Column

Een laatste reis door Sunny Home

Door Valentijn de Heer | beeld: Martien Bos
17 november 2020

Eind oktober scheurde het nieuws van de ringen: Sunny Home, het woonhuis van J.M.A. Biesheuvel en zijn Eva, stond te koop. Literatuurminnend Nederland veerde op. Ik ook, want ik was er binnen geweest. Zonder het te beseffen, in de gloriedagen, Sunny Home met geit, katten, hond Kip en spullen. Heel veel spullen.    
       Ik was een puber en woonde in de buurt. Iedere week reed ik met fietstassen vol kranten en folders door de straten. Maar die dag niet: het was december en ik had mijn zakken gevuld met voorgedrukte kerstwensen namens krant én bezorger. Het begon al te schemeren toen ik een kaartje uit mijn jaszak pakte, het witte tuinhek aan de Kernstraat doorging en aanbelde. ‘Fijne feestdagen,’ zei ik, nog voor de deur goed en wel geopend was. Ik hield de kerstwens hoog, want bij alle voorgaande deuren werd het kaartje aangepakt, kreeg ik een muntstuk in mijn hand gedrukt en kon ik verder.

 


       Bij Sunny Home liep het anders. De deur ging verder open, en de man die de klink vasthield stapte opzij. ‘Feestdagen?’ vroeg hij en maande mij, turend over zijn scheve ronde bril, binnen.
       De hal was sober verlicht en het rook er naar stoofvlees. Naar dieren, sigaar. De houten trap naar boven was er een van de gebroeders Grimm. Net als de hoge kasten, de krantenknipsels aan de wanden en de cognacbruine gloed in de kieren van het krakende hout. Ik wilde weg, maar de man pakte mijn kaartje. Hij keek ernaar, legde het achter een groen gordijntje voor het raam.
            ‘Met Kerstmis komen schimmen vrij. Er wordt een selectie gemaakt van hen die gaan,’ hij drukte zijn bril recht, gebaarde door de hal. ‘En van zij die blijven.’ Hij trok een grimas en tien seconden later tuimelde ik met bonzend hart het witte hek door, de tuin uit. Sindsdien hield ik na mijn ronde door de wijk altijd een krant over.
       Nu, twintig jaar later, stond ik weer voor dat hek. Dit keer met een notitieboek en pen in plaats van kerstkaarten: ik was zelf ook gaan schrijven, was van Biesheuvel en zijn oeuvre gaan houden en ik had gelezen dat zijn huis de verkoop in zou gaan. Ik had afgesproken met zijn uitgever en vriend Aart Hoekman. Op de plek naast het hek waar Maarten zich dikwijls liet fotograferen, stond een plat verkoopbord in de aarde gehakt. Alleen maar leuke huizen! stond eronder. Precies waarvoor ik vreesde: veertig jaar literaire geschiedenis als leuk huis op een presenteerblaadje. Wie komt daaropaf? De arme schrijver? Die ene literaire stichting?
       Ik stapte weer naar binnen. Zag dezelfde groene gordijntjes als waarachter twintig jaar eerder mijn kerstkaartje verdween en ook de wind floot nog net als toen. Maar verder was Sunny Home ontzield. Leeg. Kruipend hout. Ik hoorde, ook elders al, over Maartens laatste jaren, de val, de dood die volgde. Over hoe de cirkel vrienden om hem heen aantrok, voor hem zorgden, en dat na zijn overlijden bleven doen door zijn huis leeg te halen en zijn spullen veilig te stellen. Om te conserveren wie Maarten Biesheuvel was.
       Ik kwam naar Sunny Home om te praten over de wens het literaire erfgoed te behouden. Ik wilde eigenlijk voorkomen dat het naar de hoogste bieder – de grootste zak met geld – zou gaan. Maar ik viel stil. Als een onnozele liep ik rond, streek met mijn vinger langs de met sigarenrook omrandde lege plekken aan de muur. Het had hier volgehangen met schilderijen, krantenknipsel, foto’s. Ik wist ik niets te zeggen. ‘Mag ik nog even in de tuin kijken?’ vroeg ik, terwijl ik stellig had willen vragen: ‘Hoe zorgen we dat dit grootse huis behouden blijft? Dat de wind door de kieren kan blijven fluiten, en een nieuwe generatie schrijvers zich hier vestigt. Dat Maartens kamertje op de eerste etage door reizigers van over de hele wereld bezocht kan worden als een klein museum van korte verhalen. Een plek waar andersdenkenden, de als gekken bestempelden, altijd welkom zijn en zich nooit meer alleen en onbegrepen hoeven voelen.
       Vroeger schreef ik, nu leef ik! stond bibberig op de muur van zijn kamer geschreven. En eigenlijk hoop ik nu dat dat het is wat hij toen bedoelde: dat als de selectie gemaakt is, het huis, de sigaarbruine planken zijn voorbehouden aan de schimmen die hem plaagden. Dat zij, straks tijdens de bezichtiging, die zak met geld zullen rondleiden teneinde hem met bonzend hart en verkoopbord het witte hek weer door, de tuin uit te jagen.

Over de auteur

Valentijn J. de Heer (1986) promoveerde in groep 4 van de lagere school op een proefschrift over identiteitswanen bij zoogdieren. Daar bleef het bij. De liefde voor taal en bedenksels is echter altijd gebleven en tegenwoordig schrijft hij korte verhalen, columns en werkt hij aan een roman.

Over de illustrator

Martien Bos is naast freelance tekstschrijver ook illustrator voor diverse tijdschriften, kranten en uitgeverijen in binnen- en buitenland. Hij tekende onder andere voor De Optimist, NRC Handelsblad, VPRO, De Standaard, uitgeverij Boom en Athenaeum–Polak & Van Gennep. Zie martienbos.com.

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper