Interview

Bowie Redman Barbiers over het voltrekken van huwelijken en de mentale choreografie van een gedicht

Door Sophie Kok | beeld: Martien Bos
21 januari 2019

Ze maakt voorstellingen met dichterscollectief En Vieze Versa, treedt graag op samen met Klezmer band De Bieslook Karavaan en mag binnenkort haar eerste huwelijk voltrekken als BABS (Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand). De tweede NK-finalist die we aan jullie voorstellen is Bowie Redman Barbiers. We gaan met haar in gesprek over de mentale choreografie van een gedicht, haar haat-liefdeverhouding met grammatica en battle-voorbereidingen. 

Hoe/ waar ben je in aanraking gekomen met poetry slam en hoe kwam je erbij hier zelf aan mee te gaan doen?
De eerste keer dat ik in aanraking kwam met spoken word was twee zomers geleden op een kunst- en theatercamping in Frankrijk. Ik was toen net een paar maanden bezig met het schrijven van kleine gedichtjes en ik had nog geen idee wat ik daarmee wilde doen. Daar, bij een kampvuur in het donkere bos, hoorde ik voor het eerst iemand een spoken word-optreden geven en wist ik opeens: dit is wat ik met mijn teksten ook wil doen!
Toen begon een zoektocht en wilde ik zoveel mogelijk dingen uitproberen op dit vlak. Ik heb auditie gedaan voor Poetry Circle 020 en ben daar aangenomen. Er ging een wereld voor me open. Ik bezocht overal open mics en op een gegeven moment las ik iets over het NK Poetry Slam. Ik zag dat er nog voorrondes voor het NK Poetry Slam waren in Festina Lente en onder het mom van ‘ervaring opdoen’ besloot ik mezelf op te geven. Het klinkt natuurlijk als een cliché, maar ik had helemaal niet het doel of de droom om uiteindelijk ook in de finale te zijn. Ik wilde vooral graag uitzoeken of die wedstrijdvorm iets zou zijn waar ik plezier aan zou beleven.

Hoe zou je je werk/stijl typeren? Wat zijn terugkerende thema’s bijvoorbeeld?
Ik denk dat ik echt mijn woorden belichaam en dat dit mijn stijl typeert. Ik denk zelf dat mijn teksten zich beter lenen voor het podium dan voor het papier. Maar daarover verschillen de meningen. Het (over)brengen van mijn woorden is denk ik mijn kracht. Er gaat altijd een bepaalde passie, een bepaalde drive vanuit, of ik het ik nu over kwetsbare dingen heb of over vurige onderwerpen. Ik zou niet snel doodstil staan op het podium en ik hou er ook erg van veel contact te maken met het publiek. Het liefst draag ik dan ook voor zonder microfoon omdat ik dan veel minder afstand tot het publiek ervaar.
Ik schrijf veel over dingen die op dat moment actueel zijn in mijn leven. Twee jaar geleden was ik gigantisch verliefd en schreef ik veel over de liefde. En over het leven an sich. Na de dood van mijn vader was de dood een belangrijk onderwerp en schreef ik veel over angst. Ik ben een grammaticaal drama en loop daar steeds opnieuw tegenaan. Daaruit ontstond het stuk ‘De regelloze taal’: een pleidooi voor minder taalregels en voor meer spel en plezier in de taal. Op dit moment ben ik veel bezig met het onderwerp ‘zelfliefde’ en schrijf ik over mijn lichaam, vertrouwen op je gevoel en vertrouwen hebben in jezelf. 

Schrijf je je teksten met het podium in gedachten? (Schrijf je aparte teksten voor op papier en voor op het podium? En zo ja, wat is het verschil?)
Ik schrijf niet met het podium in gedachten, maar mijn teksten zijn wel veel beter als ze gehoord worden dan wanneer ze gelezen worden. Ik schrijf ook vaak langere stukken. Dat vind ik goed werken op het podium omdat je iemand dan echt mee kan nemen in een verhaal. Tijdens het schrijfproces, spreek ik de woorden al wel snel hardop uit, om te horen hoe het flowt en of het lekker klinkt. In die zin werk ik zowel schrijvend als sprekend aan een stuk.

Waar haal je inspiratie vandaan? 
Ik word geïnspireerd door andere schrijvers, maar ook door veel muzikanten. Bijvoorbeeld door de teksten van Lake Street Dive, My Baby, James Blake, Fink, Eefje de Visser, The Swell Season. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is niet voor niets dat ik mijn eigen werk ook graag combineer met muziek. Muziek is een andere dimensie, daarmee kun je soms zoveel meer zeggen dan met woorden. Qua schrijvers houd ik vooral van schrijvers die een hele eerlijke manier hebben van schrijven over dingen die ik ook zelf ervaar in het leven, zoals bijvoorbeeld Karl Ove Knausgard doet in zijn reeks Herfst, Winter, Lente en Zomer. Maar ik haal ook inspiratie uit het werk van andere dichters, vooral wanneer zij een compleet andere stijl hebben dan ikzelf. Moya de Feyter vind ik bijvoorbeeld fantastisch, alsof je een schilderij van Dali leest, dat is super inspirerend. Maar ook Lieke Marsman. Verder haal ik veel inspiratie uit mijn dichterscollectief En Vieze Versa dat bestaat uit stuk voor stuk waanzinnige dichters. Na elke repetitie die we samen hebben, ga ik stuiterend naar huis.

Hoe ga je om met plankenkoorts? Of ben je een podiumbeest in hart en nieren?

Ik ken al mijn teksten uit mijn hoofd en dat helpt heel erg tegen de zenuwen. Als ik een tekst voor het eerst voordraag, vind ik het vaak spannend. Maar als ik hem eenmaal een keer heb voorgedragen is het alsof mijn hersenen er een mentale choreografie van hebben gemaakt en volgt na de eerste zin automatisch de tweede. Dat geeft mij veel vrijheid mijn tekst te beleven en op die manier goed over te brengen. Daardoor heb ik weinig last van plankenkoorts. Niet dat ik geheel immuun ben voor zenuwen: al weken voor de halve finale van het NK Poetry Slam kreeg ik klotsende oksels als ik alleen al dacht aan dat optreden.

Wanneer noem je je eigen optreden geslaagd?
Als ik merk dat het met mensen resoneert, dat ze verwonderd zijn of geïntrigeerd. En of dat dan om twee mensen gaat of vijftig, dat maakt mij niet uit. Als ik zelf erg onder de indruk ben van iemands optreden, geeft dat mij veel positieve energie. Ik hoop dat mensen dat ook ervaren bij mijn optredens. En daarnaast is het geslaagd als ik zelf plezier heb gehad op het podium en merk dat ik echt contact heb kunnen maken met het publiek.

Hoe ga je je voorbereiden op de finale van 2 februari (Zit er een bepaalde opbouw in je set? En hoe bereid je een finalebattle voor?)
De rondes zijn voor mij doen kort: veel van mijn stukken zijn langer dan 3 minuten. Dat betekent dat ik stukken in ga korten of kortere stukken uitkies. Een set gaat het dus niet echt worden, want mijn stukken zijn zo lang dat er steeds maar één in een ronde past. Voor de zekerheid ga ik me ook voorbereiden op de battle. Tijdens de halve finale had ik wel wat voorbereid, maar niet echt typisch battle-materiaal. Ik hoopte stiekem dat ik wel door zou zijn naar de finale, maar niet in een battle terecht zou komen. Maar ik kwam in de battle terecht samen met Martje Wijers die zich hier fantastisch op had voorbereid en meteen aftrapte met een erg sterk gedicht. Hierdoor moest ik keihard aan de bak om nog een beetje in de buurt te komen. Daar heb ik van geleerd!

Tegen/ met wie zou je het liefst in de finalebattle van het NK Poetry Slam terechtkomen? 
Glenn Markesteijn! Ik denk dat wij aan elkaar gewaagd zullen zijn. Hij is een sterke performer en dat maakt het spannend. De battle met Martje in de halve finale vond ik superleuk, dus ik zou het ook wel tof vinden om nog een keer met haar in de battle te staan. Maar uit tactisch oogpunt is dat misschien niet verstandig, omdat ik al een keer van haar heb verloren. Maar qua plezier wel!

Wat zijn je ambities op schrijf- en optreedgebied?
Met En Vieze Versa werken we nu aan spoken word-voorstellingen en daar hoop ik mee door te gaan en me verder in te ontwikkelen. Verder vind ik het enorm leuk om mijn voordracht te combineren met muziek en ik treed dan ook regelmatig op met een hele goede Klezmer Band: De Bieslook Karavaan. Daarnaast heb ik afgelopen zomer een cd gemaakt waarbij mijn spoken word-teksten gecombineerd zijn met muziek en zang. Ook dat vind ik erg leuk en leerzaam. Ik kan zelf geen instrument bespelen en ook niet zingen, maar op deze manier kan ik toch muziek maken. Ik zou ook het liefst een luisterboek uitbrengen in plaats van een poëziebundel.

Als je een (literair) voorbeeld zou mogen uitkiezen dat jou een jaar zou coachen, wie zou je dan kiezen?
Dat is een hele moeilijke vraag. Kies ik een sterke schrijver of een sterke performer? Ik denk dat ik kies voor Babs Gons. Zij is niet alleen een fantastisch mens, maar ze is ook erg goed in het schrijven over allerlei hele verschillende onderwerpen. En ik vind haar zowel een sterke schrijver als een sterke performer. Haar teksten zijn raak, poëtisch, maar ook altijd voor een breed publiek toegankelijk en dat is echt een kracht. Ze doet heel veel toffe dingen en ik zou graag van haar leren.

Mocht er nog eens een Nobelprijs voor de literatuur uitgereikt worden, wie zou hem dan moeten winnen?
Ik weet te weinig van de literatuur en de literaire wereld om hier een goeie uitspraak over te doen. Maar ik zou een klein pleidooi willen houden voor Jasper Albinus en Steff Geelen. Zij hebben samen een queer literair platform, Uitgesproken Queer, opgericht en zorgen zo voor een podium voor de queer gemeenschap. Een maatschappelijke noodzaak en een belangrijke toevoeging op de al bestaande podia.

Hoe ziet je dagelijkse leven eruit, waar hou je je (verder) allemaal mee bezig?
Met de vraag, hoe moet ik in godsnaam leven? Soms lijkt dat echt een rare taak. En op momenten dat ik mezelf dat niet afvraag, werk ik als freelance grafisch vormgever en illustrator, af en toe als projectmanager en treed ik op. Daarnaast mag ik in januari mijn eerste huwelijk voltrekken als BABS (Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand) en hoop ik dat in de aankomende jaren nog veel vaker te mogen doen. De liefde vieren is echt fantastisch en ik kan mijn spoken word goed combineren met het vormgeven van een ceremonie. Zo’n belangrijke rol spelen op iemands bruiloft vind ik een waanzinnige eer.

Wat is de leukste reactie die je naar aanleiding van een optreden hebt gekregen van een jurylid of iemand uit het publiek?
‘Wil je ons trouwen?’

Als je jezelf als slammer in één van je eigen dichtregels zou moeten samenvatten, welke zou dat dan zijn?
‘Was mijn taal achterhaald, dan achterhaalde ik en kwam ik terug met het achtervertaalde.’
Of
‘Ik at, vret, vrat en vreette mijn literaire lichaam vol zonder iets van taal te weten.’

 

 

 

 

 

 

Over de auteur

Sophie Kok is redacteur bij De Optimist.

Over de illustrator

Martien Bos is naast freelance tekstschrijver ook illustrator voor diverse tijdschriften, kranten en uitgeverijen in binnen- en buitenland. Hij tekende onder andere voor De Optimist, NRC Handelsblad, VPRO, De Standaard, uitgeverij Boom en Athenaeum–Polak & Van Gennep. Zie martienbos.com.

Lees meer van

Sacha Landkroon: ‘Is er al eens een slam gewonnen met alleen een handdoek om een paar tanige heupjes?’

Door Sophie Kok

Sacha Landkroon is zowel postbezorger voor twee concurrerende bedrijven, maatschappijkritische vader als Afrikaanse reuzenslakhouder, maar bovenal de derde NK poetryslam-finalist die we aan jullie voorstellen. En de ontboezemingen liegen er niet om: van zijn favoriete letter tot wat de mooiboyglimlach van Ozan Aydogan allemaal met hem doet. Wordt het Sacha for poetry-president 26 januari?  Hoe […]

Lees meer uit de categorie Interview

Asha Karami: ‘Poëzie is voor mij een manier van actie of verzet’

Door Sophie Kok

Om rond te komen heeft ze drie verschillende banen: ze is jeugdarts, ringarts bij vechtsportgala’s en yogadocent. Maar haar hart ligt bij de poëzie. Asha debuteerde in 2017 met gedichten in de literaire tijdschriften nY en de Poëziekrant, won de jaarfinale van de Festina Lente Poëzieslag en staat vrijdag 26 januari in de Finale van het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper