De Surrealist kort verhaal themamaand

De Surrealist: Ik heb besloten dat ik geen leuk persoon ben

Door: Maartje Franken
Beeld: Amber Pieren

28 mei 2023

Jezelf kwijt zijn, maar jezelf ook tegenkomen: voor onze themamaand De Surrealist schreef Maartje Franken een vervreemdend verhaal, waarin een ik ineens uit twee personen lijkt te bestaan. Een geestige, originele tekst, met een zoet mandarijnensmaakje. De veelzijdige illustratie, eentje om uren naar te kijken, is gemaakt door de getalenteerde Amber Pieren.

1

Er liggen mandarijnenpartjes in mijn bed. Sporadisch liggen ze verspreid over de lakens alsof iemand een kruimelpad voor me heeft achtergelaten. Ik denk niet dat ik mandarijnen heb gegeten. Niet in bed; ook niet ergens anders. Of dat ik mandarijnen in huis heb. Of dat ik dingen vergeet, dagen niet meer uit elkaar haal, in elkaar laat smelten, over laat koken, smurrie – en met die gedachte ga ik tussen de partjes in liggen. Ik pak mijn mobiel en ik type een bericht: hoe zie je mij? Maar dat verwijder ik. Ik pak een partje op en ik kijk er naar. Hij is bol en teer, zacht, veerbaar, buitenaards vlezig. Ik rol mezelf op mijn buik en probeer de mandarijn weer in elkaar te zetten maar dat mislukt. Eén partje teveel. Waar de schil is weet ik niet. Ik stop er één in mijn mond. Hij smaakt naar water. Ik rol me weer op mijn rug en type: ik heb besloten dat ik geen leuk persoon ben. Verstuur hem. Probeer de mandarijn opnieuw in elkaar te zetten. Partje te weinig.

 

2

Buiten de deur zoek ik naar manieren om ruimtes – om specifiek te zijn: lege ruimtes – te vullen, maar ik vind: een half leeggegeten pindakaaspot in de kringloopwinkel; een opgeblazen zwembadband om een lantaarnpaal en een ijzeren meetlint in de berm. Kapotgereden. Ik wandel door de berm en raap centimeters bij elkaar. Op Vinted zoek ik op: persoonlijkheid. Weet dat ik geen zoekresultaten zal vinden, zet nog wat stappen, vindt de laatste dertig centimeter van het meetlint, vraag me af of – en wanneer – en waar – er iets te meten viel in deze berm en wanneer men gestopt is iets te meten in deze berm.

3

Er is iemand in mijn kamer komen wonen. Ze ligt al een tijdje in mijn bed. Dat is ook zoiets; dat er op een dag iemand je kamer binnenkomt en je eigenlijk niet zo goed weet wat je moet zeggen. Dat je dan maar even stil bent. Nadenkt over wat je kan zeggen. Dat de stilte voortduurt. Je je af begint te vragen of je niet beter iemand kan bellen (maar wie dan?), je huisgenoot moet halen (maar die ken je niet zo goed), tegen degene in je kamer moet gaan praten. Het dan toch niet doet omdat de stilte nu al zo lang voortduurt dat het ongemakkelijk is om nog iets te gaan zeggen.

4

De huisbaas heeft een papiertje met een pleister op de benedendeur geplakt. Bij wijze van notitie. Met dikke stift staat er op geschreven: MENEER P. VELDHOEN – OVERLEDEN. Meneer P. Veldhoen is de onderbuurman. Ik heb de ambulance wel gehoord en heb de ambulancedienst ook wel aan horen bellen, maar heb niet open gedaan. Dit maakt me een slecht persoon. Mijn huisgenoot was niet thuis. Het gerucht gaat dat meneer P. Veldhoen geen familie of vrienden had. Mijn huisgenoot weet het ook niet precies, heeft geen zin om het uit te leggen, zit op zijn mobiel en stopt zijn mobiel bijna in de magnetron in plaats van zijn lasagne. Later snijdt hij zijn vingertopje er af terwijl hij een bierflesje met een mes probeert te openen. Hij gebruikt de pleister op de deur om zijn vinger mee af te plakken omdat we geen pleisters hebben. Zijn vinger begint te zweren, te ontsteken en te etteren. Hij bewaart zijn vingertopje in een sieradendoosje.

5

Ik loop constant achter haar aan en pluk de haren uit het tapijt. Kleine stukjes mens die van mijn schaduw zijn gevallen. Huidschilfers, nagels en korsten. Een lichaam, ergens in de lucht, dat slechts bestaat omdat het langzaam uit elkaar valt. Nu ik beter kan zien begrijp ik waarom ik de achterkant van haar hoofd niet leuk vind. Ik herken mezelf erin.

