Interview

Schrijvers interviewen schrijvers: Dubbelinterview Robin Kramer & Roziena Salihu

Door Robin Kramer | beeld: Zep de Bruyn
5 september 2020

Elk jaar maakt Uitgeverij Das Mag de Sampler: een bundel met verhalen van het nieuwste schrijftalent. Twee van deze Sampler-auteurs, Robin Kramer en Roziena Salihu, vragen elkaar voor de Optimist naar hun inspiratie, thema’s en toekomstdromen. Robin Kramer interviewt Roziena Salihu en Roziena Salihu interviewt Robin Kramer!

Robin Kramer (1990) is schrijver. Hij publiceerde korte verhalen in De RevisorKluger Hans en De Titaan, essays op Rekto:VersodeFusie en Karakters en gedichten in Liter en bij ons op De Optimist.  

Roziena Salihu
 (1994) is een multidisciplinaire maker, maar het woord is de basis van alles wat ze doet. Ze begon met schrijven bij Poetry Circle Nowhere en publiceerde in De Re­visor, in de bundel En ze leefde nog (2018) en in de door Babs Gons samengestelde bloemlezing Hardop (2019). Voor VPRO Dorst maakte ze de korte documentaire Fufu met appelmoes (2019).

Robin Kramer interviewt Roziena Salihu

Je doet veel dingen door elkaar – poëzie en spoken word, theater en performance, je hebt een korte documentaire gemaakt voor VPRO Dorst – maar het geschreven woord ligt er altijd aan ten grondslag. Hoe bepaal je welk idee naar welk kanaal gaat? Denk je eerst vanuit de discipline en ga je dan aan het werk of dicteert het idee de discipline?
‘Het lijkt veel door elkaar, maar je zegt het eigenlijk zelf al: het geschreven woord is de basis. Ik noem mijzelf een verhalenverteller, dus het voelt niet als veel, omdat ik elke keer opnieuw een verhaal vertel. Alleen het medium waarmee ik dat doe is elke keer anders. Meestal is dat op voorhand al heel duidelijk, dan zie ik iets en denk ik: dáár ga ik een verhaal over schrijven. Maar soms, kom ik er tijdens zo’n proces achter dat een bepaald verhaal middels een ander medium meer tot zijn recht komt. Dan verander ik het gewoon, want in principe begint elke uitwerking van een idee op papier.’

Wat me opviel aan je verhaal in De Sampler is hoe plotgedreven het is. Koester je de ambitie een roman te schrijven en zo ja, zou het dan iets vergelijkbaars worden?
‘Een roman schrijven is altijd al een droom geweest. Dus ja, absoluut! Spannende verhalen vind ik zelf het leukst om te lezen, en die spanning kan in verschillende dingen zitten. In dit geval zit die spanning in het plot, en als ik kijk naar eerdere verhalen die ik schreef is dat ook vaak zo. Echter, soms kan die spanning bij het personage zitten, of bij de arena waarin het zich afspeelt. Een roman met een beetje suspense zou het sowieso worden.’  

Je documentaire Fufu met appelmoes gaat over dubbelbloed. Het personage Amira in Loopjongen leidt een dubbelleven. Zijn die – al dan niet ogenschijnlijke – discrepanties een belangrijk thema voor je?
‘Ooit vertelde iemand mij dat een maker, in welke discipline dan ook, zijn hele carrière hetzelfde verhaal vertelt. Dat dat verhaal iedere keer op een andere manier tot uiting komt. In mijn geval denk ik dat dat verhaal sense of belonging zou kunnen zijn; schipperen tussen twee werelden; op zoek zijn naar een thuis. Waarom mij dat zo aantrekt is denk ik toch mijn jeugd, zoals bij veel creatievelingen, denk ik. Ik groeide op in een wit dorp, maar was zelf niet wit. Toen ik jong was wilde ik gewoon zoals mijn vriendinnetjes zijn, blond haar met blauwe ogen, en ik wenste dat mijn gezin op dat van mijn vriendinnetjes leek. Daardoor ben ik altijd op zoek geweest naar een plek waar ik mezelf mocht zijn, en waar ik thuishoorde. Thuis was ik het één en op school het ander. Dat gevoel – op zoek zijn naar een thuis – heeft verder niets met kleur te maken, ik denk dat dat toepasbaar is op heel veel mensen en situaties. In het geval van Amira in Loopjongen, schippert ze ook tussen twee werelden. Alhoewel haar verhaal in detail niet op dat van mij lijkt, heb ik er wel een stukje van mezelf in kunnen leggen.’

Voelt dit verhaal in De Sampler nog anders voor je dan eerdere publicaties? Je hebt al een keer een bundel uitgebracht en bijvoorbeeld in Revisor gestaan, maar ik zou me voor kunnen stellen dat iets als De Sampler toch anders aanvoelt.
‘Zeker! Dit is toch anders. In principe schrijf ik spoken word of gedichten, en ben ik met film en theater bezig. De meeste korte verhalen die ik schreef heb ik voor mezelf gehouden, dus er zijn weinig mensen die mij in deze stijl kennen. Daarnaast zag ik De Sampler als een mooie kans om te ontwikkelen. Eigenlijk laat ik mensen nu meekijken in dat leerproces, en dat is best spannend.’  

Ik las dat je in Dronten bent opgegroeid. Loopjongen heeft een vrij heldere stedelijke setting. Hoe was die overgang van dorp naar stad voor jou persoonlijk en hoe kijk je als schrijver naar Amsterdam?
‘Die overgang was een verademing, en minder lastig dan je misschien verwacht. Toen ik jong was vond ik Dronten al te klein en zei ik tegen mijn moeder: ‘Als ik zestien ben, ga ik naar de grote stad.’ Dat deed ik. Althans, ik ging eerst naar Lelystad, en toen ik achttien was vond ik een woning in Amsterdam. Wat schrijven betreft haal ik veel inspiratie uit wat er om mij heen gebeurt, en dat is de stad, de wereld. Als ik nog in Dronten zou wonen, zou ik wellicht andere dingen schrijven. Op dit moment heb ik daar geen behoefte aan, doe mij dan liever New York of Hong Kong. Maar wie weet, als dat boek er ooit komt, ga ik misschien eens terug naar Dronten om in alle rust een eerste versie te schrijven – dat zou mijn moeder leuk vinden.

Roziena Salihu interviewt Robin Kramer

Op je LinkedIn-profiel las ik dat je in zo’n beetje elke denkbare functie binnen het boekenvak werkzaam bent geweest: als boekverkoper, recensent, columnist, redacteur, copywriter en natuurlijk als schrijver. Waar zie je jezelf over vijf jaar? Kunnen we dan een roman van je verwachten?
‘Ik heb eind vorig jaar een roman geschreven en ben nu bezig met een derde versie. Het Samplerverhaal is een bewerkte versie van het eerste hoofdstuk.’

Alle personages in jouw verhaal komen ietwat ongelukkig over, alsof ze vasthouden aan een idee van het leven zou moeten zijn, en hierdoor het leven een beetje mislopen. Je beschrijft dit zo echt, moeiteloos haast. Heb je een fascinatie voor het burgerlijke (ongelukkige) leven? Zo ja, waar komt die fascinatie vandaan?
‘Mijn personages zijn inderdaad somber, soms ronduit fatalistisch. Maar ik geloof niet dat ze per definitie ongelukkig zijn. Dat mislopen van het leven door vast te houden aan een idee herken ik ook. Zo zit ik ook wel een beetje in elkaar: ik ben liever gefrustreerd met de te hoge verwachtingen die ik van mijzelf heb dan dat ik achterover zou gaan leunen met een vals idee van tevredenheid. Veel schrijvers zijn denk ik infiltranten in het leven dat ze het best kennen. Het leven dat ik het best ken is dan ook redelijk burgerlijk. Rond-de-dertigers uit de middenklasse in de provincie. Mensen die beginnen met grote keuzes te maken, maar tegelijkertijd nog dealen met nooit helemaal doorzettende psychische problemen. Waar die fascinatie vandaan komt, is dus eigenlijk niet zo spannend, maar het ontroert me wel, dat wat je misschien burgerlijk zou kunnen noemen. Die Hollandse lulligheid. Dat er dan een verjaardag is en mensen elkaar naar hun werk vragen. En dat je soms merkt dat iemand al weken op zo’n gesprek zit te wachten. Het fascineert me hoe eenzaam we soms blijven.’

De tekst Echo gaat ook over de opwarming van de aarde. Vind je het als schrijver belangrijk maatschappelijke thema’s in je teksten te verwerken? Of kunnen de lezers dit als toevalligheid beschouwen?
‘Integendeel. Dat ik over het klimaat heb geschreven geeft dan ook wel aan hoe onvermijdelijk het onderwerp is. Het ging er bij ons gewoon bijna elk weekend over. Althans, voor corona. Ik wil niet zeggen dat je er dan over móét schrijven, maar het zat daardoor wel in mijn hoofd. Daarbij komt dit verhaal voort uit een kleiner concept. Twee stellen praten over welke drogisterij ze prefereren terwijl in real-time de zon steeds dieper zakt en uiteindelijk de huid van hun botten smelt. Zo’n verhaal is precies één keer geestig, maar dan houdt het ook wel weer op. Zo voelde het vaak: over trivialiteiten praten terwijl de apocalyps onopgemerkt aanschuift. Zo voelt het hele leven eigenlijk. Dat zit ook wel vaker in mijn werk: het mondaine en het bovennatuurlijke die elkaar confronteren maar nooit echt corrigeren, waardoor alles in een soort tussen-in blijft bestaan. Het gaat dan ook meer over hoe de personages omgaan met de opwarming van de aarde dan de opwarming zelf.’

Mevrouw Bluvary komt heel even in je tekst voor. Is dit personage een knipoog naar Madame Bovary, uit het gelijknamige boek van Gustave Flaubert? Zo ja, kunnen we hieruit opmaken dat je een Flaubert-fan bent?
‘Het is geen verwijzing naar Madame Bovary. Maar het is wel een fonetische verwijzing naar een personage uit mijn favoriete Spielbergfilm. Binnen die film is het dan weer een verwijzing naar een klassiek Italiaans sprookje.’

Wat me opviel aan Echo is dat je een erg observerende stijl hebt. Hoe zou jij je eigen stijl omschrijven? 
‘Observerend lijkt me accuraat. Een redacteur heeft het ook weleens laconiek-melancholisch genoemd, dat begreep ik ook wel. Het gaat me vooral om het ritme, of, als je nog zweveriger wilt worden, de melodie van een tekst. Een stijl kan dan ook van boven naar beneden ontstaan – dat de klank er eerder is dan de onderliggende emotie. Daarbij is het thema van Echo afstand. Dus als je dan een afstandelijke stijl hanteert geeft dat ook weer een bepaalde gelaagdheid aan een verhaal. Maar om eerlijk te zijn is het gewoon de stijl waar ik nu het best in ben. Ik bedoel: als ik beter kon schrijven zou ik dat wel doen. De hoop is wel dat ik op een gegeven moment kan gaan experimenteren. Op romanniveau gaat dat wel lukken: ik wil veel verschillende soorten boeken schrijven. Maar of zo’n stijl een oeuvre lang leuk blijft is nog maar de vraag.’


 

Over de auteur

Robin Kramer (1990) is schrijver en redacteur. Hij publiceerde verhalen bij o.a. De Revisor, DeFusie en De Titaan en gedichten bij Meander en Liter.

Over de illustrator

Zep de Bruyn is een tekenaar en visueel ontwerper. Hij is ook redacteur bij De Optimist. www.zepdebruyn.nl is zijn website, @zepdebruyn zijn Instagram.

Lees meer van

Vannacht

Door Robin Kramer

Vannacht komt schoonheid weer in lijnen: snelwegen, witlofbedden, haren die uit elastiek stromen. Ik droom op ethanol en vlasoogst mijn angsten, alles gladstrijken, alles glad en dan: weer lijnen. Vannacht stikken vogels in ballonnen, wrijven beveiligers hun ogen fijn en krijgen zelfs de honden de buurt niet wakker. Er gaat een lege lijkwagen langs de […]

Lees meer uit de categorie Interview

De Nieuwe Lichting: Tessa van Rooijen

Door Tessa van Rooijen

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Tessa van Rooijen studeerde af aan de opleiding Creative Writing aan ArtEZ met de bundel Prooidier, een combinatie […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper