Proza

AITA?

Door Luuk Schokker | beeld: Astrid Vandendael
2 juni 2021

Simone ziet eerst het bord met haar naam en daarna pas de jongen die het vasthoudt. Het vertedert haar hoe Christian erbij staat, ze kan het niet helpen. Hij houdt het karton onzeker voor zich uit, als een lifter die niet weet of hij aan de goede kant van de weg staat. Hij lijkt in haar afwezigheid eerder jonger dan ouder geworden, meer de beginnende student met wie ze verkering kreeg dan een man van drieëntwintig. Ze loopt met grote stappen op hem af, slaat haar arm om zijn middel. Zijn kus landt ergens in haar nek.
‘Je ruikt anders,’ zegt hij.
‘Ik heb wat uitgeprobeerd in Dublin. Op het vliegveld.’ Ze duwt haar hoofd tegen zijn borst. Hij aait met korte, futloze halen over haar rug.
‘Lekker wel,’ zegt hij. ‘En je haar is korter.’
‘Je had de foto’s al gezien, toch?’
‘In het echt is het toch anders.’
‘Kom, we gaan wat drinken.’ Ze dwingt zichzelf om opgewekt te klinken, zijn klamme hand vast te houden terwijl ze naar het foodcourt van Copenhagen Airport lopen. Het kost haar moeite om haar looptempo aan te passen aan het zijne.
‘Was je bang dat ik je niet zou herkennen?’ zegt ze. Ze knikt naar het karton. Hij heeft zichtbaar zijn best op het bord gedaan. Ze probeert zich voor te stellen hoe hij voorovergebogen in zijn bureaustoel gezeten moet hebben, letters natekenend van het computerscherm, tot de lijntjes aan het einde van elke letter aan toe.
‘Leek me wel een leuke verrassing,’ zegt Christian. Hij neemt plaats aan een wiebelig rond tafeltje met ketchupvlekken die hij wegveegt met een opgefrommelde tissue.
‘Ja,’ zegt ze afwezig, ‘lief van je. Ik ga drinken halen. Cola?’
‘Simone?’ zegt Christian. Hij heeft het bord tegen zijn stoel gezet en tikt met zijn voet tussen de letters van haar naam en de plakkerige rubbertegels van het foodcourt. Een drankje op het vliegveld en haar naam op een kartonnen bord – ze weet na vier jaar wel dat hij niet de persoon is voor grote gebaren en ze weet ook dat ze niet in de positie is om een speech of een flashmob te verwachten, maar dit kan toch niet alles zijn? Hij stond erop dat ze hiernaartoe vloog voor een gesprek dat ze prima via de telefoon hadden kunnen voeren. Dus hier is ze. Klaar om verrast te worden.
Christian frunnikt aan de touwtjes van zijn grijze capuchonvest. ‘Zullen we ook frietjes nemen?’
‘Doen we.’ Simone diept haar portemonnee op uit haar rugzak en gaat in de rij staan. Ze bestelt twee cola en Franse frietjes om te delen. Terwijl ze op de bestelling wacht, kijkt ze op haar horloge. Ze wil haar telefoon zo lang mogelijk op de vliegtuigstand laten staan. Haar vrienden en studiegenoten thuis zullen haar in de tussentijd vast al berichten hebben gestuurd. Thuis. Ze probeert er niet te lang bij stil te staan dat ze Dublin inmiddels als thuis beschouwt –vandaag moet ze hier zijn.

***

Zij was begonnen, zij had het ook weer afgekapt. Het ging om de ervaring, niet om de persoon. Zo had ze het aan Christian uitgelegd toen ze aan de telefoon opbiechtte wat er gebeurd was. Dublin was een boomdiagram, zei ze, met honderden vertakkende mogelijkheden waar ze er zoveel mogelijk van wilde verkennen. In Ierland ontdekte ze dat ze minder zelfstandig is dan ze zou willen, maar ook dat ze minder afhankelijk is van Christian dan ze dacht. Op sommige dagen vergat ze helemaal aan hem te denken. En ja, natuurlijk kon hij zich focussen op alles wat ze verkeerd had gedaan, en dat mocht ook heus wel, maar ze was er in elk geval eerlijk over. Dat had ze niet hoeven doen, zei ze. Christian was niet te vermurwen. Als je vreemdgaat, zei hij, heb je niet het recht om je gelijk te halen.

Simone was onder de indruk geweest van zijn standvastigheid. Christian was een jongen van weinig woorden, Deen onder de Denen, compleet anders dan de spraakwatervallen die ze in Dublin had leren kennen. Zo resoluut kende ze hem niet – zelfs in de begintijd van hun relatie, toen hij meedeed aan klimaatprotesten en T-shirts droeg met obscure marxistische slogans, was hij vooral een lezer, een denker, niet iemand die zelf met onwrikbare standpunten kwam. Aan de telefoon kreeg ze voor het eerst het gevoel dat er nog iets te redden viel. Hier in de rij vraagt ze zich af of ze die hoop heeft gebaseerd op een eenmalige opwelling; ze hoeft maar over haar schouder te kijken om te zien dat van Christians proactieve houding weinig over is. Hij lijkt te slinken in zijn eeuwige grijze vest terwijl hij wacht tot zij iets doet. Hij heeft gelijk, dat weet ze echt wel, maar betekent dat ook dat alles alleen haar schuld is?

***

De frietjes zijn slap. De cola waterig. Ze eten in stilte.
‘Laten we praten,’ zegt ze als er alleen nog kruimels in het zakje zitten.
‘Begin maar,’ zegt Christian.
‘Wil je nog?’
‘Friet?’
‘Samen zijn.’
Hij haalt het deksel van zijn beker en vist er een ijsklontje uit dat hij met zijn vinger een parcours over het dienblad laat afleggen. ‘Waarom vraag je dat aan mij? Ik ben niet – je weet wel.’
‘Vreemdgegaan?’
‘Ja, dat.’
‘Lieverd.’ Het woord voelt onwennig. Oneerlijk. ‘Christian. Ik ben hier naartoe gekomen om een gesprek met je te voeren, maar dan moet je wel –’
‘Ze zeggen dat ik het niet moet accepteren,’ zegt hij zacht.
‘Wie zijn ze?’
‘Mensen.’
‘Welke mensen?’
‘Gewoon. Mensen.’
Simone haalt haar hand door haar nieuwe kapsel. Ze wilde haar lange haar eigenlijk alleen laten bijpunten, maar de Ierse kapster stelde telkens voor om er nog een stukje af te halen, en nóg een stukje. Ze tuurt naar een bord met vertrektijden in de verte, probeert door de stroom mensen te zien of haar terugvlucht er al op verschenen is. Mensen. Gewoon mensen. Ze kan zich niet voorstellen dat hij hun problemen met zijn vrienden heeft besproken. Zoveel vrienden heeft hij überhaupt niet. Met zijn ouders? Ook onwaarschijnlijk. Dit is de jongen die pas maanden na haar uitgebreide homemade-kerstdiner opbiechtte dat hij buikpijn kreeg van champignons. Heeft die Christian uitgebreid advies gevraagd over een intieme kwestie? ‘Doe niet zo geheimzinnig,’ zegt ze. ‘Met wie heb je gepraat?’
‘Ik heb het op een forum gevraagd, oké?’
‘Een… forum? Op internet?’
‘Het is anoniem,’ zegt Christian.
‘Daar gaat het niet om. Je hebt onze privéproblemen op een openbaar forum gezet?’
‘Volgens mij,’ zegt hij afgemeten, ‘heb jij geen probleem met contact met vreemden, of wel soms?’
‘Lees voor.’
Hij pakt zijn telefoon uit de zak van zijn vest en leest kribbig voor.

Ik (M, 23) heb al vier jaar een relatie met mijn vriendin (V, 22). Ze woont een jaar in het buitenland voor haar studie. Eigenlijk zouden we dit jaar gaan samenwonen, maar dat is door haar plannen niet doorgegaan. Nu is het plan dat we alsnog gaan samenwonen als ze terugkomt aan het einde van het jaar. Maar in Dublin is ze met iemand anders naar bed geweest. Ik heb gezegd dat ik nu wil dat ze naar huis komt. Zij vindt dat niet nodig. Ze zegt dat naar huis komen niet de manier is om onze relatie te redden. Ik denk dat ze juist snel weer bij mij in de buurt moet zijn. Zij vindt dat ik dat niet van haar mag verlangen. Ik vind van wel. AITA?

‘AITA?’ vraagt Simone.
Am I the asshole?
Ze neemt een grote slok cola. De kou prikt achter haar ogen. Ze verschuift haar rugzak om plaats te maken voor een oude, tengere vrouw die een overvol dienblad op het tafeltje naast hen neerzet. ‘Ik ben uit Dublin komen vliegen om met je te praten,’ zegt ze. ‘Niet om me een asshole te laten noemen door je internetvriendjes.’
‘Dat is het format. En het zijn mijn vrienden niet. Ik wilde gewoon weten wat andere mensen dachten. Ik weet toch niet… dit is voor mij ook allemaal nieuw.’
‘Ben ik hiernaartoe gevlogen omdat jij dat wilde of omdat je vrienden dat een goed idee vonden?’
‘Wilde ik,’ mompelt hij.
‘Laat de reacties dan eens zien.’
‘Dat wil je niet.’
Ze grist zijn telefoon uit zijn hand en scrolt langs scheldpartijen, doodsbedreigingen, macabere memes. Andere mensen zouden er bang van worden, of verdrietig, maar Simone voelt vooral ergernis – Christian heeft de deur wagenwijd opengezet voor deze modderstroom en daarna gedaan alsof hij er niets mee te maken had. Hij had het voor haar kunnen opnemen, op z’n minst kunnen ingrijpen bij de ergste beledigingen, maar hij heeft het allemaal laten gebeuren.
‘Leuke vrienden heb je,’ zegt ze. ‘Heel leerzaam, dit.’
‘Net zo leuk als die Ier van je?’
Ze wil vragen of dit nou nodig is, maar ze weet zeker dat hij dan zal antwoorden met de vraag of ‘wat zij gedaan heeft’ nodig was. Hij heeft voorlopig het laatste woord. Op alles.

***

De cola is zijn prik kwijt. Van het ijsklontje op het dienblad is alleen een klein plasje over. Aan het tafeltje naast hen werkt de oude vrouw zorgvuldig haar donkerrode lippenstift bij. Daarna vouwt ze met dezelfde precisie het papier van haar volgende cheeseburger en klemt het broodje tussen haar handen.
Simone buigt zich naar haar toe. ‘Mevrouw?’
Hun buurvrouw wijst verontschuldigend naar haar malende mond.
‘Eet vooral verder. Ik zou u graag een scenario willen voorleggen, mag dat?’
De vrouw kijkt langzaam van Simone naar Christian. ‘Zeg het maar,’ zegt ze. Haar glimlach laat diepe kraaienpootjes verschijnen. Ze zet haar tanden opnieuw in de cheeseburger.
‘Doe nou niet,’ zegt Christian, en Simone zou hem best zijn zin willen geven, maar dan moet hij wel iets doen. Als hij nu bijvoorbeeld zijn bizar goede Obama-imitatie zou inzetten, weet ze zeker dat ze zou lachen, dat er lucht in de situatie zou komen, maar hij blijft diep in zijn grijze vest zitten afwachten. Ze draait zich naar de vrouw toe.
‘Stelt u zich voor,’ zegt ze. ‘Een jonge vrouw, 22, en haar vriend, 23. Ze zijn vier jaar samen, maken plannen om samen te gaan wonen. Maar zij gaat eerst een tijdje weg en beseft dan pas hoe de hele boel al tijden op slot zit. Dat zij in alles het initiatief moet nemen. Ze ziet nu pas hoe weinig haar vriend doet, en erger nog: dat zij zich daar altijd door heeft laten tegenhouden.’
Nu Simone eenmaal begonnen is met praten, lukt het niet meer om te stoppen. Ze haalt het ene na het andere voorbeeld aan, anekdotes die ze zelf soms bijna was vergeten.
‘En dan,’ zegt ze tot slot, ‘maakt zij een misstap: ze gaat met een ander naar bed. Dat is niet goed van haar, maar, en dan komt nu de vraag: maakt dat haar een klootzak?’
De vrouw veegt een klodder cheddar van het dienblad en vouwt het servetje zorgvuldig dicht. ‘Dit gaat over jullie?’
‘Nou, het ligt wel iets anders,’ zegt Christian. Hij speelt met de rits van zijn vest.
‘Laat deze dame nou haar verhaal doen,’ zegt Simone. ‘Ik vraag gewoon even om advies.’
‘Luister, ik ben zesendertig jaar getrouwd geweest. Ik ken jouw kant van het verhaal, en het jouwe ken ik ook. Ik bedoel, als mijn man en ik eerder waren gaan praten, had ik hier niet in mijn eentje zitten lunchen. En dan hoefde ik vandaag niet in mijn eentje naar de Canarische Eilanden te vliegen om alleen op een strandbed te gaan liggen.’
‘Maar mevrouw…’ sputtert Christian.
‘Jongen, ik ben hier om te lunchen, niet om voor Dr. Phil te spelen. Volgens mij weten jullie best hoe het zit.’ Ze staat op en draait zich naar Simone toe. ‘Jij weet dat je had niet moeten vreemdgaan. En jij – wees een kerel en bespreek dit gewoon zelf met je vriendin. Dit moeten jullie zelf oplossen.’ Ze veegt haar vingers een voor een af aan de resterende servetten op haar dienblad. ‘Ik moet gaan. Er staat altijd een rij bij de controle.’
De vrouw vertrekt vlug en zonder om te kijken – de laatste cheeseburger zit nog in de verpakking. Eén van de wielen van haar rolkoffertje is afgesleten en draait zinloos rondjes boven het linoleum. Simone kijkt het tollende wieltje na tot het om de hoek verdwenen is. Ze wilde een punt maken met haar vraag, maar welk punt was dat eigenlijk? Christians wiebelende voet stoot het karton met haar naam om. Als hij het opraapt ziet ze naast de strakke zwarte letters een klein rood potloodhartje staan.
Ze kauwt op haar rietje en wacht. Het is aan hem. Ze gunt hem het laatste woord.
Hun lange stilte wordt doorbroken door een omroepgeluid en een kalme stem die meldt dat een zoekgeraakt kind zich netjes heeft gemeld bij de informatiebalie.
‘Ben je verliefd op hem?’ vraagt hij uiteindelijk.
Het bericht over het gevonden kind schalt een tweede keer door de hal. Christian dept het dienblad droog met zijn mouw.
‘Ik wil naar huis,’ zegt Simone.

 

Over de auteur

Luuk Schokker (1990) werkt overdag voor de Universiteit Utrecht en schrijft buiten kantoortijden fictie. Verhalen van zijn hand verschenen o.a. bij Vers Beton, Hard//hoofd en Papieren Helden.

Over de illustrator

Astrid Vandendael is een Gentse illustrator. Haar werk bevat vooral personages bestaand uit vreemde figuren die nogal onwetend interacties ondergaan met hun omgeving. De sfeer is melancholische en afstandig met een humoristische toets. Meer werk kan je altijd terugvinden via instagram of haar website.

Lees meer van

Eerste indrukken: Waarom ik dol ben op Duitsland (en mijn broertje niet).

Door Luuk Schokker

Der Germanist geht immer wieder weiter. Deze week laten vier auteurs in een reeks mini-essays hun Duitsland aan ons zien. Meezing-Matthäusen, stroef verlopen schoolreisjes, bijzondere instrumenten en een andere kijk op Kafka – het komt allemaal voorbij. Luuk Schokker bijt het spits af! *** Het schijnt niet meer dan zeven seconden te duren voor iemand een […]

Lees meer uit de categorie Proza

Weekwater

Door Maren Vandenhende

Sommige dingen moet je ondergaan, zoals het koude water aan het begin van een douche, de hard geworden stukjes brood in smeerpasta en de doorsteekweggetjes die naar ochtendurine ruiken. Met mensen is dat ook zo. Ze zeggen dat we enkel voorkomen in paren. Sneetjes kaas die nu eenmaal bij elkaar horen alsof ze één dikke […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper