Twintig tenen
Door: Fleur van den Heuvel
Beeld: Moos van de Maan
20 januari 2026
Hoe zou ‘klik’ klinken als het slot zacht was en de sleutel klam?
Klok? Slof? Pfshht? Pflog? Pflartsj?
Ik kreeg mijn ogen niet meer losgerukt van de jouwe. Onze tenen zaten verstrengeld en uit elkaars blikken konden we opmaken dat geen van ons ooit nog zou kunnen doen alsof dat niet gebeurd was.
Ik meende dat we wel intiemere dingen hadden gedaan. Penetratieve seks, bijvoorbeeld, of oraal, nog enger. Samen huilen, of samen verkouden zijn en liters snot produceren. Ik had je perineum nog ooit op teken gecontroleerd, je anushaar doorgeplozen en je parasietloos verklaard. Dit was nieuw.
Vanaf het eerste moment dat onze tenen elkaar omhelsden en we elkaar aankeken, voelde het alsof mijn gedachten stilstonden. Alsof ze in een rijtje gingen staan en één voor één passeerden, kalm en beheerst. Zoiets was me nog nooit overkomen. Ik twijfelde al maanden of we niet moesten verhuizen en wat het voor ons zou betekenen als we het niet eens konden worden over de bestemming. Nu leek het me ineens evident dat we niet hoefden te verhuizen als we het niet eens konden worden over de bestemming. Daarna kwam een herinnering aan een discussie over oorlog voorbij. Na die discussie had ik zitten tobben over onze opvattingen en of die niet te ver uit elkaar lagen. Ik kon me niet meer voorstellen dat ik dit ooit als een probleem had gezien; in het totale spectrum van denkbare meningen lagen de onze bijzonder dicht bij elkaar.
Mijn hoofd voelde als een traanloze ui, waar met elke gedachte die voorbijkwam een halve rok werd afgepeld, eerst links, dan rechts.
De laatste maanden had ik me meer dan ooit geërgerd aan de keren dat jij je huishoudelijke taken niet goed had volbracht. Bij elk kruimeltje dat ik nog vond nadat jij had gestofzuigd, elk stukje kalk op de kranen waarvoor jij verantwoordelijkheid droeg, elke sok die naast de wasmand was beland, was ik ervan overtuigd dat je steeds luier zou worden, tot ik het hele huishouden in mijn eentje moest doen. Nu realiseerde ik me dat dit simpelweg niet waar was. Je vond een eerlijke verdeling net zo belangrijk als ik en deed daar altijd je best voor. Verder had ik mezelf aangepraat dat jij te veel zelfmedelijden had, en dat dit op den duur een breekpunt zou worden in onze relatie. Het was waar dat jouw neiging tot zelfmedelijden niet ging veranderen, maar ineens vond ik het niet meer zo eng. Het leek me nu eerder praktisch: als jij al medelijden had met jezelf, hoefde ik het niet meer op te brengen. Eerder was ik ook bang dat jij het met mij niet vol zou houden, omdat je me te bemoeizuchtig vond. Je had daar best gelijk in, ik was ook bemoeizuchtig, maar dat was een slechte gewoonte die onze relatie prima kon dragen.
Mijn hoofd voelde steeds leger en uiteindelijk helder. Alle dingen waar ik altijd paniek van kreeg, waar we talloze ruzies over hadden gemaakt: weg. Mijn rug bolde, ik strekte mijn armen naar je uit. Jij pakte mijn polsen, ik de jouwe, en we trokken elkaars ruggen recht. Onze tenen grepen elkaar nog inniger vast.
Eerder die dag hadden we ruzie gemaakt of, beter gezegd, had ik ruzie met je gemaakt. Ik had iets gelezen over de invloed van een kind op het werk en inkomen van een vrouw en legde de statistieken aan je voor.
‘Als je daar bang voor bent, hoeven we er niet aan te beginnen,’ zei je.
De schrik was me om het hart geslagen. Ik dacht dat deze keuze al vastlag, ook al wilden we er pas over minimaal vier jaar aan beginnen. ‘Maar ik wil wel kinderen,’ zei ik.
‘Prima. Mooi. Dan doen we het wel,’ was jouw antwoord. Ik vroeg je of je nou wel of juist geen kinderen wilde, jij haalde je schouders op. ‘Allebei prima,’ zei je nonchalant. Mijn bloed begon te borrelen. Ik verweet je dat je mijn zorgen bagatelliseerde, dat je me niet serieus nam, dat je onze relatie saboteerde door niet over de toekomst na te denken. Je beet me toe dat ik niet moest overdrijven, dat jij minder vasthield aan een bepaald toekomstbeeld en dat ik dat ook eens zou moeten proberen. Ik schreeuwde dat de relatie geen zin had als ik er over vier jaar achter zou komen dat we niet hetzelfde wilden in het leven. Jij schreeuwde terug dat het ook weinig zin had als ik telkens op zoek bleef gaan naar problemen. Boos bleef ik in het hoekje van de bank zitten, terwijl jij met ietwat lompe bewegingen de vaatwasser begon uit te ruimen. Daarna kwam je naar me toe, gaf je me een kus op mijn voorhoofd, zei je dat je van me hield, dat het allemaal wel goed kwam en dat we nog genoeg tijd hadden om hierover na te denken. Je verliet de kamer, dacht dat we uitgepraat waren. Ik vond van niet, maar wist ook niet meer wat ik verder nog moest zeggen.
’s Avonds zouden we naar Joris en Yori gaan. Ik had daar best zin in, dus ik vond het ook prima om me even over mijn interne conflict heen te zetten om er toch een gezellige avond van te maken. Als je morgen het gesprek maar weer oppakt, sprak ik mezelf toe. Want je moet hier wel zekerheid over kunnen krijgen. Om me hieraan te houden, besloot ik me niet te laten verleiden tot seks die avond. Ik wist hoe dat zou uitpakken: na fijne seks zou ik een goede dag hebben en zou ik veel te vrolijk zijn om het conflict weer op te pakken en de dag daarna was het alweer maandag en dan zou ik veel te veel bezig zijn met andere dingen om er nog op terug te komen. Het kindergebeuren moest hoe dan ook worden uitgesproken.
Het kindergebeuren. Nu we in stilte tegenover elkaar op bed zaten, kostte het veel moeite om deze herinneringen op te halen. Het voelde alsof ze al veel te ver waren weggestopt in mijn hersenen. Er was hier geen kind, mijn baarmoeder was leeg en ik had vanochtend nog mijn pil ingenomen. Ik zou niet meer weten wat ik uit moest praten.
Het was gezellig bij Joris en Yuri. Ik probeerde de twijfels over het kindergebeuren vast te houden, maar soms moest ik zo lachen om je grapjes, dat ze even naar de achtergrond verdwenen. Jouw arm hing de helft van de tijd over mijn schouders. Af en toe kusten we, niet te klef, maar we kusten. Ik had een aantal pilsjes op en wist dat van het voornemen om niet te seksen niets meer terecht ging komen. Eenmaal thuis aten we nog een halve zak chips, giechelend omdat we wisten wat we boven zouden gaan doen. We poetsten nog braaf onze tanden voor we onze kleren uittrokken. Op bed zoenden we, maar omdat we nog melig waren, begonnen we eerst overdreven te voetjevrijen. Toen: mijn briljante, beschonken idee.

‘Kom,’ zei ik, terwijl ik rechtop ging zitten. Zonder enige scepsis kwam je overeind. Ik ging tegenover je zitten, stak mijn voeten uit, knieën gebogen, spoorde je woordloos aan hetzelfde te doen. Zachtjes duwde ik de bal van mijn linkervoet tegen jouw rechtervoet en aan de andere kant andersom. Ik spreidde mijn tenen zo ver mogelijk en probeerde ze tussen jouw klamme tenen te friemelen. Jij grinnikte en deed mee aan de poging, die tegen mijn verwachting in bleek te lukken. Onze kleinste tenen probeerden nog te ontsnappen. Zorgvuldig duwden wij ze met onze vingers terug tegen elkaar, in een omstrengeling waaruit ze onmogelijk los konden komen.
Pflartsj.
Het paste precies. Sleutel in het slot, deur vliegt open. Hoofd leeg, alles vergeten.
Met grote ogen keken we elkaar aan. We wisten meteen dat we dit nooit meer met iemand anders zouden hoeven doen, zouden willen doen. Vanaf dat moment was er een verbond tussen ons dat heiliger was dan een huwelijk ooit zou kunnen zijn. Het woord ‘intimiteit’ was zijn betekenis verloren. Alle seks verdween uit ons lichaam. Onze naakte lijven waren alleen nog maar dat. Niet meer aantrekkelijk, gewoon bestaand. Jouw lul verslapte, mijn clitoris liep leeg. We bleven elkaar aankijken, zacht maar serieus.
Mijn gedachten dwaalden af naar onze eerste date. Ik had je jaren geleden op een feestje ontmoet, vond je leuk, maar wist nog niet genoeg over je en dat zat me niet lekker. Ik vroeg je mee uit en was vastberaden om zo veel mogelijk over je te weten te komen. Politieke voorkeuren, opleiding, jeugd en eventuele jeugdtrauma’s, dromen, doelen, beoogde opvoedstijl, mensbeeld; dat soort dingen. Halverwege de date liep een collega van mijn moeder langs het terras, Ine, een praatzieke vrouw voor wie ik niet op tijd weg kon duiken. Vol passie begon ze te vertellen over de afdeling waar mijn moeder al drie jaar niet meer werkte, en over alle oude collega’s van wie ik hooguit één naam herkende. Vriendelijk knikte ik en ik beet op mijn tong tot ze weg zou gaan. Tijdens het gesprek verwees ze meerdere keren naar jou als mijn vriend en elke keer moesten wij steeds harder ons best doen om onze lach in te houden. Toen ze eindelijk verder liep, nam ik een vermoeide slok van mijn pilsje. Ik keek jou aan, zag de pret in je ogen en hield het niet meer. Jij gierde het uit – een aandoenlijk, hoog geluid – en bij mij kwam het bier zowel uit mijn mond als uit mijn neus. Ik was niet snel genoeg om het mengsel van speeksel en bier tussen de lachstuipen door van mijn kin te vegen. Jij zag het allemaal, ik voelde me betrapt en bekeken maar jij lachte er niet harder om. Je lachte alleen om Ine, niet om de oncharmante vertoning die zich voor je afspeelde. Mijn blaas dreigde het te begeven, dus ik begaf me vlug naar het toilet. Wat ik niet wist, was dat jij, terwijl ik weg was, hard had geoefend op je Ine-imitatie. Nog voor ik ging zitten, vroeg je met haar stem en haar krampachtige glimlach, waarvan je neus rimpelde en je oogleden werden dichtgeknepen, hoe het nou eigenlijk met mijn studie ging. Ik klapte voorover van het lachen, de stoel kon me nog maar net vangen. Ook toen mijn buikspieren verkrampten en mijn kaak verzuurde, kon ik nog niet ophouden met schateren. Ik voelde me een idioot, dat ik me zo liet gaan bij een vreemde, maar er was geen houden aan. De rest van de avond kwam uit geen van ons beiden nog één zinnig woord, laat staan dat ik inhoudelijk nog iets over je te weten kwam.
Nu keken we elkaar al minutenlang aan, tenen verstrengeld, zonder enig spoor van een lachbui. Voor het eerst sinds ik me kon herinneren, vroeg ik me niet af of het erg was dat we doorgaans lachten op zulke momenten. Ik maakte me voorheen altijd zorgen, dat we misschien niet serieus genoeg waren samen en dat we nooit in staat zouden zijn onze conflicten op te lossen als we alles weglachten. Die zorg zou nu niet eens meer bij me opkomen, al zouden we aan het schateren zijn. De twijfel die ik zo door en door kende, die elke gedachte in mijn hoofd vergezelde, leek ineens verdwenen. Op vakantie, met pensioen. Weg. Al zou ik het willen, ik zou niet weten hoe ik hem weer kon oproepen.
Het was tijd. Ik liet jouw polsen gaan, jij de mijne. We wrikten onze tenen los uit hun verstrengeling. Het gevoel bleef. Nog even keek je me aan, daarna ging je liggen. Je ogen hield je open en op het plafond gericht. Ik ging naast je liggen en legde mijn hoofd op jouw borst. Aan je hartslag meende ik dezelfde opgewonden verwarring te horen die ik ook voelde. We lagen in stilte tegen elkaar aan, tot ik hoorde dat je iets ging zeggen. Het duurde nog heel even voor de woorden ook kwamen.
‘Was dat oké?’ vroeg je. Je was niet opgewonden, maar bang. Bang voor het antwoord van je vriendin die nergens zeker van was en de afgelopen maanden elke twijfel tot een ruzie had opgepompt.
‘Ik vond dit heel oké,’ zei ik. ‘Misschien wel fantastisch. Ik denk dat ik dit nodig had.’ Jij zuchtte diep, mijn hoofd bewoog met je borstkas mee omhoog en weer omlaag. Je hartslag kalmeerde.
‘Vond jij het ook oké?’ vroeg ik.
‘Bijna spiritueel,’ antwoordde jij.
Alles tussen ons was goed, en ik durfde dat eindelijk aan mezelf toe te geven. Ik dacht aan onze eerste date en aan Ine. Geconcentreerd haalde ik me haar voor de geest in een poging mijn beste imitatie ooit op te roepen.
‘Ik wist niet dat jij een vriend had!’ bracht ik uit. Ik was positief verrast over het succes van mijn imitatie. ‘Mááár, wat een leukerd! Die moet je niet laten gaan hoor, anders ga ik ermee vandoor!’ Zonder een seconde te verliezen, haakte jij in.
‘Echt een knapperd, hoor, maar dat ben jij natuurlijk ook!’ kakelde jij op exact de juiste toonhoogte en een iets overdreven accent. ‘Wat zullen jouw ouders trots op je zijn, meid, die kunnen natuurlijk niet wachten om te zien wat voor een mooie kleinkinderen er uit zo’n stel komen!’ We bleven de arme Ine imiteren en bedachten steeds gênantere dingen die zij zou kunnen hebben gezegd. Ik viel die avond met een gerust hart in slaap, wetend dat de remedie voor twijfel simpelweg aan onze voeten lag. Pflartsj.
Over de auteur
Fleur van den Heuvel (Eindhoven, 2001) schrijft fictie, theaterteksten en essays. Verder maakt ze literaire installaties en is ze kroniekschrijver bij Woeste Grond. Haar werk gaat zowel over grote machtssystemen als over de kleine, knullige mens.
Over de illustrator
Moos van de Maan (hij/die) is een multidisciplinaire kunstenaar die werkt met performance, drag, muziek en beeldende kunst. Diens werk onderzoekt de seksuele fetisjering en obsessie van cis-mensen met trans lichamen, strijd voor het doorbreken van de cis-heteronorm en legt de mentale uitputtingen van mens zijn rauw en eerlijk bloot. Moos toont de kronkels van diens brein en gebruikt daarbij zijn kwetsbaarheid als een vorm van verzet. Zie zuurpruimpje.cargo.site en @zuurpruimpje
Lees meer uit de categorie De Imaginist
Existentie
Door Matthias Van de Velde‘het is de zwarte hond op je schouders / die ’s nachts gretig het vlees van je botten knaagt’. Matthias Van de Velde schreef voor onze themamaand dit gedicht met een duister randje.