poëzie

Poëzie: Wouter Dalem

Door Wouter Dalem | beeld: Kim Ouweleen
19 juni 2023

Bewezen ervaring
(ode aan Wang Wei)

Stagiairs hebben de neiging statistieken te verzieken
en vrienden maken binnen de hoofdredactie
lukte me niet – ik was altijd te vroeg en te laat.
Kerstborrels zijn overzichten en voornemens
in een afgehuurd theater. De geluidsman
weet wat leugens zijn. Hij doet ook het licht.
De gasten zijn te beleefd om elkaar af te keuren,
slagen daar wonderwel in. Misschien waar:
taal zonder woorden
vult geen tijdschrift.

De papieren pijltjes voor een blaaspijp, afgevuurd
langs de lijnen van opwinding en straf,
luisteren naar één bevel:
keer niet terug.
Zelf gehoord.

Op de volgende stageplaats werd ik als
een talent ontvangen. Weten hoe je
moet falen aan de rand van de stad,
in een kantoorgebouw langs de snelweg,
dreigende luchten, overwaaiende vogels,
een huiverend spoor van remlichten.

Wat ik tot nu toe leerde: dat de besten onder ons
op bedrijfsevenementen als derde vertrekken,
een ongemakkelijk gesprek vieren met
een duur weekend in de natuur,
en dat vijf voor alles het maximum is.

Bd

Meta zit achter het stuur en rijdt
als een razende door de stad. Naast hem zingt
het geraamte (niet mijn moeder)
met lichtjes in het zwart van de oogkassen.
Een hond verschijnt uit de kantlijn, dient
ontweken. De auto slaat over de kop,
wielen hemelwaarts, stervend dier,
tolt om zijn as. Getekende avonturen
(mijn zieke moeder, haar huiverende mond)
hebben hem altijd vervoerd. Een wereld
die zich niet wil laten begrijpen,
het doel kan dit niet zijn,
opengeslagen en balancerend
op de armleuning van de sultanbank.
We hadden rond deze tijd al dood moeten zijn.
Het geraamte kijkt achterom,
zoekt de hond.

Jacuzzi, versleten

Het bad is nu bemand
maar vanwege
elektrocutiegevaar
slechts gevuld met heet
eucalyptuswater
zonder bubbels.
Een vuurwerk scheurt
los van de donkere hemel,
die net nog serieus
en onbewogen leek.
Het jaar komt in aanmerking
voor afkeuring:
veel ging fout en wat goed
ging liet geen sporen na,
louter kruitdampen
en lange, vreemde haren
op het hoofdkussen.
Het geluid van het uittrekken
van de stop en het water dat
naar beneden huilt
is een kwade lokroep,
een oefening voor dode
moeders en iedereen die
hen volgt dit nieuwe
jaar in.

Saudade

Waar is de jongen die de krant leest en lacht?
Pessoa zit achter zijn schrijftafel en kijkt
naar de boekhouding van de regen op zijn raam.
Maan en sterren zijn zijn vrienden,
de voorbijgangers beneden hem onbereikbaar
als cijfers op de onderste prijslijsten.

Waar is de jongen die een meisje zoende op een kerkhof?
De kist in Lissabon, een echoput die nooit verstomt.
Cafés en kantines voorbijgelopen, naar nachtelijk onweer geluisterd,
talloze bovenkamers zorgvuldig ingericht,
veel bruin en rood en blauw.
Gedachten die rijp op het gras neerkomen
zijn de grondstof voor een nationaal distillaat.

Waar is de jongen die zijn verjaardag vierde op andermans zolder?
We gaven hem een regenjas in kinderlijk geel.
Oude liefdes waren thuisgebleven of bestonden niet.
Er kwamen wortels, bier, muziek en iemand
ging eten halen, geel, geheel in stijl.
Ik gaf hem Pessoa, nog nooit van gehoord,
en vond hem na een verhuizing terug,
zijn rug trots en onbeschadigd.

Ik weet waar de jongen was
en soms waar hij zou kunnen zijn.

Decemberochtend

De studenten in de laan slapen bij hun voorzaat,
dispuutsvlaggen hangen koud en streng voor de gevels,
wijzen naar het verleden van neergesmeten fietsen.
Oud en nieuw geld houdt van rust, men is trots
op koopwoningen van honderd jaar oud.
De toen geplante esdoorn dient beschermd.

De banketbakker kijkt uit op zwarte acacia’s,
past traag achter de vitrines vol deeg
en room en is niet veel anders dan
de man die om de hoek iedereen
een heerlijke morgen wenst, of beterschap.
Afgeprijsde speculaas is weggesmeten.

Het zijn de weken van griep en gebak,
van dekens en afzeggingen, films
waarvoor je je huis niet uit hoeft.
Een stapel vet karton
verliest zijn geur
in een dag of vier.

Er rijden hier geen vuilniswagens.
Nobelesse oblige, men brengt zijn afval zelf weg.
Of is het andersom, en leidt het
gevolg tot de oorzaak?
Zie de dispuutsvlaggen,
de griep, het gebak.
Ochtenden zijn ergens een begin van,
en zelden daadwerkelijk heerlijk.
Het hoesten kan een aanvang nemen.

Over de auteur

Wouter Dalem (1983) herontdekte in 2022 bij het leegruimen van een werkkamer van een Rotterdamse oud-policitus de poëzie, met name die van vroege Aziatische dichters als Wang Wei. Eerder publiceerde hij enkele intuïtieve gedichten in Amsterdamse faculteitsbladen. Hij woont in stilstaande treinen, waar hij werkt aan een kleine bundel.

Over de illustrator

Kim Ouweleen (Amsterdam, 1988) is tekenaar, auteur en proeflezer. Hij schreef o.a. het kunstboek 'Kamagurkistan. Voorbij de grenzen van de ernst', over het absurdisme van de Belgische kunstenaar Luc Zeebroek. In zijn illustraties verweeft Ouweleen zijn voorliefde voor surrealisme met humor, dieren en de denksport go. - www.murugandi.com - Instagram - Facebook

Lees meer uit de categorie poëzie

De Regelname #10: Mattijs Deraedt

Door Mattijs Deraedt

Klecks – hét platform voor poëziekritiek – en uw geliefde podium voor hedendaagse poëzie, De Optimist slaan de literaire handen ineen en presenteren de reeks ‘De Regelname’. Klecks vraagt aan dichters welke regels zij zelf geschreven zouden willen hebben – en waarom. Wij vragen ze met die regel iets nieuws te schrijven, dat op De […]

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen