poëzie

Poëzie: Sylvia Amptmeijer

Door Sylvia Amptmeijer | beeld: Kenny Noorlander
27 juli 2023

Verfschuur

ik wil het voelen met iemand anders
ik wil voor het eerst cola met prik drinken
jij met je slaappillen en je verfschuur
de zilveren lepels in je keukenla
naast de lulvormige flesopener uit Bali

ik bedacht hoe hoog mijn cijfers zouden zijn
als ik deze rustige leeromgeving had
de schuur met een groot, zwart bureau
sommige bakstenen werden verborgen onder jouw doeken verf

de ruimte heeft meer:
een treinonderdeel een doorgeslagen lamp
1000 euro aan verfblikken
het pianoproject van je broer

nooit was ik de eigenaar van een draaistoel
dit is mijn eerste jaar met een draaistoel
als je rondjes draait
komt steeds hetzelfde
voorbij

ik vind opeens veel aanstekers
terwijl ik er eerst niet één kon vinden

ik ben geboren in een flat in Gelderland

ik kan dit verhaal over jou niet eindigen
ik wil je nog vertellen hoe fijn het is om te flossen
wanneer de tandarts zegt dat je dat dagelijks moet
dan meent die dat, mijn grote schrijver
na een tijdje stopt het vanzelf met bloeden

 

Slapen

men loopt rond en bestuift alles
men kan dit maar zo lang doen
straks is men grijs en kaal en lelijk
de bezige bij, de uitgewrongen doek
en maar seks, en maar door

men zou nooit weten
hoe het is om samen
te praten over de cadeaus
die we onze ouders zouden geven
zodra we eindelijk geld hadden

en maar slapen, en maar door
in het bed waar ik bang voor ben
waar mijn hart breekt
bij de bittere gedachte
dat jij niet alleen in slaap valt

en ik maar wensen
dat ik zo puur was
zoals mijn beperkte verlangen
naar intimiteit
je zou doen denken

ik was pas een kind van 19
en daarna werd ik 20 
en toen zag ik je nooit meer 

 

 

Stockholm

dit is het
het laatste gedicht
over jou:

je bent zo simpel
dat is fijn

onze band versterkte
toen we erachter kwamen
dat we allebei
een online autismetest
hadden ingevuld

we hebben zoveel gemeen

ik zag je werk
langs het treinspoor
ik was de rest van de dag
misselijk en ziek

de enige uitweg
was met jou vechten
of anders met je vriendin
maar dat zou ik nooit doen
en het zou mij ook
niet beter laten voelen

ik was laatst in Stockholm
ik wilde je dat nog vertellen

ik was laatst in Stockholm
ik werd goed behandeld
ik kreeg de goede slippers
ik kreeg shoarma met rijst
(maar ik eet geen vlees)

mijn vader at de fufu
en de lam
met pindasaus

ik sliep met twee nichtjes
op een kamer
zij deelden een bed
en ik kreeg drie matrassen op elkaar
er was een spiegel en een rolgordijn
er waren zakken
vol kleding
dat was het

er waren drie slaapkamers
en acht mensen
ik zei om drie uur
dat ik zou slapen
mijn vader ging door tot vijf
de muren waren dun

ik moet mijn vader nog
terugbellen

er was iets met bêtises
iets met schaamte kennen
niet zomaar alles
op tafel
zoals de witte mensen
die alles maar delen

 

 

Ik bel je zo terug

ik at mijn eerste courgette
thuis bij een verschrikkelijke

mijn leven was anders gegaan
zonder jou
en daarvoor vergeef ik je niet
ooit maakte je een tekening
het was een schets
van een man met een fles in een hand
en in de andere
een telefoon
bovenaan schreef je:
“ik bel je zo terug”

ik vroeg waarom je het maakte
je wist het niet
of je wilde het gewoon
niet vertellen

grappig dat je je leven
zo vroeg vergooide

elke dag buiten
om falen te vieren
of te verdoven

maar wie ben ik

 

De man met de krentenbol

geen oorlog, geen honger
gewoon de man
en zijn krentenbol
in de trein de grasvelden worden afgewisseld
met rijtjeshuizen
hier woonde ik vroeger
toen was er nog geen dakkapel

om toch zo content te zijn
als de man met zijn krentenbol
zo vredig en met zijn pet op

zo lief en schattig
de wereld is mooi soms
en onschuldig

de zon schijnt
de zomer begint
het is 21 graden

ik kan het niet zien
maar de man heeft vast een bermuda aan

de man met de krentenbol
en het begin van de Europese zomer
hij als personificatie van het begin
van de zomer
van het zwembad
en de verbranding
van de zonneolie
en het kontzweet op
een fietszadel

de man met de krentenbol
vredig, content, onschuldig
genietend

waarom altijd zo moeilijk
ik zou een krentenbol moeten eten
en in de trein moeten zitten
kijkend naar buiten
zoals de man die een krentenbol eet

ik zoek naar iets
wat ik onderweg ben verloren
maar ik moet er hier uit

Over de auteur

Sylvia Amptmeijer (2002) studeert Interdisciplinaire Sociale Wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en is woonachtig in Rotterdam. Veel van haar gedichten nemen je mee op reis door intieme en stroeve herinneringen uitgedrukt in felle doch meeslepende woorden. Persoonlijke, sentimentele verhalen hervormd tot gedichten over alledaagse onderwerpen behoren dan ook tot haar poëtische repertoire

Over de illustrator

Kenny Noorlander (1990) is een linosnijder uit Amsterdam, die zich laat inspireren door grote meesters in het houtsnijden van een paar eeuwen terug: Albrecht Dürer en Hans Holbein. Hij jaagt het lichtspel na van Caravaggio, in thema’s zoals de dood, demonen, vuur en tijd. Je vindt zijn werk via ken.tattooo.

Lees meer uit de categorie poëzie

Murphy

Door Ramon van den Dungen

Het kan wel zijn, bromt hij, dat je denkt dat appels naar de sterren vallen, auto’s op de zon af rijden, geluk te vangen is als krabben in de haven, terwijl je lief een duinkwarktaartje eet. Hij trekt een grijze haar uit zijn linkeroor. Leuk hoor, dat je lach is afgestoft, je vleugels stevig vastgesjord, […]

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen