Kort verhaal

Lopen in de nacht

Door Lizette Pater | beeld: Bruno D'Amicis
1 februari 2010

Helemaal het heertje voelde hij zich met zijn nieuwe plastic hoed. De vlek op zijn jas deerde hem allerminst, juist omdat die zou moeten bewijzen dat hij in staat was imperfecties het hoofd te bieden. Alles zover volgens plan. De steentjes onder zijn voeten maakten het gewilde geluid van de zijkant van de weg. De haastig genomen slok bier gleed, koude rillingen veroorzakend, richting maag. Bier en bewegende benen en knerpende steentjes, één exclusief genot. En de minder onthutsende zekerheid: morgen zal de zon weer opgaan, maar na al die jaren voor het eerst weer zonder mij. Lopen in de nacht. Geritsel, pootjes op brekende bladeren, een lichaampje in het struikgewas. Een vosje. De één angst in de ogen, de ander weer op weg. Een wandeling uit duizenden, op deze weg altijd plezierig geweest. Vlak, kaarsrecht en exact duizend meter lang, met aan het einde ofwel het stationnetje, ofwel de Romeinse weg. Hij had het cliché van de eenzaamheid verkozen, het was alleen niet duidelijk welke richting terug – de weg was immers deze en de juiste. Honderd keer, heen en weer. De weg als een veerboot op zoek naar zijn oevers. De dure sportschoenen aan zijn voeten gaven zelfs een beetje het gevoel van deining. Verdrinken, dat zou makkelijk zijn geweest. Gewoon hup, overboord ermee. Maar er is in de verste verte geen water te bekennen hier. Een station, ja, maar de trein houdt het voor gezien na de laatste avondklok. In de nacht, in deze nacht, geen trein. Lopen in de nacht. Naarmate hij langer loopt in het licht van de maan die een schaduw werpt op oneffenheden, doemen de bergen daarginds nu steeds dichterbij op. De toppen van sneeuw voorzien; de man met de zwarte jas en de witte hoed. Hij zou zo graag een motief gehad willen hebben, maar de berusting in het hier en nu heeft de plaats daarvan ingenomen. De vleermuizen met die stille geluiden; de paddenstoelen die als razenden hun sporen de wereld insturen; het einde van de weg waar er omgedraaid wordt en ook het blauwverlichte bord op het stationnetje. Lopen in de nacht. De slok bier werden er meer en tenslotte stond ook die fles in het schijnsel, om telkens weer gepasseerd te worden. Soms schoot er een steentje tegenaan en maakte een fel geluid. Het bier dat zo gelukzalig in de maag was beland had nu het eindstadium bereikt en de aandrang maakte zich van hem meester. Dilemma, knarsentandend bij het tóch optreden van een onvoorzienigheid.

LopenindeNacht

Blijven lopen, zoals de afspraak was, of toch stilstaand de urine uit zijn lichaam laten glijden? Na oeverloos intern gebazel, een discussie tussen blaasimpulsen en geest, besloot de blaas het op een akkoordje te gooien. De geest, de slimmerik, die in de gehele situatie als winnaar uit de bus wilde komen, had het plannetje gesmeed. Het heertje met de vlek, de hoed, de jas en het snode plannetje. Hij had nog nooit de urine lang weerstaan en zou dat dus nu eens gaan doen. Hoeveel meter, hoeveel deinende klotsende stappen tot niet alleen de jas, maar ook de broek bevlekt zou raken? Lopen in de nacht. Natuurlijk werd het lopen er zo al met al niet prettiger op. De situatie was dus uit de hand gelopen. Net als eerder, en juist dat had hem op weg gestuurd. Aanvankelijke razernij om voor velen iets onbenulligs dreef echter zíjn persoonlijkheid het huis uit. Zoals dat gaat bij plots opgekomen woede werden de passen die erdoor werden aangedreven alras kleiner tot ze uiteindelijk de oplossing voor alles boden. Alleen de fles bier, in de haast van de keukentafel meegegrist, was een nogal slecht idee geweest. Het vocht leidde af, de geest wilde berusting en schafte die zich met enkele signalen. Nat en schurend werd er voortgezet, en hij moest toegeven: constante ongemakken liever dan acute drang. Lopen in de nacht. Die simpele cadans nam alles in zich op, verwerd allesomvattend tot motief, oplossing en methode ineen. Methodisch die twintigduizend meter precies tot het moment dat de zon opkomt. Geen meter meer, geen minder ook. Voor imprecisies was hij hier niet, nooit geweest ook. Die van anderen daarentegen….tartten, toornden, tergden. Onder het luider wordende gekwetter van die vermaledijde aanduiders van de dag vraagt hij zich slechts deze ene keer af hoe het zou zijn, te moeten leven als het equivalent van een brekebeen zonder benen -een kop zonder zorgen-, zij het als gedachte-experiment en niet als rake constatering. Het antwoord onderbroken en gegeven door een streep licht vanachter de sneeuw tijdens die onherroepelijk laatste meter. Een loop in de nacht. Hij was gestorven en zou dat niet nog eens doen. —- http://saettigungsbeilage.blogspot.com Bruno D’Amicis is professioneel natuurfotograaf (www.brunodamicis.com).

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Naoko zingt Norwegian Wood

Door Marco Bijl

Zoals anderen squashen, of wekelijks golfen op zondagmorgen, zo heeft Naoko Nakamura op donderdag haar vaste karaokeavond, met haar baas, al zes jaar. “Nakamura-san, de taxi staat klaar!” Het bericht verschijnt via het bedrijfsnetwerk op haar scherm. Naoko sluit de computer af. De laatste uren van de donderdagse werkdag vult ze gewoonlijk met surfen en […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper