Reportage

De onthaalklas

Door Joyce de Badts
28 september 2011

Eén
Eerst is er de geur van ammoniak.
Op de vloer ligt een geblokt Winckelmanspatroon: beige/grijs, beige/grijs. Nu is dat vintage, toen gewoon afgrijselijk. Er zijn best  nog vrolijke blauwe deurtjes, weer leuk en retro nu. Toen was er enkel de angst voor de veel te grote spleet tussen vloer en deur. En de angst om opgesloten te zitten.
Er is een kraantje dat, hoe hard je ook draait, niet meer uitspuwt dan een bekalkt stroompje water. De zeep is op. Een vochtig handdoekje hangt aan een haak. En bovenal, de geur.
Ik ben weer op school.

 

Tajfun
Tajfun kijkt mij wanhopig aan.  Hij kent een taal. Hij kent duizenden woorden van die taal, maar nu weet hij even niet wat hij moet.
Ik vraag uit welk land kom jij? Een vraag die ik ieder uur, iedere dag vraag, en de klas antwoordt onvermoeibaar: ik kom uit Senegal/Guinee/Sri Lanka/Servië/Macedonië. Tajfun komt uit Turkije en is sinds het begin van deze maand in België.
Maar Tajfun antwoordt: België. De anderen kijken hem vol ongeloof  aan. Iemand slaat z’n hand voor z’n gezicht: wat een idioot.
Ik dicteer, spel hem voor want ik weet hoe het zit. Tajfun, IK. KOM. UIT. TURKIJE. Hij kijkt mij aan. Ik kijk hem aan. Wanhoop staat in onze ogen.
Tajfun maakt met z’n armen een dikke buik. Hij puft en kreunt. ‘Mama.’ zegt hij. Hij gaat door z’n knieën en baart een kind.  ‘België!’ roept hij dan uit. Hij scheurt met z’n hand door de lucht. Ssssshoeffff! Dan komt hij schoksgewijs naar boven, terwijl hij op z’n borst klopt en zegt: ‘Turkije’.
Als je geboren bent in België, en opgroeide in Turkije, ja, dan kom je uit België. Logisch eigenlijk.
Tajfun is een coole naam voor een jongen als Tajfun.

 

Pirajeenth
Pirajeenth  wiebelt van links naar rechts met z’n hoofd. Zijn bovenlichaam blijft onbeweeglijk. Zijn ogen kijken mij groot aan. Als witte koplampen die oplichten in het donker.
Ik vraag hem of hij begrepen heeft dat de school nu uit is. Iedereen mag een uurtje vroeger naar huis, de sportleraar is ziek. Pirajeenth wiebelt met z’n hoofd. ‘Ja mivrow’ juicht hij. Er verschijnt een lach van oor tot oor en meer gewiebel volgt.
Ik moet nog even langs het secretariaat en daarna ben ik nog bezig met kopies. Een half uurtje later kom ik Pirajeenth en Taijfun tegen op de speelplaats. Ze houden hun rode kaft tegen de borst geklemd.
‘Mivrow?’ vraagt Pirajeenth.
Amy
Onze klas bestaat nu twee weken. Wij zijn A9. We waren eerst met z’n twaalven en toen kwam Hamza erbij en daarna Ismael. Vandaag kwam Amy.
Er is veel lawaai in de klas, de tafels staan niet zoals ze horen. Er wordt een spel gespeeld met plaatjes omdraaien. De juf loopt rond en praat veel. Amy kijktom zich heen. Ze kijkt naar de prentjes en luistert naar de woorden. Wat ze ervan vindt weet niemand.
David
Ik ga David missen. David is een van de vrolijkste verschijningen in de klas,  de spleet tussen zijn voortanden maakt mij helemaal week. Hij  begint zwart donshaar op zijn bovenlip te krijgen en zijn hoge stemmetje slaat soms over.David heet Adem met z’n achternaam. Ik leg hem uit wat dat betekent. Hij lacht hard, maar ik weet niet of hij het begrepen heeft.
David krijgt een snorretje, maar hij wil nog niet. Hij wil nog niet scheren of met meisjes of sigaretten bezig zijn. Hij heeft een broek met een opgenaaid lapje van een skater. Hij houdt het meest van spelletjes: memory, kwartet, dingen verstoppen die ik dan super verrast onder zijn stoel vind. Dan lacht hij hard en vraagt nog eens of hij bij mij op de koffie mag. Hij slurpt van een denkbeeldig kopje.
Ik merkte wel dat het wat minder snel vooruit ging bij hem. Als ik iets op bord schrijf, schrijft hij het ijverig over, met z’n mond een beetje open. Nu weet ik dat hij tekeningen maakt die op woorden lijken.
David moet volgende week naar A1. Iedereen zal hem missen.
David is dertien en komt uit Macedonië. A1 is de klas voor analfabeten.

 

Educatie
Een vrouw uit Macedonië kwam haar kinderen inschrijven op onze school. Er werd gevraagd naar documenten en rapporten van vorige scholen uit het thuisland. Waren ze ooit naar school geweest, haar kinderen? Nee, was het antwoord, maar ze hebben wel heel veel rond de school gespeeld.

 

Klaar
‘Mivrow finish’. Het is het codewoord geworden voor zowat alles wat in de loop van de dag gebeurt.
Is er iemand klaar met een oefening: ‘mivrow finish’. Gaat de pauze beginnen: ‘mivrouw finish!’Is de school uit: ‘mivrow finish? (Wanneer de school nu precies uit is blijft grote verwarring veroorzaken.)

Zoals in mijn jobomschrijving beschreven staat antwoord ik iedere keer geduldig, ‘Ben je klaar?’ ‘Ja de pauze begint’, ‘Ja, de school is nu gedaan, je mag naar huis.’ Maar finish blijft lang de enige gemeenschappelijke mantra in de klas.

Het is Ismaïl die de ban heeft gebroken. ‘Klaar’ hoorde ik hem fluisteren. ‘Mivrow, klaar, klaar.’ Hij kijkt mij vragend aan. ‘Ja Ismaïl, klaar.’ Als een virusje slaat het over.

 

De toekomst
Er hangt een grafsfeer in de klas. Ghizlane met haar grote mond ligt met het hoofd op de bank. De glanzende haardos hangt over haar ogen. Ze stond zich net nog op te maken in de spiegel, hoewel ik zei dat dat nu maar eens gedaan moest zijn. Pirajeenth kijkt strak voor zich uit. Voor het eerst zie ik hoe hij eruit ziet met z’n mond dicht. Zijn hoofd is gestopt met wiebelen.
Ik moest twee dingen vertellen vandaag. Het eerste was het feit dat over twee weken de zomervakantie begint. Twee maanden. Geen school. Twee maanden: in een stad die niemand kent en waar niemand jou kent.
Het volgende was nog onrustwekkender. Na je achttiende stopt de school. Wie in ’93 geboren is kan het schudden, die komt in september niet terug.
Ik breng het nieuws als een dokter die zijn kankerpatiënt sust: er is een nieuw soort chemo die veelbelovende resultaten oplevert. U heeft toch zeker nog enkele jaartjes te gaan. ‘Er zijn een hoop andere scholen, voor volwassenen,’ probeer ik.

Een paar dagen ervoor had ik de aankondiging van vakantie en achttien worden uitgesteld met een gesprek over toekomstplannen. Mijn kinderen hebben aardse dromen. Geen gelul over filmster willen zijn, of kunstenaar of juweelontwerper. Rina wil verpleegster worden. Ik noteer het in mijn schriftje, gewoon zodat ik straks nog weet wie wat wil. Ik ruik een verhaaltje.
Ghizlane wil model worden, maar wil dat ik kapster opschrijf. Ik zei het al, geen gelul. Ismaïl en Yeshi willen steward in een vliegtuig worden. Staat genoteerd. Pirajeenth wijst naar de blazer voor verse lucht die in aan het plafond hangt. Ik begrijp het even niet. ‘Mivrow airconditioning, airconditioning.’ Zoals steeds zet Pirajeenth zijn woorden kracht bij door alles twee keer te herhalen met hoofdgewiebel. Links rechts links. Pirajeenth wil installateur van aicosystemen worden. Okido, genoteerd jongen. Ondertussen begint het te regenen.
De dag erop komt Pirajeenth ongerust naar me toe. Waar is het schriftje gebleven waar ik ‘installateur’ heb opgeschreven? Het is dringend. Pirajeenths ouder hebben blijkbaar even met de jongen gepraat over de weersomstandigheden in België. In airco zit weinig toekomst.
‘Mivrow, driver driver. Bus bus.’ Wiebel wiebel. Hij draait aan het stuur van zijn droombus. Het moet absoluut opgeschreven worden. Moet ík het in orde brengen, die bus? Ik probeer uit te leggen…nee, ik schrijf het op. Ik schrijf het gewoon op. Pirajeenth kijkt toe hoe ik ‘intallateur’ doorstreep. Een lach breekt door en zijn gezicht klaart op.
In de namiddag gaan we met de tram naar de stad. We komen voorbij de standplaats voor bussen. Pirajeenth kijkt gelukzalig uit het raam. Onze blikken kruisen, hij wiebelt blij met z’n hoofd.

Lees meer uit de categorie Reportage

Lumineus – Janneke de Jong

Door Shinta Lempers

“Tja.. geleefd, er op los geleefd, of doorgeleefd desnoods, mag dat ook? Want ‘doorleven’ zijn die momenten als wind in je haren, al heb je wind tegen. Het zijn die momenten waar mensen en gebeurtenissen plots tegen je opvliegen of ineens naast je rijden. Zelfs meerijden. Het is daar waar je niet vormgeeft en niet […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper