Voorpublicatie: Het aanbidden van Louis Claus

Door
11 februari 2021

Op donderdag 11 februari verschijnt de debuutroman van Helena Hoogenkamp.
Het aanbidden van Louis Claus gaat over de dunne grens tussen werkelijkheid en fantasie, over zwijgen of je uitspreken. Over liefde en verlangen als tegengif tegen de dood. En natuurlijk over Louis Claus. Lees hier alvast een voorproefje. 

De bomen staan in brand. Een man met een oranje hesje houdt de nieuwsgierige buurtbewoners op afstand door zijn armen te spreiden als Jezus. Hij heeft toevallig ook lang haar en een baard. Een collega van Jezus rolt de blusslang uit.
            ‘Tuig,’ zegt hij duidelijk verstaanbaar, waarmee hij niet de kinderen van buurtbewoners bedoelt. Dit vandalisme komt vast van de krakers die onlangs het leegstaande Chinese restaurant midden in de nieuwbouwwijk hebben bezet. De jonge bomen staan met rubberen banden vastgebonden aan palen. Hun takken knetteren, buigen door, reflecteren in de zilveren strips op het vest van Jezus, die vraagt of iemand iets gezien heeft. Ik heb mijn moeder gezien, vanochtend, die stond te huilen onder de douche, met één hand tegen de tegelwand geleund. Haar haren dropen omlaag en haar tranen ook. Ik heb een berichtje van Louis gezien waarin stond dat ik direct moest komen en onderweg naar hem een man die een prullenbak van achteren bereed, dronken op zaterdagmorgen.
            ‘Nee, niets gezien,’ zeg ik tegen Jezus. ‘Mag ik er nu door?’

‘Schoenen uit,’ roept Anita Claus vanuit de huiskamer.
            Met mijn hakken heb ik al eerder putjes in hun houten vloer getrapt. Vanbuiten zien de huizen in de wijk eruit als schoenendozen, maar achter de voordeur van het gezin Claus is alles van licht hout, met dunne witte gordijnen. Aan de muren hangen foto’s, genomen tijdens reizen, en op de eettafel staan groene glazen vazen gevuld met zonnebloemen. Anita zit tussen de vazen te roken. De asbak is al vol.
            ‘Louis is boven,’ zegt ze.
            Op mijn sokken beklim ik de glanzend versleten treden, blijf staan bij de wenteling. Er zit grijs tussen de geblondeerde haren van Anita, die ze heeft opgebonden in een knot. De askegel van haar sigaret valt in haar schoot, zonder te kijken schiet ze hem weg met haar nagel en neemt een trek.

            De zolderkamer van Louis ruikt naar Louis, naar zijn sportshirts en de hasj die hij in een filmdoosje verbergt, naar wierook tegen de hasjgeur. Naar mijn bloed, want ik ben een keer ongesteld geworden op het luchtbed. Naar onze seks, op zijn bureau, het bed, het luchtbed, voor de spiegel. Altijd als we langer dan twintig minuten boven blijven roept Anita dat we moeten komen eten. Louis ligt op zijn bed, in een vierkant van zon, met zijn armen over zijn ogen zodat ik niet kan zien of hij heeft gehuild. Zijn voeten hangen over de rand van het bed, hij heeft lange armen, lange benen en gouden haartjes op zijn kin. Naast hem is nog een smalle strook matras vrij, ik nestel me tegen hem aan.
            ‘Ik heb vanochtend mijn eerste toneelles gehad en het ging echt kut,’ zegt hij.
            ‘Wat moest je doen dan?’
            ‘Een liefdesscène spelen met een stoel. Niet met een onzichtbaar iemand op die stoel, maar met de stoel zelf. Dus heb ik hem geaaid en er een beetje tegenaan gereden, maar hoe kun je houden van een stoel?’

             ‘Toen ik elf was probeerde ik een speciale band op te bouwen met een verzorgpony van de manege. Ik wilde mijn armen om haar kop slaan en geheimen in haar oren fluisteren.’
            ‘Bij een paard heet dat hoofd,’ zegt Louis.
            ‘Daar ga je al. Daisy zwaaide haar hoofd steeds buiten het bereik van mijn armen of stapte achteruit zodat ik tegen de stalmuur werd geplet. Ik had net zo goed een scooter kunnen poetsen.’
            Hij verschuift zijn arm, zijn ogen zijn rood. ‘Het is mijn droom, snap je?’
            ‘Nee. Want wat gebeurt er dan als je acteur wordt?’
            ‘Dan kun je jezelf laten zien,’ zegt hij.
            ‘Knappe tegenspeelsters.’
            ‘O, ja, dat zeker.’ Hij knijpt in mijn bil. ‘Volle zalen, applaus, dat ze je serieus nemen. Als je naar zo’n film kijkt, naar Robert De Niro, Al Pacino, dat is toch vet? Reservoir Dogs met Michael Madsen, waarin hij een dansje doet voor die vastgebonden gijzelaar en daarna zijn oor afsnijdt?’
            Hij neuriet het liedje en rolt boven op me, over mijn arm heen, waardoor ik het uitkerm.
            ‘Wat heb je gedaan, lief?’
            In grote rode halen staat zijn naam op mijn onderarm, Louis C. Isadee begon ermee, ze kraste de W van Wesley in haar pols bij biologie met een ontleedmes. Kelly deed het met een stanleymes bij techniek. Cindy had al veel krassen op haar armen, ze zei dat die de ‘I’ van ‘Ik’ waren, dat ze verliefd was op zichzelf. Louis wrijft over de krassen om ze uit te wissen.
            ‘Dat mag je niet meer doen, hoor. Jezus, jij houdt echt veel van mij, hè?’
            ‘Meer dan jij van die stoel.’
             Zijn gezicht betrekt. ‘Ze zeiden dat ik meer van mezelf moest laten zien. Maar dit is wie ik ben.’
             Ik heb geen idee wat hij daarmee bedoelt, dus bied ik mijn halfopen mond aan. Met gesloten ogen en uitgestoken tong komt zijn gezicht dichterbij. Hij kust me tot ik verdwijn.
            ‘Gaat het?’ vraagt hij, met zijn tong in mijn mond.
Anita roept van beneden dat we moeten komen eten.

Benieuwd naar meer? Het aanbidden van Louis Claus is vanaf 11 februari te koop bij je lokale boekhandel. En hier, op Hard//hoofd, vertelt Helena meer over de totstandkoming van haar debuutroman. 

Lees meer van

Penne al Arrabiata

Door

“Gemaakt door Ronny Henri Szostek,  woensdag 23 september 2009. Super gemakkelijk om te maken!! Gebruik goede kwaliteitstomaten zoals pruimtomaten of Roma tomaten. Heerlijk met geroosterd ciabatta-brood of knoflookbrood. Ingrediënten: 4 personen 6 eetlepels olijfolie 1 pak Penne rigate 2 teentjes knoflook 2 chilipepers 3 blikken tomaat, of 800 gr verse tomaten rode pepervlokken zout peper […]

Lees meer uit de categorie

Kunstbende #1: Femke Zwiep

Door

Honing De dag is zacht: mijn buik hangt over de rand van mijn onderbroek, de haren op mijn armen vangen stuifmeel. Darren worden geboren uit onbevruchte eieren, gevoed door werkbijen, en de werkbijen zullen hen ook buitensluiten in de slacht. Je hoeft niet bang voor ze te zijn. Ze komen niet op je eten af, […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper