De Imaginist kort verhaal

Buitenstebinnen

Door: Daan Orsel
Beeld: Moos van de Maan

4 december 2025

Er vloog een balletje in een rode plastic beker, ik kon de muziek door mijn schoenen heen voelen, het licht veranderde van groen naar blauw naar groen naar paars naar blauw. Tussen het bekertje en het licht stelde ik mezelf aan je voor. Het was jouw feestje. Mijn naam bestond maar uit vier letters dus ik kon me haast niet voorstellen dat je die niet zou onthouden. Vier letters, één lettergreep.

Toen ik een tijd naar de grond had staan kijken en andermans ogen in mijn wangen voelde prikken was het tijd om me te verstoppen op het toilet. Ik zocht met een bonzend hart naar de deur. Toen ik die had gevonden en het toilet binnenstapte stootte ik meteen mijn telefoonbotje aan de deurklink. Ik deed de deur op slot, er zoemde een ventilator. Ik begon me uit te kleden. Met een tintelende arm trok ik eerst mijn lievelingsshirt uit, het gleed langs mijn rug en ik voelde mijn nagels kort over mijn huid gaan en doordat ik niks kon zien struikelde ik bijna over de wc-pot. Het shirt ontmoette de grond, mijn sokken en onderbroek volgden snel daarna. De muziek bonsde door de muren heen. Ik keek van boven langs mijn benen naar beneden en zag kleine haartjes op mijn tenen groeien, mijn voeten stonden op een beschimmelde badmat en de vloertegels waren bruin en nat van de plas. Mijn beenharen waren langer dan dat ze ooit waren geweest, wat ook niet zo gek was, want ik scheerde mij nooit. Hetzelfde gold voor mijn buiksnor die zich in de zomer van mijn eerste studiejaar voor het eerst liet zien. Groeide mijn haar maar op de juiste plekken. Voor mijn teennagels was het ook de hoogste tijd om geknipt te worden. Ik keek in de spiegel en zag door een wit licht dat fel in mijn ogen scheen bijna niet dat mijn tepels drie keer zo dik en groot en roze waren geworden. Mijn tanden voelden opeens raar aan in mijn mond en ik onderdrukte een impuls om de spiegel in scherven te veranderen.

Ik ben niet iemand die alles laat zoals het is, ik verander het liever. Maar op die avond op het toilet in het huis van iemand die ik net kende kon ik mijn tanden niet verschuiven, de haren op mijn lichaam niet terug in hun haarzakjes laten zakken, mijn tepels niet hun oude kleur teruggeven. Ik mocht dat allemaal niet veranderen.

Ik kleide mijzelf tot ik op mijn vader leek

Ik trok mezelf binnenstebuiten en stootte daarbij mijn hoofd tegen de lamp die boven de spiegel hing, ik voelde de hitte licht op mijn huid branden. Ik veranderde de plek van mijn ledenmaten en bewerkte mijn lichaam als een hoop Play-Doh, er bleven stukjes huid aan de muur kleven. Ik boetseerde door totdat ik mezelf niet meer herkende. Eerst was ik een gespierde man met een mat, één gouden oorbel en echt een goede snor. Ik paste nog maar net in de ruimte en voelde de tegels van de muur koud op mijn rug drukken. Daarna werd ik een vrouw met middelgrote borsten en een ronde kont en een neusring. Ik kleide mijzelf tot ik op mijn vader leek. Vanuit daar ging ik verder met kleine aanpassingen en gaf mezelf bijvoorbeeld rood haar. Ineens had ik een soort rare tuinbroek aangetrokken die niet helemaal paste want mijn voeten staken ineens uit mijn borstkast en mijn tong zat naast mijn kruis. Ik had wel Spiderman-regenlaarzen aan mijn voeten, want die vond ik mooi. Maar toch bleef ik onmiskenbaar mijn vader. Ik keek tevreden in de spiegel.

Toen er op de deur werd geklopt stopte ik alles snel terug. Ik kon me niet meer herinneren met welke haarkleur ik precies was begonnen, ik raakte ervan in paniek dus werd het maar eentje die erop leek. Waar moest mijn tong ook alweer? Wat de fuck? Welke lengte had mijn beenhaar? Haastig trok ik mezelf buitenstebinnen en zette elke moedervlek op de juiste plek. Ik wierp een laatste blik in de spiegel en zag onder het licht door dat er nog een teennagel op mijn voorhoofd zat en kleide die snel terug naar de juiste plek. Mijn wangen waren rood van de hitte.

Ik deed de deur van het slot af. Toen ik naar buiten liep moesten mijn ogen eerst wennen aan hoe donker het hier was, volgens mij heb ik ze ook net iets lager terug gekleid dan dat ze eerst stonden. Ik knalde tegen je op, en je lachte naar me. En ik kon in jouw ogen zien dat je mijn naam was vergeten en niet zag dat mijn haarkleur anders was.

Over de auteur

Daan is spoken-word artiest en grafisch ontwerper. Hen probeert in hun teksten onrechtvaardigheid, unieke ervaringen en soms ook interpersoonlijke situaties te beschrijven. Momenten die vaak niet, of net niet, te plaatsen zijn. In de hoop dat iemand hen kan horen, want het blijkt dat niet iedereen altijd oren heeft. Als je meer van mijn werk wil zien, dan kan dat op daanorsel.nl of via instagram; @daanorsel

Over de illustrator

Moos van de Maan (hij/die) is een multidisciplinaire kunstenaar die werkt met performance, drag, muziek en beeldende kunst. Diens werk onderzoekt de seksuele fetisjering en obsessie van cis-mensen met trans lichamen, strijd voor het doorbreken van de cis-heteronorm en legt de mentale uitputtingen van mens zijn rauw en eerlijk bloot. Moos toont de kronkels van diens brein en gebruikt daarbij zijn kwetsbaarheid als een vorm van verzet. Zie zuurpruimpje.cargo.site en @zuurpruimpje

Lees meer uit de categorie De Imaginist

Wat niet getekend wordt

Door Martijn van Arkel

Martijn van Arkel schrijft een gedicht dat, met gevoel, weergeeft hoe eenzaamheid en opgelegde verwachtingen een kind klein maken.

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen