duchamps ready-made heb gezeken:
ik de grammaticale error
in de onberispelijke zin
van mannenlichamen
achter pisbakken. 

Het zit zo: al mijn vriendinnen veranderen
gestaag in vrienden en ik vraag me af wat dat over mij zegt
of dit verlangen, zoals u vreest
in tweedehands vorm verkrijgbaar is
of we weer moeten spreken over een virus
en uw kinderen zullen besmetten
in onze Balenciaga-gowns with red corsages.

Ik wil plat
opdat ik meer licht reflecteer
en u zult zeggen dat ik straal.

Het volk was altijd gewillig vlees
een lijf om in te snijden
maar ik noem dit litteken een plaats
om elkaar opnieuw te ontmoeten
de handen aaneen te rijgen: als ik de sprong waag
springt u dan ook van uw zekerheden?

Ik kan niet aan de dokter
mijn vader, de minister-president
vragen wat zij van mijn borsten vinden
alvorens een knoop door te hakken
dit is geen publieke kwestie
er zijn veel dingen waar we alleen in staan
u en ik, wij zijn eenzaam, boomer
en dit is een arena
ons vurig duet.

Nu hoop ik dat u uw vinger
van de trekker en op mijn lichaam legt
begint met iets dat op aaien lijkt. 

 

Dromen leer je niet van dromers 

Op het kruispunt staat een groepje jongens
vuur te vreten, in hun zakken slapen huissleutels
die morgen als wapens ontwaken, krassen initialen
& swastika’s in de rode lak van hun vaders auto.

De kat die ik net nog kroelde, haalt nu
een voor een babykonijntjes uit het nest, jongleert ze
op haar klauwen, breekt de nek. Door
de straten trekken meisjes

de hardware van hun lijf aan de snijtanden
de puberteit door: het gebit een prognose, bankschroef
waarin melktanden vergruizen.

Ik draag een mollenpoot
als amulet rond mijn nek, om me
uit iedere situatie een weg te graven. Kijk toch

hoe we ons voortbewegen
dit wankel heen en weer
ieder nieuw begin aangehaald dan doorgestreept.

Op de savanne danst een paard op stelten een pas de deux
met een troep leeuwen tot ze bekaf
voor het laatst met haar wimpers knippert
door de knieën zakt; de ogen helder, de nek gevlekt
en aan stukken gereten.

Te pletter vallen is ook een vorm van verweer
een moedertaal
iets om aanleg voor te hebben.

Over de auteur

Steff Geelen (1995) is schrijver en maker met een achtergrond in sociologie. Hen schrijft proza, poëzie, essays en theater over personages die hun eigen logica erop nahouden. Daarnaast maakt hen interdisciplinair werk en performances en duikt graag de archieven in. Steff zit in een ontwikkeltraject van Wintertuin, waar in november 2023 hun chapbook De splitsingen verschijnt.

Over de illustrator

Myilln [ mai-elin ] is een illustrator en striptekenaar. Haar persoonlijk word gekenmerkt door zwart-wit en blauwe kleuren met een symbolische toets. Zie instagram.com/myilln.

Lees meer van

Wankelen heeft een slechte reputatie

Door Steff Geelen

‘Verdwijnen bleek makkelijker dan ik dacht. Blijkbaar kun je je zo traag terugtrekken dat niemand het nog doorheeft. Of in ieder geval geen moeite meer doet. Behalve Beer dan.’ Dit eigentijdse, fantasierijke verhaal is een voorpublicatie van het chapbook van Steff Geelen. Over wankelen en mensen die juist voor niets lijken te wijken.

Lees meer uit de categorie poëzie

Vers in de Etalage – Ezra Hakze

Door Ezra Hakze

Wat ons te wachten staat    We ontmoeten onszelf op feestjes in kelders,             en blijven thuis.     We schrijven de dag op krantenpapier: daar staat ons ego te wachten in de regel.   De film die we leven wordt nergens vermeld, de soundtrack klinkt en blijft in ons hoofd.    We schrijven een boek […]

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen