Kort verhaal Proza Zomerkaping

Zomerkaping: Martijn Verhelst en Yingda Dong

Door Martijn Verhelst | beeld: Yingda Dong
16 november 2020

Onze tweede publicatie in samenwerking met Zomerkaping 2020: het tragikomische Jozef, geschreven door Martijn Verhelst, en voorzien van prachtig beeld door Yingda Dong. Herinneringen aan een oude vriend gaan in dit verhaal een eigen leven leiden. Maar wat als die vriend in kwestie ineens voor je neus staat?

Jozef

Ze zitten aan een klein salontafeltje. In het midden liggen hun gsm’s gestapeld, daar rond wankelen drie koppen koffie gevaarlijk op de tafelrand. Rosalie zakt dieper weg in de roodlederen fauteuil. Ze heeft een ringetje nu. Het houdt haar neus samen. Ze verkoopt boeken met een diploma International Relations op zak. Naast haar zit Anna ongemakkelijk op een barkruk. Als ze lacht vormen zich donkere, gebarsten lijnen rond haar mond. Haar ogen lachen niet mee, hun vuur staat op waakvlam. Simon schraapt zijn keel. Hij is zichzelf gebleven. Zijn huid is nog gaaf, net uit de verpakking. In zijn ogen hangt mist, alsof hij er nooit helemaal bij is. Zijn haar is lang en hangt nonchalant naar achter. ‘Waar blijft Jozef?’ vraagt hij zich luidop af. Ze hadden allemaal hetzelfde bericht gekregen:

13u schaapskapel
Groot nieuws
Jozef

De schaapskapel is al lang geen gebedsplaats meer. Het geraamte is gevuld met een koffiebar. De wierrookgeur wordt verdrongen door koffie en versgebakken appeltaart.
          ‘We zijn gewend dat hij te laat komt.’ Anna plooit haar benen over elkaar. Ze zoekt een ietwat comfortabele positie.
          ‘Dit is net als in Kaulille,’ zegt Simon. ‘Hij kwam pas opdagen toen de tenten al opstonden. Hij klingelde toen hij aankwam. Zijn vaders volledige drankvoorraad zat in die rugzak.’
          De barista staart naar Simon. Hij blijft kijken, alsof Simon een onuitputbare dorst zou hebben. Simon kijkt de andere kant op, hij weet niet waar te kijken. Uiteindelijk, alsof hij zijn verlies toegeeft, sluit hij zijn ogen.
          ‘Weet je nog zijn “techniek” om vuur te maken? Een beetje dunne twijgjes, een hoop dikke takken en te veel alcohol!’
          Simons’ ogen tranen van plezier. Rosalie zakt lachend dieper in de zetel.
          Simon strekt zijn rug, neemt gulzige slokken latte. De koffie brandt in zijn mond. Hij laat een kleine kreun ontsnappen.
          ‘De avond afsluiten met een knal, weet je nog? Hoe we daar heelhuids zijn uitgekomen, het is nog altijd een mirakel.’ Er is trots in Anna’s stem te horen, alsof het sindsdien voor haar enkel bergaf is gegaan. ‘Jozef had echt te veel gedronken. Als hij in het vuur had gepist zou het halve bos zijn afgefikt. Man, wij hebben gerend. Ik denk dat mijn schoen nog altijd ergens verkoold in dat bos ligt!’
          Ze ontnuchterden lang in het stinkende water van het vijvertje. Tot de oranje gloed uit het bos verdween.

‘Gelukkig was daar geen politie bij. Niet zoals op de brug’, zucht Simon.
          ‘De brug?’ Anna ontwaakt uit haar gedachtes.
          ‘Met dat speelgoed. Had hij jullie niet uitgenodigd?’ Rosalie zit zo diep in de zetel, ze durft niet meer bewegen. Ze heeft geen zin meer in koffie. Het is kwart over één, hij komt niet meer.
          ‘Mijn rugzak zat vol autootjes. Ik had mijn knikkers ook mee. Die vielen uit mijn zakken onderweg. Gelukkig, achteraf bekeken.’ Simon leunt naar achter, het hout van zijn stoel kraakt bij iedere beweging.
          ‘Hij vertelde me dat we onze kindertijd ritueel achter ons zouden laten.’
          Aan de bar staat een man met een hond. Anna’s blik dwaalt af van Simon, focust zich op de hond. Ze verplaatst haar benen zo onopvallend mogelijk.Een voor een lieten we de autootjes los op het verkeer. Onverantwoord eigenlijk, maar wel echt fun.’
          Simon staart naar de lege tas voor hem. De mist in zijn ogen dikt aan.
          ‘We hadden nog een stuk of tien auto’s over. Uit het niks sprong hij op zijn fiets, croste van de brug, recht de maïsvelden in. Voor ik het goed en wel besefte kreeg ik een uitbrander van een flik.’

De hoogst gestapelde gsm licht op. Zonder kijken weet Rosalie dat hij haar sms’t. Hij vertelde haar vroeger ook dingen die de rest niet wist.
          ‘Het ik ooit verteld over zijn ramen?’
          Het blijft stil.
          ‘Het was de laatste keer dat ik hem zag,’ begint ze. ‘Hij stond in de voortuin, zijn huis uit te schelden.’
          Jozef woonde in een straat met gelijke huizen. Toch paste het zijne niet in de rij. Zijn buren hadden buxusbollen, Jozef had bouwafval en onkruid.
         ‘Het vloeken stopte toen hij me zag. Uit een zak kapotte bakstenen haalde hij een steen. Hij gooide, ik deed mee. Eerst de dakgoot. De stukken verrot hout vielen als vlokken naar beneden. Hij gooide ruiten in, ik kogelde een baksteen door de voordeur. Ik vertrok nadat alle ramen weg waren, liet hem achter in de scherven.’
          Anna neemt zo stil mogelijk een slok koffie. Ze moet van haar stoel komen om haar kop te nemen.

De zware kapeldeur klapt met een plof dicht. Het geluid wordt weerkaatst op de effen muren. Jozef staat in het portaal. In zijn hand heeft hij een stoffen zak. Zijn haar is kort, zelf geknipt. Door zijn zwart gestreept hemd lijkt hij slanker. In zijn borstzak zit een pakje sigaretten. Aan zijn jeansbroek bengelen bretellen. Zijn ogen zoeken de groep.
          ‘Daar is hij! Jozef, dat is lang geleden,’ zegt Simon iets te enthousiast. Jozef negeert hem, kijkt niemand aan. Hij houdt de zak omgekeerd boven het tafeltje. Kopjes, gsm’s en scherven raken met veel lawaai de kapeltegels. Een porseleinen scherf raakt Rosalie’s blote been. Ze zwijgt, zakt zo diep weg dat haar schoenen de grond niet meer raken.
          De grond is bezaaid met aanstekers, hot wheels, deurklinken. Op tafel staat een enkele schoen. Simon staart Jozef strak aan.
          Het plezier dat daarnet nog uit zijn ogen sprong is nu getransformeerd naar bliksemschichten.
          Jozef draait zich om. Stapt naar de deuropening. Voor hij de kapel verlaat spuugt hij zijn woorden naar de puinhoop.
          ‘Succes ermee. Geniet ervan.’

Over de auteur

Martijn verhelst (°1998) woont in Deerlijk. Hij is een liefhebber van woordspelingen en metaforen. Zijn moeder beschrijft zijn schrijfstijl als volgt: ‘Je zal niet schaterlachen, maar je leest het wel met een glimlach op je gezicht.’ Hij werkt vaak rond thema’s als eenzaamheid, eigen identiteit en (on)gewilde verandering. Als lid van het collectief van de letterzetter ontwikkelt hij samen met andere jonge schrijvers zijn stem. Martijn nam in 2020 deel aan de zomerkaping van Creatief Schrijven.

Over de illustrator

Yingda Dong comes from China. He is an illustrator and currently studies at Luca School of Arts. He likes to record his life experience in different scales of drawings, when he walks in the cities that he’s not familiar with, he becomes even more sensitive to capture precious moments, and uses his illustrations to dive the audiences into an abstract world. Check for more: yingdadong.cargo.site or instagram.com/yingda_dong.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal Proza Zomerkaping

Zomerkaping: Lena Vercauteren en Lybrich Wieringa

Door Lena Vercouteren

De getalenteerde dichteres Lena Vercauteren en beeldmaker Lybrich Wieringa bogen zich tijdens de Zomerkaping 2020 over het thema ‘Wortels’. Deze samenwerking leverde twee betoverende gedichten, en een net zo sprookjesachtige illustratie op. Komt dat lezen, komt dat zien! Wortels 1. Je vertakt in mij,laat bliksems achter op mijn longen.Voor ik me kan verzetten,heeft mijn lichaam […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper