Prille ellende
Door: Nick Donders
Beeld: Jaantje Anna
14 december 2022
’s Ochtends vroeg vond ik een brief van mijn vader op de mat. Hij had de brief midden in de nacht door de brievenbus gedaan om een confrontatie met mijn moeder te vermijden. Ik was nog te jong om naar de inhoud van de brief te gissen. Het moment van levering betekende dat er waarschijnlijk geen goed nieuws in stond. Ik gaf de brief aan mijn moeder met een misplaatst enthousiasme, wat allicht een beetje hartverscheurend voor haar was.
‘Kijk mam! Een brief van papa! Wat staat erin?’
Mijn moeder zuchtte en zei dat hij me die komende zondag niet zou komen ophalen. Hij zou voortaan minder vaak langskomen.
Ik herinner me uit die tijd het hoesten van mijn moeder ’s nachts. Ze rookte veel en als ik in bed lag kon ik haar horen in haar slaapkamer, ze hoestte zo erg dat ik bang was dat ze dood zou gaan. Ik was bang dat niemand voor me zou zorgen als zij er niet meer was. Met het sterven van mijn moeder zou ik in één klap wees zijn.
Mijn vader zag eruit als Boniek, de Poolse middenvelder. Hij was lang en breed en hij had rood haar en een rode snor. Een paar weken nadat hij het briefje door onze brievenbus deed, kwam hij me ophalen voor een dagje uit. Hij reed in een groene Mazda 626. Zodra ik die auto op onze stoep zag staan, rende ik naar de voordeur.
Mijn zus zat al op de achterbank. Ze gilde mijn naam en gaf me een knuffel. Ze heette Lucinda en ze was drie jaar ouder dan ik. Haar moeder was de nieuwe vrouw van mijn vader. Het feit dat mijn zus verwekt was terwijl mijn moeder en hij nog samen waren, kwam toen niet bij me op. Ik vond het leuk om een grote zus te hebben. We waren allebei enig kind en de volwassenen die ons opvoedden waren geen gelukkige mensen. Lucinda was van jongs af aan de enige die ik vertrouwde.
Hij zat op een terras ergens achteraf in zijn eentje te bellen, en in de bioscoop viel hij in slaap. Het was makkelijk om te vergeten dat hij er was
We gingen altijd naar de bioscoop, of midgetgolfen, of naar een speeltuin in België zodat mijn vader naderhand goedkoop kon tanken. Hij praatte weinig met ons. Hij zat op een terras ergens achteraf in zijn eentje te bellen, en in de bioscoop viel hij in slaap. Het was makkelijk om te vergeten dat hij er was. De zondagen met mijn vader stonden voor mij in het teken van mijn zus.
Zij noemde hem altijd Geer, wat ik gek vond. Hij heet Gerard, maar ik noemde hem pap of papa. Toen ik vroeg waarom zij dat niet deed, haalde ze haar schouders op. Ik leerde hem nooit echt kennen. Zijn afwezigheid was zijn meest opvallende eigenschap. Hij was kil, en vreemd: een geïsoleerd mens. Het ging dieper dan het gangbare egoïsme. Hij was niet ongeïnteresseerd in anderen omdat hij zo druk met zichzelf bezig was: het was eerder alsof het mechanisme om contact met zijn medemens te maken bij hem ontbrak, alsof hij niet was geprogrammeerd om binnen hetzelfde systeem te functioneren.
Na dat eerste briefje volgden er nog zes. Er waren zo ongeveer drie jaren in mijn jeugd dat mijn vader me steeds minder vaak kwam halen, sporadisch toegelicht door zo’n geniepige, nachtelijke levering. Ik probeerde me voor te stellen hoe hij in zijn auto zou zitten met zo’n briefje in zijn zak. Hij zou allicht opzettelijk langzaam rijden om niemand wakker te maken, voor ons huis parkeren, zijn autodeur zachtjes dicht doen, de straat oversteken en dan het briefje bij ons naar glippen. Waarschijnlijk deed hij zijn best om niet te klepperen met de brievenbus.
Ik miste Lucinda. Ik speelde met de gedachte haar een brief te schrijven, zodat ze iets had om aan me te denken tot de volgende keer dat we elkaar zagen. Misschien zouden we elkaar zo elke week een brief kunnen schrijven. Ik vertelde mijn moeder erover en zij was heel enthousiast. Ze zei dat ik niet hoefde te wachten tot ik haar zag. Ze had het adres, we konden de brief gewoon op de post doen.
In mijn brieven schepte ik op over allerlei fictionele vechtpartijen waarin ik zegevierde over mijn pestkoppen
In de loop van tien maanden schreef ik vijf brieven aan Lucinda. Ik vertelde haar dat ik haar miste. Ik wilde weten hoe het met haar ging. Ik vertelde over hoe het ging op school en bij de voetbalvereniging. Ze wist dat ik soms gepest werd. In mijn brieven schepte ik op over allerlei fictionele vechtpartijen waarin ik zegevierde over mijn pestkoppen. Ik wilde dat Lucinda wist dat ik voor mezelf kon zorgen. Zij sprong altijd voor mij in de bres als ik werd lastiggevallen. Ik was bang dat zij zich zorgen zou maken nu we zo lang van elkaar gescheiden waren.
Ik kreeg nooit een brief terug. Jaren later vertelde mijn moeder dat ze allemaal ongeopend retour waren gekomen. Ze had zo met me te doen dat ze het niet durfde te zeggen.
Het duurde bijna een jaar voordat ik Lucinda weer zag. Toen ik naast haar op de achterbank ging zitten, was er duidelijk iets mis. Ik had het gevoel dat ik was beland in een prille wapenstilstand. Ze zag eruit alsof ze net gehuild had.
Mijn vader was druk aan het bellen. Lucinda en ik konden niet volgen wat hij zei maar hij klonk boos. We leken onderweg te zijn naar het huis van mijn stiefmoeder, maar hij parkeerde de auto ergens in een deel van de stad waar ik nog nooit was geweest, aan de rand van een parkje met een speeltuin en een Johan Cruijff-veldje. We stapten uit en mijn vader kwam op zijn hurken voor me zitten. Hij legde zijn handen op mijn schouders en keek me indringend aan. Hij zei dat hij zo terug zou zijn.
‘Let op je broertje, Lucinda!’ riep hij terwijl hij terug om de auto heen liep. Ik weet niet meer precies wat ik voelde toen ik hem zo weg zag rijden. Het was tien maanden geleden dat ik mijn vader voor het laatst gezien had, en toen was hij na een kwartier weer weg.

Het parkje was omringd door hoge flatgebouwen. Op het veldje werd voetbal gespeeld door jongens die er in mijn ogen uit zagen als volwassen kerels. Hun fietsen en scooters waren door het park gestrooid. Lucinda stond naast me. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, haalde ze een pak sigaretten uit haar tas en stak er een op. Ik staarde naar mijn rokende zus en probeerde geen kinderachtige dingen te zeggen, maar ik was bezorgd om haar. Ik dacht aan mijn moeders verschrikkelijke hoestbuien en ik voelde me hulpeloos en eenzaam. Ik durfde niets over de brieven te vragen.
Hij had ons in West gezet. Ik fiets er tegenwoordig elke week wel een keer langs. Het is de slechtste wijk van Tilburg en dat parkje staat in het slechtste deel van West. Een tijd geleden is daar een jongen vijf keer in zijn rug geschoten. Volgens ooggetuigen rende hij weg uit een auto waar vanaf de achterbank op hem gevuurd werd. Een kunstenaar heeft toen een jaar na de moord met rode verf een bloedspoor op de stoep geverfd om het hele drama te herdenken. Ik denk niet dat hij stilstond bij het feit dat de familie en vrienden van het slachtoffer in diezelfde buurt woonden en over die stoep naar de supermarkt moesten lopen.
Het parkje waar mijn vader ons dumpte ligt daar tegenover, aan de andere kant van de straat. Ik was nog nooit op zo’n plek geweest. Alle flats hingen vol met satellietschotels. Naast de flats stonden rijtjeshuizen met voortuinen die waren overwoekerd door onkruid en zooi. Er stond een versleten leren bank tegenover een kapotte tv bij iemand recht voor zijn deur. Bij de buren lag een winkelwagen op zijn kant. Op een muur tussen twee garagedeuren stond in grote zwarte letters ‘kuthoer’. Rechtsonder het werk was in dezelfde zwarte verf een kleine handtekening gezet.
Ik zwaaide met mijn armen om ergens houvast te vinden maar er was niets
Lucinda en ik stonden aan de rand van het park bij een bruine vijver waar hoge rietstelen omheen groeiden. Ik wilde met haar aan de waterkant gaan zitten om ons te verstoppen. De grond rondom de vijver liep met een flauwe helling af zodat Lucinda en ik zo uit het zicht zouden verdwijnen als we op het gras gingen zitten.
Ik liep steeds sneller over de hellende grond naar beneden. Ik keek over mijn schouder naar Lucinda om te zien of ze achter me aan kwam toen ik plotseling een onverwacht gebrek aan grond onder mijn voeten voelde. Mijn been zakte zo in de leegte weg. Ik verloor mijn evenwicht en gleed achter mijn been aan in het water. Ik kon niet zwemmen. Het water was schokkend koud. Ik zwaaide met mijn armen om ergens houvast te vinden maar er was niets. Ik probeerde te schreeuwen maar ik kon mijn hoofd niet lang genoeg boven water krijgen. Ik kon niet zien waar Lucinda was. Ik zag alleen dat donkerbruine klotsende water. Het voelde alsof ik werd verzwolgen.
Mijn eerstvolgende herinnering is van Lucinda’s natte haren in mijn gezicht terwijl ik op mijn rug in het koude gras lag te bibberen. Ze hield haar ogen dichtgeknepen en ademde zwaar. Ineens sloeg ze haar armen om me heen, zo strak dat ik dacht dat ze me probeerde uit te wringen. Voor mijn gevoel lagen we daar best lang, elkaar gewoon vast te houden. Toen begon ze langzaam te huilen. Ze huilde alsof iets in haar het begeven had en ik lag met mijn armen om haar heen naar de grijze lucht te staren.
Over de auteur
Nick Donders is een schrijver uit Tilburg. Hij studeerde filosofie aan de UVT en behaalde daarbij geen diploma, maar leerde op de campus wel zijn grote liefde kennen. Om rond te komen werkt hij op een pompstation in Tilburg Noord. Nadat hij op zijn vijftiende <i>Turks fruit</i> las, is hij begonnen met schrijven. Het bovenstaande verhaal is het eerste dat in het openbaar verschijnt.
Over de illustrator
Jaantje Anna van Hout is kunstenaar en illustrator. Haar eigen werk begint altijd met het voeren van een gesprek met iemand die ze nog niet eerder gesproken heeft. Ze leert veel van alle diverse verhalen die ze hiermee verzamelt en wil deze graag delen door middel van haar kunst. Ook als illustrator geniet ze van het verbeelden van de verhalen van anderen. Ze wil zichzelf en anderen aanmoedigen om meer contact te maken met de mensen om hen heen.
Lees meer uit de categorie kort verhaal
De Nieuwe Lichting: Christiaan Lomans
Door Christiaan LomansDe Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Op deze zonnige herfstdag stellen wij aan u voor: Christiaan Lomans, pas afgestudeerd aan Creative Writing Artez. Hoe ben je […]