Lizette Pater (1978) ruilde de Noord-Europese subculturen in tegen de minder hippe geneugten van het Italiaanse berggebied Abruzzo. Ze is ook regelmatig in Rome te vinden, waar ze op zoek is naar het jonge leven van die eeuwig in het verleden geleefde stad. Haar brede interesses leeft ze uit in freelance schrijven (o.a. voor National Geographic) en bloggen.
Lopen in de nacht.
door Lizette Pater
Tekst: Lizette Pater
Beeld: Bruno D’Amicis
Helemaal het heertje voelde hij zich met zijn nieuwe plastic hoed. De vlek op zijn jas deerde hem allerminst, juist omdat die zou moeten bewijzen dat hij in staat was imperfecties het hoofd te bieden.
Alles zover volgens plan. De steentjes onder zijn voeten maakten het gewilde geluid van de zijkant van de weg. De haastig genomen slok bier gleed, koude rillingen veroorzakend, richting maag. Bier en bewegende benen en knerpende steentjes, één exclusief genot. En de minder onthutsende zekerheid: morgen zal de zon weer opgaan, maar na al die jaren voor het eerst weer zonder mij.
Lopen in de nacht. Geritsel, pootjes op brekende bladeren, een lichaampje in het struikgewas. Een vosje. De één angst in de ogen, de ander weer op weg. Een wandeling uit duizenden, op deze weg altijd plezierig geweest. Vlak, kaarsrecht en exact duizend meter lang, met aan het einde ofwel het stationnetje, ofwel de Romeinse weg. Hij had het cliché van de eenzaamheid verkozen, het was alleen niet duidelijk welke richting terug – de weg was immers deze en de juiste. Honderd keer, heen en weer. De weg als een veerboot op zoek naar zijn oevers. De dure sportschoenen aan zijn voeten gaven zelfs een beetje het gevoel van deining. Verdrinken, dat zou makkelijk zijn geweest. Gewoon hup, overboord ermee. Maar er is in de verste verte geen water te bekennen hier. Een station, ja, maar de trein houdt het voor gezien na de laatste avondklok. In de nacht, in deze nacht, geen trein.