6

Ik vind de pleister van mijn huisgenoot in de gootsteen. Door de muren heen hoor hem aan de telefoon drammen tegen zijn moeder over zijn vinger. Ik vraag me af hoe 1. mijn tanden smaken en 2. de pijn te beschrijven die komt met het besef dat je vader een loser is. In mijn hoofd stippel ik de route van de keuken tot mijn kamer uit maar de vloer blijft onder mijn voeten breken als ik het me probeer voor te stellen.

7

Het besef dat er een tweede versie van mezelf in mijn kamer is gaan wonen komt langzaam. Op Google zoek ik op: hoe word je een goed mens? En ik vind een WikiHow pagina, een advertentie voor een self-help boek en een blogpagina die begint met: Ik ben niet labiel, ik ben emotioneel flexibel en dan langzaam overgaat in een tabel die kinderkledingmaten omrekent naar volwassenkledingmaten. Ik en mezelf hebben nog nooit gepraat. Ik ben bang dat er iets mis zal gaan als we dat gaan doen; dat de stilte die hier heerst – de kalmte, de rust, de ruis – zal breken, knappen. Ze leeft nu al dagen in mijn huis, rommelt een beetje rond, kruipt ’s avonds in mijn bed, draait haar rug naar me toe, valt eerder, en sneller, en makkelijker in slaap dan ik.

8

Ik liet mijn Bijbel thuis toen ik op kamers ging. Jeugdbijbel. Mijn vader stelt me altijd dezelfde vraag aan de telefoon. Maar hey, lees je nog wel eens uit de bijbel? En dan zeg ik maar niks. Mijn nieuwe geloof is de koelkastdeur op een kier zetten zodat het licht uitgaat maar ik nog steeds naar binnen kan kijken. Dan sta ik daar, samen met de pakken melk, een halve tomaat en een fles Floradix in het donker. Ik luister naar het zoemen van de koelkast. Voel me verbonden. Tegelijk verraden. Ik besluit dat het vriesvak precies groot genoeg is voor een Bijbel.

9

Ze eet al mijn mandarijnen op. Ik prop de koelkast vol, vul de planken; zonder resultaat. Het gebeurt niet vaak dat ze naar me kijkt maar als ze het doet dan doet ze het met afgunst. Deze plek is niet groot genoeg voor ons twee. Eigenlijk wil ik haar vertellen dat dit míjn kamer is, maar ik heb altijd al moeite gehad met het aangeven van grenzen. Zelfs in mijn hoofd zwak ik het af, zeg ik: ik vind het ook niet fijn dat we hier samen moeten wonen. Ik besluit dat ik moet veranderen, vind een advertentie van een lifecoach op Instagram en klik ‘m aan, eindig bij een Buzzfeedartikel dat me vertelt welk Adventure Time karakter ik ben en wat dat dan over me zegt. Tree Trunks. Deze identiteit zal ongeveer een kwartiertje bij me blijven.

10

Ik zet alles in mijn kamer twee centimeter naar links. Ik type: new year new me, verstuur het, kleed me zoals de mensen die ik wil spreken omdat ik gelezen heb dat mensen me dan eerder mogen. De verandering is onhandig. Ik blijf mezelf stoten aan al mijn meubels. Telkens als ik dat doe, hoor ik haar in de hoek van de kamer snuiven. Verder zegt ze niks. Ik probeer me groot te houden. Overweeg nog steeds om misschien iemand te bellen, weet niet helemaal hoe ik de situatie moet brengen, laat het gaan.

11

In een tijdschrift bij de tandarts lees ik dat je de juiste space moet creëren om in te healen. Ik besluit: het is genoeg. Ik klop aan op mijn eigen deur. Herpak mezelf. Mijn kamer; mijn wensen; mijn space. Open de deur. Ze loopt langs me heen alsof ik niet besta, gaat de wereld in en neemt mijn plaats in.

Over de auteur

Maartje Franken (2000) studeert Psychologie aan de Radboud Universiteit en schrijft vooral proza. Haar teksten verschenen in onder andere de Seizoenszine en Op Ruwe Planken en in 2021 won ze de voorronde van WriteNow!. Ook is ze enthousiast redactlielid bij Op Ruwe Planken.

Over de illustrator

Amber Pieren (2001) is een illustrator uit Amersfoort. Haar interesse in de huidige tijdgeest en ‘pop culture’ zorgen voor kleurrijke digitale beeldverhalen met een vleugje humor. De illustraties zijn opgebouwd door middel van een mix van lijnwerk, kleurvlakken en tekst. Het liefst een beetje bizar en het liefst met het gebruik van neon roze. Zie: Ambers Instagram

Lees meer uit de categorie De Surrealist

De Surrealist: Aardappelcancan

Door Robin van Ommen

Ik was net na het hardlopen op de bank geploft en wreef gedachteloos over mijn warme benen. Terwijl ik naar mijn schoenen keek, viel het me opeens op. Of eigenlijk: ik zag het nu wéér. Ik had verschillende sokken aan. De linker was groen met watermeloentjes, van dun katoen. De rechter juist spierwit, van stugge […]

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen