De Exorcist kort verhaal themamaand

Bloedhonger

Door: Barry Hofstede
Beeld: Petra Verkade

10 oktober 2024

Hij bekijkt zijn naakte lichaam. Ogen die glanzen. Blikkerende tanden. Het mes in zijn hand.

De spiegel beslaat van zijn vochtige adem. Adem in, adem uit, en dat een leven lang herhalen. Zo moeilijk is het niet.

Overdag neemt hij de ruimte in die hem is toebedeeld, op een plek waar hij een van velen is. Dan beweegt hij mee op de deining in de zee van gezichten. De groep beschermt hen. Dempvlees.

Paarse tepels. Moedervlekken. De schaduw van zijn ribben. Ogen als tunnels waarin heel in de verte lichtpuntjes schitteren.

Het mes. Smetteloos staal. Voor het hanteren van een mes is wilskracht nodig, overtuiging.

Noem het liefde.

Hij kleedt zich aan. Tijd om te gaan.

Avondlicht sluiert de zacht gonzende stad. Op straat ruikt hij de regen die in aantocht is.

Het mes in zijn mouw weegt aangenaam zwaar. Het gewicht houdt hem aan de grond, voorkomt dat hij opstijgt en wegvliegt om nooit meer te landen. Loslaten. Vergeten. Voetstappen tellen tot op de hoek van de straat. Ze houdt van me, ze houdt niet van me.

Ze houdt van me.

De woorden tintelen op zijn tong, zoals wanneer hij aan een batterij likt.

Dunne regen valt op zijn gezicht. De nacht voelt zoveel beter dan de dag. Telkens als hij zijn ogen sluit is hij even onzichtbaar. Hij knippert aan en uit als een kapotte tl-lamp.

Afgelopen nacht droomde hij dat hij op straat liep, precies zoals nu.

Misschien is dit de droom.

Het wordt drukker op straat. Vanavond wordt het leven gevierd. Een jong stel passeert hem, op de voet gevolgd door hun schaduwen. Ze lachen en praten en omhelzen elkaar. Mensen praten graag, het is één manier om niet aan de dood te denken. Het is een spel dat ze spelen, maar kennen ze de regels ook? Raak elkaar niet kwijt. Hou elkaar goed vast. Het is makkelijk verdwalen in een droom.

Hij schiet een steeg in. Geluiden verstommen. Geuren stijgen op, bevrijd door de regen. Menselijke geuren, bitter en zwaar. Hij ademt door zijn mond en wacht.

De regen stopt. Hij kijkt omhoog. Het wolkendek breekt open. Een dunne streep hemel. Sterrenlicht bereikt de stad al lang niet meer. Een sikkeltje maan verschijnt. Alleen de maan. Dood gewicht dat de aarde op zijn plek houdt.

Een groep kerels, wild als honden. Tong uit de bek, schuim op de lippen. Hij trekt zich verder terug in de schaduw, maakt zichzelf onzichtbaar, wacht tot de roedel is gepasseerd.

Wanneer hij weer tevoorschijn komt staat zij daar.

De wereld is gekanteld. De aarde is gestopt met draaien. De regen heeft alle sporen uitgewist.

Gewichtloos beweegt hij zich door de dagen. Taal is betekenisloos geworden, een verzameling klanken. De uitgekomen droom heeft zijn verlangen vernietigd. Hij was op zoek naar vervulling, in plaats daarvan vond hij leegte.

Haar lichaam beweegt, krioelt van het leven. Alsof ze ieder moment kan opstaan. ’s Nachts fluistert hij lieve woordjes in haar oor.

Liefde houdt niet op bij de Dood. Alle maden ter wereld kunnen vreten wat ze willen. Liefde overwintert in het koudste plekje van de ziel. Zoals die zwaan die stierf aan een gebroken hart nadat zijn wederhelft was vermoord. Hij heeft het krantenbericht bewaard. Daarbij een foto van het mannetje dat de wacht houdt bij het lichaam van het wijfje dat met geknakte nek naast het nest ligt.

Een nest vol eierschalen.

De dagen worden langer. Hij wast zich niet meer, kleedt zich alleen aan om naar buiten te gaan. Hij sluipt over straat, drukt zich plat tegen de gebouwen, niet langer in staat zichzelf onzichtbaar te maken. Hij sluit nog wel zijn ogen, om niet te hoeven zien.

Thuis scheurt hij de kleren van zijn lijf, kruipt naakt door het huis. In de spiegel gaat hij op zoek naar zichzelf. Hij vindt een blik, een lach, huid en haar en ledematen, maar wanneer hij al die kenmerken bij elkaar voegt dan staat daar een wezen dat hem vreemd is.

Op een nacht pakt hij het mes en begint te snijden. De huid, het grootste orgaan. Harig vel bedekt zijn mechaniek. Spierbundels en botconstructies. En nog iets. Iemand. Een snik ontsnapt aan zijn keel. De snee in zijn wang lekt gestaag. De associatie met huilen ligt voor de hand. Rood verdriet. Waardeloze poëzie.

Hij kerft horizontale strepen in zijn gezicht, rituele merktekens, likt het lemmet schoon. Slikken. Bloedhonger. Een tong van ijzer. Met het mes gaat hij langs zijn tandvlees. De uitstekende hoektanden. Hij zet de mespunt aan de wortel en begint te wrikken.

Zacht kraken gevolgd door een knappend geluid. Splinters onderkaak en een afgebroken tand.

Met twee snelle slagen hakt hij zijn oren af. Bloedspetters spatten op het spiegelglas.

Op slag klinkt de wereld anders. Als was hij onder water. Duizeligheid slaat toe. Hij laat zich vallen, happend naar adem, spartelend en stuiptrekkend als een vis op het droge.

Op handen en knieën gezeten bekijkt hij zichzelf. Kwijlend, bloedend, nat bezweet. Hij kust het glas, kust zijn evenbeeld, richt zich op en omarmt zichzelf.

De maden worden vliegen, de vliegen worden een plaag, leggen hun eitjes in zijn wonden. Het zachte knisteren van de lijfjes die zwemmen in vloeibaar vlees.

De nachten rijgen zich aaneen. De dagen ertussen zijn inferno’s van zonlicht waarvoor hij zich verschuilt. De buitenwereld is een droom. Hij is niet langer een van velen, maar het solitaire dier dat hij altijd al was. Alleen zij doet er toe. Hij aait haar paars geworden hand waarvan de nagels loslaten. Hij legt ze voorzichtig terug, ze is een breekbare puzzel. Hij kust haar gezwollen gezicht, streelt haar haren tot die uitvallen. De kleverige slierten plakt hij op zijn eigen hoofd.

Engelenhaar.

De spiegel is een smerig venster dat uitkijkt op zijn ziel. Zijn handen branden, voeten ijskoud. Een gillende pijn in zijn kaken. Hij pakt het mes en verwijdert de laatste kies.

Alle dagen lijken op elkaar. De vliegen zijn met veel te veel. Hij vangt een handvol, knijpt hun zwarte lijfjes tot moes en eet.

Hij staat in een slijmerige poel die sist van het leven, waarin maden krioelen en samenklonteren en hem als een god aanbidden. Zijn spiegelbeeld is alles wat hem verbindt met zichzelf, het enige, levende bewijs dat hij bestaat. Hij slaat met vlakke handen tegen de zijkant van zijn hoofd, waar eens zijn oren zaten. Muziek klinkt en de maden beginnen te zingen.

Ingevallen wangen. Mond vol zwarte korsten. Ogen vol pus, en één enkele traan.

Blauwe huid, trillend vlees. Om hem heen op de vloer, tanden en kiezen, strengen haar en uitgevallen nagels.

In een museum, achter glas, of op de bühne, zou hij een attractie zijn. Ons kijkt ons. Zoals giraffen uren kunnen kijken naar een gedood lid van de kudde. Angstig, nieuwsgierig en vol onbegrip. Want de Dood is hen vreemd. Ze kennen alleen het leven.

Over de auteur

Barry Hofstede (1972) schrijft verhalen, columns, liedteksten, essays, toneel en poëzie. In september 2022 is zijn essay Vrede in tijden van oorlog gepubliceerd in De Gids. In 2021 was hij genomineerd voor de Joost Zwagerman Essayprijs. Sinds 2007 is hij columnist voor Checkpoint Magazine, het blad voor Nederlandse oorlogsveteranen. Website: <a href="http://www.planeetbarry.nl">www.planeetbarry.nl</a&gt; | Insta: <a href="@harrybofstede</a&gt" rel="nofollow">https://www.instagram.com/harrybofstede">@harrybofstede</a&gt;

Over de illustrator

Petra Verkade (1997) is een grafisch ontwerper/illustrator uit Utrecht. Ze verwerkt haar fascinatie voor vorm en felle kleuren in een speelse en doordachte benadering, waardoor haar werk een surrealistisch randje krijgt. Petra heeft een passie voor risograph print en gebruikt deze techniek om eindeloos te experimenteren binnen haar eigen handschrift, ze houdt ervan om zichzelf elke keer weer opnieuw uit te dagen binnen de kaders van de techniek.

Lees meer uit de categorie De Exorcist

Gefeliciteerd

Door Fairuza Pamenan

‘Een vrouw die bang is om zwanger te worden. Een egoïstisch mens dat weigert op te groeien. Vieze pot. Ik heb het allemaal al gehoord. Nee, verre van dat. Hoe ik het zie, is het een vijandige overname.’ Fairuza Pamenan schreef voor De Exorcist een misselijkmakende nachtmerrie waarvan je nog dagenlang moet bijkomen. Lezen dus. Artwork door Jort van Meeteren.

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen