Toots Thielemans, Breendonk en W.G. Sebald

Door
25 november 2020

Inleiding van de vertaler: De blik van de eeuwige reiziger

Daan Pieters

Mauricio Ruiz (Mexico City) woont na tussenstops in de Verenigde Staten en Noorwegen al geruime tijd in België. Na zijn carrière als telecomingenieur besloot hij een andere weg in te slaan en tegenwoordig verdient hij zijn brood hoofdzakelijk als journalist en schrijver. Hij publiceerde al enkele verhalenbundels in het Spaans, maar schrijft ook korte verhalen in het Engels.
     Toots Thielemans, Breendonk en W.G. Sebald is een ogenschijnlijk vrij associatieve tekst waarin een aantal elementen elkaar oproepen en kruisen: de Belgische jazzmuzikant Toots Thielemans, vervolgens het fort van Breendonk, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog verzetstrijders werden opgesloten en gemarteld door de nazi’s, en ten slotte W.G. Sebald, de bekende Duitse auteur die een bezoek aan dat monument beschrijft in zijn roman Austerlitz.
     Is Ruiz ook een ‘eeuwige reiziger’ die nooit wortel schiet, zoals hij zelf Sebald omschrijft? In elk geval krijg je de indruk dat hij aansluit bij een nieuwe generatie Latijns-Amerikaanse schrijvers voor wie identiteit een complex gegeven is, iets haast ongrijpbaars. De manier waarop hij het Vlaamse landschap beschrijft is enerzijds herkenbaar, anderzijds licht bevreemdend en ontregelend voor wie daar is opgegroeid. Het doet mij bijvoorbeeld denken aan de manier waarop de Guatemalteek Eduardo Halfon in zijn onvolprezen boek De Poolse bokser als buitenstaander Israël beschrijft, het land waar zijn zus gaat trouwen. Door de blik van de eeuwige reiziger, van de buitenstaander, kun je soms dingen zien die je al je hele leven ontgaan. Hij heeft geen hapklare antwoorden, maar kan de complexe werkelijkheid wel op een andere manier belichten.

Toots Thielemans, Breendonk en W.G. Sebald

Mauricio Ruiz

Elk jaar in augustus vindt het festival Jazz Middelheim plaats, soms onder een heldere, met sterren bezaaide hemel, maar net zo vaak geplaagd door regelmatig terugkerende motregen. Het Middelheimpark ligt ten zuiden van Antwerpen, in België, en sinds 1969 komen er grote jazzmuzikanten naartoe. In 2003 zag ik er voor de enige keer Toots Thielemans.  Onder begeleiding van de Braziliaanse gitarist Oscar Castro-Neves voerde hij muziekstukken uit met uiteenlopende ritmes en harmonieën uit alle hoeken van de wereld. Soms zei Toots een of twee zinnen die het publiek aan het lachen brachten. Zoveel charisma had Jean-Baptiste Frédéric Isidor Thielemans, die op 22 augustus 2016 op zijn vierrennegentigste overleed en een leegte achterliet in de harten van iedereen die de zoete klank van zijn mondharmonica graag hoorde. Ik herinner me het eerbetoon dat hij in 2012 kreeg voor zijn negentigste verjaardag: een tentoonstelling in een oud gebouw tegenover de Sint-Hubertusgalerijen. Op muren in gebroken wit werden foto’s uit zijn leven geprojecteerd, van galaconcerten of prijsuitreikingen. Verder hingen er zwart-witfoto’s die een beeld gaven van zijn uitzonderlijke leven: Toots met Benny Goodman, Toots met Dori Caymmi in Brazilië, Toots in Carnegie Hall met onder meer Herbie Hancock, Joe Lovano, Ivan Lins, Elis Regina en Quincy Jones, er was ongetwijfeld te weinig plaats om alle mensen te tonen die hem bewonderden en die ooit door zijn magie werden geraakt.

Ongeveer vijftien kilometer ten zuiden van Middelheim ligt het nationale gedenkteken van het fort van Breendonk, waar je tijdens een bezoek gedetailleerde uitleg krijgt over de geschiedenis van België tijdens de twee wereldoorlogen, en vooral over de gebeurtenissen tijdens de bezetting door de nazi’s. Ik ging er met een bus van De Lijn naartoe vanuit Brussel. Onderweg kon ik genieten van het Vlaamse zomerlandschap, met oude mensen die onkruid wiedden en planten water gaven in hun tuinen, en hier en daar wat kinderen die fietsten of ijsjes aten op bankjes naast de weg. Vlak voor de middag kwam ik aan in Breendonk. De hemel was intens kobaltblauw, de lucht kurkdroog.  Het eerste wat me opviel, was het hek en het prikkeldraad, de slagbomen die meer dan zestig jaar geleden wellicht dag en nacht werden bewaakt door soldaten.
     Tot enkele jaren geleden wist ik niets van het fort en zijn geschiedenis, van de jaren van terreur die zich daar afspeelden. Door de hand en blik van de Duitse schrijver W.G. Sebald ontdekte ik dat hoofdstuk van de Belgische geschiedenis. In zijn buitengewone roman Austerlitz leidt Sebald ons mee langs de buitenkant van het gebouw en beschrijft hij de muren van het fort als de rug van een monster ‘dat hier uit de Vlaamse grond was opgerezen als een walvis uit de golven’. Zijn proza is zo levendig dat het wel een déjà vu leek toen ik er was en door de vochtige, beschimmelde gangen liep en las op welke manier de Sicherheitspolizei politieke gevangenen en verzetsleden martelde.
     In Austerlitz, dat vijftien jaar geleden werd gepubliceerd, worden thema’s als de Holocaust en de herinnering verkend, of de taal van vernietiging en oorlog, verlies en de gevolgen voor de ziel. Het is een werk dat de manier veranderde waarop literatuur werd opgevat. Is Austerlitz een roman, een essay of een biografie? De uitgebreide, soms meerdere pagina’s omvattende alinea’s van Austerlitz hebben een hypnotiserend effect doordat er met veel precisie een hele waaier van emoties in wordt uitgedrukt die bij een minder goede schrijver aan de taal zouden ontglippen.

Als er iets is wat Sebald kan vatten, is het wel het gevoel van eenzaamheid. Aan het einde van het boek, wanneer Austerlitz weer herinneringen aan zijn tot dusver begraven kindertijd begint te krijgen, bekruipt hem een pijnlijke gedachte: ‘dat ik zelfs het gevoel had dat de zwijgende gevels van de huizen iets dreigends van mij wisten, en dat ik steeds had gemeend dat ik alleen moest zijn’.
     Zijn voormalige voedster probeert hem op een nogal klagerige manier uit te leggen dat Austerlitz zich vergist, dat er geen enkele reden is waarom hij afgezonderd zou moeten leven, in eenzaamheid. ‘Het zit in jou,’ zegt ze tegen hem, ‘je bent bang, ik weet niet waarvoor (…) Waarom heb je je spullen niet uitgepakt toen we hier aankwamen en leef je als het ware altijd alleen maar uit je rugzak?’
     Als eeuwige reiziger schiet hij nooit wortel.
     Vijftien jaar geleden, en enkele maanden na de publicatie van het boek, kwam Sebald om het leven in een auto-ongeluk. Volgens het verslag van de onderzoeksrechter was de oorzaak een aneurysma. Hij werd zevenenvijftig jaar.
     Net als Toots Thielemans begon Sebald aan de reis waarvoor je geen bagage nodig hebt en die we met moeite aanvaarden.

—–

Dit verhaal is in 2016 in het Spaans verschenen in het Mexicaanse tijdschrift La Jornada Semanal.

Vertaling uit het Spaans naar het Nederlands: Daan Pieters. Daan Pieters (1978) is literair vertaler uit het Frans en Spaans en schrijft recensies, leesverslagen en andere stukken over de literatuur die hem boeit.

De citaten uit Austerlitz zijn uit het Duits vertaald door Ria van Hengel.

 

Lees meer van

Wout gebruikt… fietscomputer

Door

Wout Waanders stift tweemaandelijks een gebruikshandleiding tot een gedicht voor De Optimist. Dit keer gebruikte hij een fietscomputer.  

Lees meer uit de categorie

De Optimist op Lowlands: Garlenda

Door

Ferdinand Lankamp beklom net als Roos van Rijswijk (wiens verhaal je eerder deze week al las) het Optimistpodium op Lowlands 2017! In het kader van het thema Onschuld schreef hij een splinternieuw verhaal, Garlenda. Disclaimer: dit korte verhaal is allesbehalve optimistisch. De hitte wekte me. Hatelijk is dat, ik houd niet van hitte. De tent begon […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper