De Toerist kort verhaal themamaand

De Toerist: En hij zag dat het goed was

Door Chris Kok | beeld: Carlyn Westerink
17 april 2022

Ik haast me richting de dranghekken en wurm me naar de voorste rij. Aan de andere kant heeft een explosie plaatsgevonden. Een pand staat in de hens, ledematen liggen verspreid over het asfalt. De zon schijnt. Het is een mooie dag.
     Ik zie rampen als onvermijdelijk. De mens snakt naar orde, probeert het af te dwingen. Maar de natuur verlangt naar chaos. Betontegels gebroken door boomwortels. Bakstenen muren verbrijzeld door klimop. Wandelaars door berenklauwen aan stukken gescheurd. In chaos ligt potentie. Alleen door iets af te breken kan iets nieuws ontstaan.
     1990: ik ben vier jaar oud. Het is zondag dus ik hoef niet naar school. Mijn vader en moeder zijn eens niet aan het werk. We kijken televisie met een bordje friet op schoot. Ik mag tekenfilms kijken waarin schildpadden vechten en eenden zwemmen in goud. Tussendoor stromen beelden van een oorlog de woonkamer binnen. Het geluid van kogelschoten en explosies. Ik krijg een knuffel van mama.

     Een ramp zit in een klein hoekje. Een gepeste scholier wordt één keer te vaak in een kluisje gepropt. Een verkeersleider verslaapt zich en slaat haar tweede koffie over. Een terrorist wordt verleid zijn leven te geven voor de belangen van in schaduw gehulde figuren. Een vlinder slaat met zijn vleugels.
     1992: een vrachtvliegtuig slaat een gat in een flatgebouw in de Bijlmer. De vlammen branden zich via het scherm in mijn ogen.

     Hoe eerder ik bij een ramp ben, hoe meer ik kan zien. Daarin ligt de uitdaging. Ik kan natuurlijk als een idioot Pompeï gaan bewonderen; de versteende overblijfselen liggen er al drieduizend jaar. Het is een dode echo, een tombe van mensen die eeuwen geleden verdwenen. Een rokend geweer, daarentegen, een woedende oorlog, een aan gort geblazen straathoek – dit zijn levende organismen.
     1994: in Rwanda vallen honderdduizenden Tutsi’s onder de machetes van Hutu-milities. Ik zie nieuwe configuraties van mensenlichamen
verdwenen armen en benen.
     Met mijn lichaam tegen het dranghek geperst schiet ik plaatjes van de dynamische schoonheid van vernielde gebouwen en levens. Ik snuif de geur op van brandende stad, en proef de smaak van tot poeder geblazen beton. As valt als sneeuw. Het gegil van gewonden, vermengd met schreeuwende sirenes, klinkt me als muziek in de oren. Nooit voel ik me zo levend als wanneer ik word omringd door de dood.
     1999: dertien doden vullen de gangen van Columbine High School. Was ik daar geboren, had ik ertussen kunnen liggen.

     De avond valt en grote lampen belichten de ravage als een filmset. Ik vervang mijn rolletje en schiet verder. Vergeet glooiende heuvels, of uitgestrekte oceanen. Dit is het mooiste uitzicht dat er is.

Hoe groter de ramp, hoe langer het duurt voor het stof neerdaalt, en daarmee een zekere rust. De triage is gedaan, gered is wie er te redden viel. Er wordt nog gezocht, maar de hoop krimpt met de minuut. Mensen zijn moe, het verhaal is verteld. De sirenes zwijgen, de nood is niet langer hoog. Een voor een verlaten mijn medetoeristen ons bedevaartsoord. Ik blijf alleen over. Ik drink koffie uit een thermosfles en eet de boterhammen die ik thuis klaarmaakte.
     2001: twee vliegtuigen duwen de trotse pilaren van de Amerikaanse droom omver. Ik knipper met mijn ogen en de wereld is voor altijd veranderd.

     Pas wanneer de wederopbouw begint verlies ik mijn interesse. Ik vertrek naar huis, ontwikkel mijn film, geniet na.
     2002: na jaren plaatsvervangend slachtoffer zijn, is het eindelijk mijn beurt. Ik heb een eersteklasplek: de achterbank van een van twee auto’s die elkaar omhelzen. Met een hemels kabaal – geschreeuw, brekend glas, verdraaiend metaal – wordt mijn persoonlijke ramp geboren.

     Hulptroepen snijden me uit de auto. Mijn ouders zijn niet meer te redden. Het idee dat ik wees ben, klopt aan de deur van mijn gedachten, maar ik laat het niet binnen. De vrouw die me onderzoekt probeert mijn blik te vangen, maar mijn ogen willen maar een ding zien. Het treffen van staal en staal.
     Jaren aan journaals zijn in een moment vergeten, met de inslag van deze zintuiglijke bom. Ik ruik verbrand rubber. Sirenes vullen mijn oren en bloed ligt op mijn tong. Mijn ribben zijn gebroken, ik ben een tand verloren en mijn hersens zijn flink geschud. Maar ik leef, meer dan ooit.
     De televisie van opa en oma is groter dan die we thuis hadden. Hier staat hij de hele dag aan. Ik krijg knuffels van oma.
     Tsunami, dijkdoorbraak, zelfmoordaanslag, genocide, gekkekoeienziekte, hongersnood, malaria.
     Maanden later kom ik pas terug, als elk spoor verdwenen lijkt. De hekken zijn weg, de rust is wedergekeerd. In de chaos is een nieuwe poging tot orde geschapen. Maar standhouden zal hij niet. Thuis heb ik een kast met fotoboeken vol bewijs.
     Ik zoek naar verborgen verschillen in kleur tussen partijen baksteen. Het zand tussen vers gelegde tegels. Het glimmende metaal tussen doffe, oudere delen. Ik sta voor het gedenkteken en lees de namen van mensen die van hun roem nooit de vruchten zullen plukken.
     De enige naam die ontbreekt, is die van de verantwoordelijke. Degene die de explosieven plaatste in de meterkast van een slecht bewaakt hotel. Hij die het wonder liet geschieden. De schepper.
     Maar ach, het gaat mij niet om de erkenning.

Over de auteur

Chris Kok (1983) is beginnend schrijver. Hij woont in Amsterdam met zijn vrouw, twee katten, en hond. De belangrijkste les die hij leerde is: schrijven is schrappen. Dus, tot zover deze biografie.

Over de illustrator

Carlyn Westerink (1995) is observerend beeldmaker. Ze plukt onderdelen uit de waarneembare wereld en vervormt deze naar een vertaling waarin de menselijke beleving in de natuur samensmelt. Voor haar is het belangrijkste verhaal de onzichtbare, dwalende wereld.

Lees meer van

Het zwarte ei

Door Chris Kok

In het holst van de nacht begon het ei te kraken. Teun lag boven in bed, wakker. Het ei lag beneden. De eerste barst klonk als een baksteen door het raam. Soepel voor zijn tachtig jaren sprong Teun uit bed. Hij vloog de kamer uit, stortte zich van de trap en kwam tot stilstand in […]

Lees meer uit de categorie De Toerist kort verhaal themamaand

De Toerist – Oproep

Door Nienke van Leverink

Themamaand 2021: De Toerist We vlogen de wereld rond alsof het niets was. Ontbijt in Rome, lunch in China, cocktails in Rio de Janeiro. Dat leven kwam vorig jaar plotseling tot stilstand. We zijn benieuwd naar de ideeën van onze voormalige digitale nomaden. De Optimist vraagt jou een verhaal, gedicht of essay te schrijven voor […]

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen