Kort verhaal Toneel

La voix inhumaine

Door Marthe van Bronkhorst | beeld: Jeska Verstegen
8 juni 2020

Een vrouw op. Ze zit achter een bureau waar een computer op staat. Ze draagt een draadloze headset.

Vrouw:
Dus kortom, u vraagt zo snel mogelijk een nieuwe PUC-code aan. Kan Teleperformance Persoonsgegevens u verder nog van dienst zijn?

V:
Goed. Dank u. Dit gesprek van 0 minuut 42 seconden zal automatisch worden beëindigd, tenzij u eerder hebt aangegeven de tevredenheidsenquête in te vullen.

V:       
U bent compleet tevreden. Weet u dat zeker?

V:       
… Dan rest mij niets anders dan u een prettig weekend te wensen.

V:
Dank u, maar voor mij nog niet.        

V:
Ik moet nog een uurtje door tot mijn avond ingaat, meneer. Ik wil u er trouwens op wijzen dat onze 24-uursklantenservice van maandag tot en met zondag voor u klaar staat.

V:
Jazeker. Ook nacht ja. Half twee is het hier.

V:
Portugal.

V:
Ik zou het niet weten meneer, ik ben meestal binnen. Maar het schijnt erg lekker te zijn, 27 graden windstil.

V:
Nee, siësta is Spanje, meneer. Maar als ik wil, kan ik pauzeminuten opnemen.

V:
Ik waardeer dat u zich bezorgd maakt om mijn werkomstandigheden. Maar gelooft u mij, alle grote telecomproviders hebben hun communicatie-afdelingen in Portugal en Spanje. We zijn een multinational, meneer. Maar dan is soms in mijn eigen taal praten, zoals nu met u, erg fijn.

V:
Dank u meneer. Ik doe mijn best om hem accentloos te houden.

V:
O, op die manier, dank u meneer! U heeft ook een prettig stemgeluid.

V:
Ik begrijp het. U moet gaan.

V:
Nee, echt. U hoeft geen tijd voor mij te maken. U heeft een druk leven, ik zie het in de gegevens. Dubbele bel- en internetbundel, waarvan u zo’n 77% verbruikt, vijfmaal daags telefonisch contact. U belt per gesprek gemiddeld 1 minuut 30 seconden, u heeft geen tijd voor langdurig contact. Dit gesprek van 3 minuut 10 seconden zal automatisch worden beëindigd, tenzij

V:
Ja dat kan ik allemaal zien in de database meneer. Het is bijna alsof we elkaar kennen hè?

V:
Ach niet zo veel. U bent driemaal in de week onderweg, u gebruikt uw privénummer 90% voor zakelijke contacten, 10% persoonlijk, u luistert voicemails niet af, u sms’t naar uw moeder via auto-reply’s.

V:
Dat is mijn werk meneer. U bent wat wij noemen een snackbeller: veel en kort. U heeft de afgelopen tijd geen gesprekken van langer dan 3 minuut 30 gehad. Kan ik u ergens mee van dienst zijn? Zo niet dan wordt dit gesprek van 3 minuut 20 seconden, categorie kort contact, afgesloten

V:
Nou, als u wilt, meneer… Blijft u nog even aan de lijn.

V:
Nee, niets. Alleen als u dat graag wenst.

V:
Als u het echt graag wenst, kunnen we van dit gesprek een ‘langdurig contact’ maken. Weet u echt zeker dat u nog even tijd heeft?

V:
En u realiseert zich dat ik dit gesprek, langer dan 3 minuut 30, dan officieel moet registreren als een ‘langdurig klantcontact’ en u dan ook de extra tevredenheidsvragen zal moeten stellen?

V:
U vindt dat niet erg? U realiseert zich ook dat dit gesprek opgenomen en geanalyseerd wordt voor trainingsdoeleinden?

V:
Stel dat ik zou zeggen: driemaal klantcontact boven de minuut per dag is een waarschuwing, toiletpauzes boven de 15 seconden worden niet uitbetaald, tevredenheidscijfers onder de 8,1 gemiddeld zijn een gele kaart – u begrijpt dat al deze dingen aangemerkt zouden worden als ‘onprofessionele communicatie’?

V:
U begrijpt het? Gelukkig. De uitspraken die ik net noemde, zouden mijn baan zelfs direct in gevaar brengen.

V:
Dat weet ik. U bent anders.

V:
Dank u voor het meedenken meneer. Terug is helaas voor mij geen optie. Ik heb gezegd dat ik minstens tot het eind van het jaar weg zou blijven. Ik heb alles ook al opgezegd. Baan, huur, roeiclub. Dit gesprek duurt inmiddels 4 minuut 3 seconden. Een collega zal u na afloop van dit gesprek vragen stellen over mijn functioneren. U begrijpt dat u met uw eerdere keuze voor een ‘langdurig klantencontact’ mijn baan in gevaar hebt gebracht?

V:
Het geeft niet meneer. U bedoelde het niet zo. U valt niets te verwijten. Ik maak er een eind aan.

V:
Ik maak er een eind aan. Dit telefoongesprek zal worden beëindigd.

V:
Ik doe het toch meneer.

V:
Wat? Dat ik het niet meer zie zitten. De chaos in dit land, meneer. Op de weg, overal. Dat kunt u zich niet voorstellen. Ik zag een gat gisteren. Ik dacht eerst dat ze de weg hadden geschilderd, maar het bleek gewoon een zwart gat, slijtage van een halve meter diep te zijn. Is dat niet om te janken? Je komt niet vooruit. Je kunt niet even op de fiets naar de winkel een paar sneetjes brood halen. Sneetjes? Je moet alles hier zelf snijden. En die mensen. Ze hebben allemaal snorren. Man, vrouw, alles. Je probeert toch een praatje te maken, maar ik zie alleen die snorren meneer. En dit kantoor. De hele godganse dag die tl-buis die maar knip-knipt, knip-knipt, die niemand repareert omdat niemand het verder ziet, ik maak er godverdomme een eind aan, kan ik u nog ergens mee van dienst zijn?

V:
Ja, ik ben er nog… Niks, ik loop naar het raam. Nu leun ik een beetje. Als ik te ver leun, heb ik op een gegeven moment geen bereik meneer, dat spijt me…

Kan niet, ik sta hier aan een afgrond meneer. Ik werk op de zesde. Weet u wat ik zie? Taxi’s. Een paar toeristen nog. Mensjes. Kleine poppetjes allemaal. Ik zie patronen. Ze lachen. Ze horen allemaal bij elkaar. Ze weten nog niet dat ik bovenop ze ga vallen. U bent de enige die het weet. Je. Je bent de enige.

Het is hier mooi hoor. 27 graden windstil. Het is hier nog steeds licht. Onnatuurlijk hè? De lucht is anders, een heel andere kleur dan onze Nederlandse. Hij is leger. Feller. Turquoise denk ik. Bijna blauw…

Ik vind het lief dat u, je, zo tegen me praat. Je hebt ook een prettig stemgeluid. Zal ik nu gaan?

Ja, daar gaat-ie. Hm?

Nee, ik denk niet dat de ambulance bellen nog zin heeft meneer. Dan ben ik al beneden.

Wat? Mijn moeder? Hahaha.

Aan die mensen beneden denken?

Ach gos. Ik vind het lief dat u, je, hierheen wilt komen. Past u op in het vliegtuig? Er crashen jaarlijks zo’n 20 vliegtuigen. Als u hier bent, neemt u dan iets uit Nederland voor me mee? Beloofd?

Nou, dag meneer, daar ga ik dan –

Oké. Oké. Oké.

Wacht ik nog vijf minuutjes. Blijf ik nog even aan de lijn.

Over de auteur

Marthe van Bronkhorst (1993) is schrijver, theatermaker en psycholoog. Ze studeerde aan de VU en Harvard-universiteit af op de psychologie van slaap en dromen. Het droomachtige duikt ook vaak op in haar verhalen. Ze schrijft voor o.a. de Tekstsmederij, Hard//Hoofd, Fringe en Zwarte Cross festival en stond met het verhaal White Guilt op de longlist van de El Hizjra Literatuurprijs.

Over de illustrator

Jeska Verstegen schrijft en illustreert. Als illustrator is ze divers en werkt ze voor alle leeftijden. Ze tekent bij uiteenlopende onderwerpen en beheerst verschillende materialen waardoor ze niet gebonden is aan een tekenstijl. Kortgeleden verscheen bij uitgeverij Querido haar eerste jeugdroman Ik zal je bewaren. Opdrachtgevers zijn uitgeverij Querido, De VPRO gids, uitgeverij van Oorschot, Tirade, NPO en vele andere.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal Toneel

DE NIEUWE LICHTING: Luuk Imhann

Door Luuk Imhann

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Deel 6: Luuk Imhann met de toneeltekst Geen planeet is echt van mij waarmee hij afstudeerde aan de […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper