kort verhaal

Totale verbranding

Door Arthur Matze | beeld: Caya Emmelkamp
17 maart 2022

Robin keek in de spiegel. Op de achterbank zat Lisa stilletjes met haar hoofd tegen het raam. Iedere keer als ze uitademde ontstonden er kleine wasemplekjes op het glas. Ze was net weer wakker geworden en keek naar de schapen, die in grote groepen dicht tegen elkaar aan stonden in de voorbijglijdende weilanden. Robin had er moeite mee zijn aandacht op het natte wegdek te houden, zijn ogen gleden voortdurend af naar Lisa. Het licht van de lantaarnpalen dat in de sneeuw weerkaatste gaf een blauwe gloed op haar gezicht.
      Uit het handschoenenkastje haalde Robin een Twix en hield hem naar achteren. In de spiegel zag hij hoe Lisa eerst aarzelend naar hem en de Twix keek, voordat ze hem, zonder iets te zeggen, uit zijn hand pakte. In kleine hapjes at ze één reep langzaam op. De tweede legde ze in de geopende verpakking naast zich neer.
     ‘Van mama mag ik nooit zulke grote snoeprepen hebben.’
     ‘Dat weet ik, het mag ook eigenlijk niet, maar ik heb even niets anders in de auto. Wil je die tweede niet?’
     ‘Nee, ik krijg buikpijn als ik zo veel chocola eet, zegt mama.’
     ‘Mag ik hem dan?’
     Robin draaide zijn arm weer naar achter en Lisa legde voorzichtig de Twix in zijn hand.
     ‘Dankjewel.’ Hij probeerde opgewekt te klinken, maar het bedankje kwam maar half uit zijn mond.

De afgelopen acht dagen waren stilstaand aan hem voorbijgegaan. Het ongeluk en het overlijden van Laura, Lisa’s moeder, leken zowel gister als een eeuwigheid geleden. Alsof hij acht dagen had geslapen en een leven later wakker was geworden. En ergens in die acht dagen had de wereld besloten dat hij geen vader kon zijn voor een meisje dat hij niet verwekt had.
      Robin had nooit kinderen willen hebben. Hij had er geen moeite mee te passen op de kinderen van zijn vrienden, maar na één zo’n middag of avond was hij altijd doodop. Hij begreep niet wat men er in zag een kind te nemen en het op te voeden, voor hem had de toewijding die daar bij hoorde vooral een enorme opoffering van zijn eigen vrijheid geleken. In sommige gevallen leek een kind vooral, zo had hij bij een aantal van zijn vrienden gezien, een laatste poging een slecht lopende relatie nog te redden. Die gedachte deed hem haast fysiek pijn. Dat men een volledig eigen leven voorgoed aan de kant kon schuiven in de hoop iets te behouden wat eigenlijk al kapot was.
      En toch, toen hij bijna een jaar geleden voor het eerst Lisa ontmoette, nadat hij al een paar maanden met Laura aan het daten was, brak er iets in hem. Een harde steen in zijn binnenste verpulverde tot gruis en maakte plaats voor een vorm van liefde die hij nog niet kende. Hij wist bijna direct dat hij Lisa’s vader wilde worden. In haar herkende hij alles van Laura waar hij verliefd op was geworden, in een nog pure, kinderlijke vorm. Voor het eerst begreep hij waar zijn vrienden al jaren zo’n ophef over maakten. De liefde voor een kind was ondoorgrondelijk, zelfs al was het niet zijn eigen kind.
      Twee dagen na Laura’s dood werd Robin gebeld door de advocaat van Jeffrey, Lisa’s vader. Hij had geen idee hoe Jeffrey zo snel hoogte had gekregen van het ongeluk, maar blijkbaar was hij direct tot actie over gegaan. Binnen een paar dagen was er een kort geding geweest en had de kantonrechter bepaald dat Jeffrey de voogdij kreeg over Lisa. Jeffrey was zelf niet aanwezig geweest in de rechtbank, waardoor zijn bestaan nog altijd niet meer dan een donkere vlek in Robins verbeelding was. En nu, na maanden Lisa’s ontbijt klaargemaakt te hebben en haar naar school te hebben gebracht, bracht hij haar naar deze gezichtsloze man om haar daar voorgoed achter te moeten laten.

In een leeg wit weiland zag Robin een schaap met een lammetje bij een gesloten hek staan. Hij moest denken aan Jeffreys stem. Aan de telefoon had hij groot geklonken. Een man met een brede lichaamsbouw en veel spieren. Misschien was dat beeld ook wel in zijn hoofd gaan zitten omdat Robin wist dat Jeffrey in de bouw werkte. Het telefoongesprek had maar kort geduurd, niet meer dan drie minuten. Met een paar bondige zinnen had Jeffrey laten weten, of eigenlijk meer verordend, wanneer Robin Lisa kon komen brengen. Over Laura hadden ze geen woord met elkaar gesproken.
      Achter hem was Lisa wat naar voren geschoven en hing nu met haar hoofd dicht naast dat van Robin. Met een zachte stem zei ze zijn naam.
      ‘Ja, Lisa.’
      ‘Weet Jeffrey wel hoe ik eruitzie?’
      Robin was even stil. Hij had er nooit bij stilgestaan dat Lisa nog geen jaar oud was toen Jeffrey haar en Laura had verlaten, en dat ze er toen natuurlijk nog niet zo uit had gezien als nu. Hij had geen idee of Laura na die tijd nog contact met Jeffrey had onderhouden, hem misschien foto’s van zijn dochter had gestuurd. Het leek Robin erg onwaarschijnlijk dat dit het geval was, of dat Jeffrey zijn dochter echt zou herkennen.
      ‘Hij is je vader, hij zal je vast nog wel herkennen.’
      ‘Maar ik was toen nog heel klein,’ opperde Lisa snel, ‘toen zag ik er toch heel anders uit? Als baby. Wat als hij me niet herkent?’
      ‘Je ogen zijn altijd hetzelfde gebleven.’
      Lisa keek aandachtig in de achteruitkijkspiegel naar haar eigen ogen.
      ‘Zijn mijn ogen altijd al blauw?’
      ‘Zo lang ik je ken in ieder geval wel, ja. En op oude foto’s die je mama me heeft laten zien had je volgens mij ook blauwe ogen.’
      Lisa leunde terug in haar stoel en keek weer uit het raam. In zijn hoofd vervloekte Robin zichzelf. Hij had haar moeder niet willen noemen. Zijn grip op het stuur verstevigde en zijn blik op de weg verviel in gestaar. Hoewel het rustig was  bleef hij op de linkerbaan rijden. Met beheerste voet drukte hij zachtjes het gaspedaal verder richting de vloer. Langzaamaan ging hij sneller en sneller. Van de maximaal toegestane honderdtwintig naar honderddertig, honderdveertig, honderdvijftig kilometer per uur.

Het besturen van een auto had Robin altijd al een enorm vervreemdend machtsgevoel gegeven. Als hij een lange rit moest maken kwam er meestal wel een moment waarop hij zich realiseerde hoe fragiel een leven is. Hij hoefde maar een klein rukje aan zijn stuur te geven en zijn bestaan, en dat van andere inzittenden in zijn auto, zou voorgoed veranderen. Met natuurlijk een grote kans op een definitief einde. Daarbij kwamen dan ook nog de levens van de automobilisten die om hem heen reden. En de mensen in zijn leven die om hem gaven. Wie zouden hem missen? Hoe lang zouden zijn vrienden en familie rouwen voordat ze weer verder gingen met hun levens, en nog maar sporadisch aan hem dachten?
      De impuls zijn stuur een onverwachte draai te geven had hij tot nu toe altijd kunnen onderdrukken. Hij had nooit de behoefte gehad zijn leven te beëindigen. Vanavond was het de eerste keer dat deze realisatie een bijna fysieke vorm aannam. Alsof zijn onderbewuste naast hem op de bijrijdersstoel zat om dat ene onomkeerbare rukje aan het stuur te geven. Zo kon hij het aan zichzelf verantwoorden: hij had het dan nauwelijks zelf gedaan. Hij zou niet gelukkig sterven, maar wist wel dat Lisa zo geen ongelukkig leven bij haar vader hoefde te doorstaan. Bovendien was het moeilijk, nu Laura met een gewelddadige kracht uit zijn leven was gerukt, nog enige vorm van betekenis te vinden. Misschien was zij het wel die naast hem op de bijrijdersstoel zat. Met één hand aan zijn stuur zocht ze opnieuw contact met hem.
      Robin sloot zijn ogen. Naast hem zat Laura. Ze keek naar hem en leek op hem te wachten; hij moest een besluit nemen. Aarzelend trok Robin zijn handen terug van het stuur.
      Heel even zorgde Laura’s aanwezigheid voor een terugkerende kalmte in zijn lichaam. Voor een loshangend moment had hij het gevoel van totale gewichtsloosheid. Toen begon zijn hart weer te kloppen. Hij opende zijn ogen en pakte het stuur met beide handen gauw weer vast. Zijn hart sloeg een paar keer dubbel en klopte toen weer normaal. De auto reed nog altijd in dezelfde baan. Hij keek naar Lisa in de spiegel, die weer met haar hoofd tegen het raam naar buiten lag te kijken. Ze had niks gemerkt.

Het huis van Jeffrey stond nagenoeg aan het eind van een doodlopende weg, in een nieuwbouwwijk die grotendeels nog in aanbouw was. Rijtjeshuizen met allemaal net een andere voorgevel stonden leeg en donker achter ijzeren hekken. Tussen de stoeptegels voor Jeffreys huis was het zand nog niet goed ingezakt.
      ‘Dit is het Lisa. Nummer vier. Zal ik aanbellen of wil jij het doen?’
      Lisa kneep zachtjes in Robins hand en schudde haar hoofd en schouders heen en weer. Hij wilde naast haar hurken en haar een knuffel geven. Haar vertellen dat het vast heel leuk zou worden. Maar hij bleef rechtop staan en drukte de metalen bel in. Na een paar seconden sprong het ganglicht aan en ging de deur open. De geur van zachte parfum en sigarettenrook. Jeffrey was kleiner dan Robin zich had voorgesteld, maar iets groter dan hijzelf. Hij droeg een geruit overhemd dat hij in zijn lichtblauwe spijkerbroek had gestopt, en een paar oude sneakers. Op zijn neus had hij een vierkant brilletje met daaraan een koordje dat om zijn nek hing.
      ‘Hoi Lisa, wat leuk je weer te zien.’
      Jeffrey ging direct gehurkt zitten en hield zijn armen open om haar een knuffel te geven. Zijn woorden klonken oprecht. Lisa zei niks terug en bleef Jeffrey schuin aankijken.
      ‘Dat is niet erg. Het komt nog wel.’ Jeffrey stond weer op en stak zijn hand uit naar Robin.
      ‘We zullen rustig aan doen. Het is allemaal niet niks natuurlijk, helemaal niet voor Lisa. Ik heb een kamer voor haar leeggemaakt en een bed gekocht, zo heeft ze alvast haar eigen plekje in huis.’
      Robin schudde Jeffreys hand en was stil. Jeffrey was niet de grote gewetenloze man die hij zich had ingebeeld. Hij was een normale man, met blauwe ogen die hem meelevend aankeken.
      ‘Sorry van de lucht. Ik ben twee dagen geleden gestopt in huis te roken, maar het is er nog niet helemaal uit. Komen jullie binnen?’
      Robin wilde een stap zetten maar zijn voeten zaten vastgevroren aan de grond. Opeens bekroop hem het gevoel dat hij hier niks meer te zoeken had, dat dit het einde was. Hij kon daar niet naar binnen. Hij wilde niet weten hoe Lisa’s nieuwe leven eruit zou zien. Het was beter zo snel mogelijk weer weg te gaan. Hij had Lisa weggebracht en dat was het.
      ‘Sorry, ik moet direct weer weg. Het is nog best een eindje terug.’ Hij ging door zijn knieën en omhelsde Lisa. Hij voelde haar armen slap langs haar lichaam hangen.
      ‘Doei, Lisa.’
      Zonder haar of Jeffrey nog aan te kijken liep hij terug naar de auto.
      ‘Robin!’ Jeffrey riep hem na.
      Robin draaide zich om.
      ‘Het spijt me van Laura.’ Jeffrey had zijn handen op Lisa’s schouders gelegd, beiden keken ze hem aan.
      Het was weer begonnen met sneeuwen en de vlokken gleden geluidloos tussen hen naar de grond. Hij voelde de kou tot diep in zijn botten dringen. Met beide handen hield hij de kraag van zijn jas stevig dicht. De reis terug voelde ineens als een lange donkere tunnel waar hij heel lang over zou gaan doen.
      ‘Waarom kom je niet nog even binnen?’ vroeg Jeffrey.
      Robin wilde ingaan op de uitnodiging. Mee naar binnen om iets warms te drinken en de terugreis uit te stellen. Hij wilde zien dat het daarbinnen een grote rotzooi was en de muren geel waren van de rook. Maar hij wist dat dit niet de werkelijkheid was. Bij wijze van groet hief hij zijn hand op en draaide zich weer om.

Voor hij de hoek omsloeg zette hij de auto stil. Laura zat niet meer naast hem. Op de bijrijdersstoel lag alleen nog het lege cellofaan van de Twix die hij met Lisa had gedeeld. In de achteruitkijkspiegel zag hij haar in de armen van Jeffrey steeds vager worden. De vallende sneeuw belemmerde zijn zicht, als de ruis van een stervend kanaal op een oud televisietoestel. Hij herkende niet meer het meisje waar hij negen maanden vader voor was geweest.
      Op de achterbank verscheen een leegte die hij herkende van voor hij Laura had ontmoet. Een geluidloos niets dat iedere ruimte vulde en zijn handen zwaar maakte.

Over de auteur

Arthur Matze (1992) is altijd op zoek naar de waarheid, wetende dat ze subjectief is. Hij studeert aan de Schrijversvakschool en schrijft proza, gedichten en filmscenario’s. 'Totale verbranding' is zijn eerste online publicatie. Begin dit jaar vertrok hij met zijn kat naar het Franse platteland om naast een houtkachel aan zijn debuutroman te werken. Als hij nu ’s nachts naar buiten loopt is de stilte van de open lucht zo overweldigend dat hij haar bijna aan kan raken.

Over de illustrator

Caya maakt met heimwee naar haar kindertijd werk over verkleedfeestjes en knip-en-plak collages. Op het randje van illustratie drukt ze zich uit in o.a. video, installaties en kostuums.

Lees meer uit de categorie kort verhaal

Amos

Door Lieven Stoefs

’s Avonds laat loopt hij mechanisch over zijn land. Zijn forse lichaam hangt voorovergebogen, alsof de zwaartekracht hier, heel plaatselijk, net iets meer trekt. Hij heeft ijsblauwe, haast doorzichtige ogen. Sierlijke lijnen scherp om zijn ooghoeken en mond geëtst, zijn huid taai en donkergoud getaand. De hele strook heeft Amos omheind. Aan elke zijde betonnen […]

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen