Poëzie

Vijf gedichten: Willemijn Kranendonk

Door Willemijn Kranendonk | beeld: Rachel Knepper
19 december 2017

ZOMER IN DE STAD

De ventilator blaast koele lucht over mijn naakte lichaam,
langs mijn haar en nek, via mijn borsten en benen
naar mijn voeten en terug.

Er loopt een zwerver door Arnhem
die ik dagelijks tegenkom.
Op zijn broek zit een rode vlek.

Op straat zag ik iemand met een bloedneus,
het bloed droop een put de diepte in.

Mijn moeder stond boven aan een berg,
ze keek het dal in, wind waaide door onze haren.
Ze zei: Het leven is zinloos,
maar de bergen zijn mooi.

Ik open mijn ogen, de haartjes op mijn armen
en benen staan overeind, mijn tepels
zijn stijf geworden.

 

Moeder,

Naast mij in bed ligt een vrouw.
Adrienne vertelde me dat ik alle mannen uit moet bannen.
Zelfs papa is een tweederangsburger geworden.
Ik lees geen boeken meer van witte mannelijke schrijvers, en ik weet:
principes hebben maakt het leven makkelijker.

Ik vraag me af of het de schuld is van vaders die zeggen:
‘Wees offensief, wees onaardig’, terwijl meisjes huilend aan de telefoon vertellen:
‘Er zijn mannen die vinden dat ik me aanstel.
Er zijn mannen die vinden dat ik iemand moet zijn.’
Moeder, de meisjes die vragen om begrip moeten weten
dat hun gevoelens zo echt zijn als de tosti’s die hun vaders maken.

Ik handel naar wat er tussen mijn benen zit, als ik er naar kijk
lijkt het alsof ze niet bij mij hoort. Wat betekent dat?
Het enige moment waarop ik samenval met haar is als ik klaarkom.

In de la van mijn bureau bewaar ik lege luciferdoosjes
met teleurstellingen. Onze relatie is er één van.
Ik benoem enkel wat er al is.

Moeder, ga rond etenstijd naar buiten en luister Phillip Glass.
Kijk bij alle huizen waar licht brandt naar binnen, bestel net voor sluitingstijd
een grote portie friet. Rook je laatste sigaret terwijl het regent.

 

PARTICIPATIEMAATSCHAPPIJ

Een vrouw komt een ruimte in met alleen maar mannen.
Een zwart persoon komt een ruimte in met alleen maar witten.

Links elitair is niets om je voor te schamen
zolang je het probleem erkent.
Het plan is: we voeren een dialoog met onze vooroordelen, leven ons in
in rechts.

Op de stoep voor ons huis speelden we landjepik. Ik wilde Amerika zijn.
‘Hit me baby one more time’ werd geschreven door een Zweedse producer:

08/11/2016
Vreemd, ik dacht dat het einde niet zo’n bekend gezicht zou hebben.

                        (Alle mensen die succes hebben,
                        Willemijn, hebben discipline.
                        En discipline is een spier die    
                        je moet trainen.)

Ik werd voorgelezen uit Dik Trom, mijn vader kamde mijn haren
naar achter, noemde me Bil. Er was geen verschil tussen jongens en meisjes
tot ik hetzelfde shirt als Jordy droeg.

 

 

VELPERBUITENSINGEL 4

In Albert Heijn hangt een advertentie:
Meisje zoekt vader
die berispt, koffie schenkt,
eens in de twee weken belt.

Voor de supermarkt ligt een hond.
Ik geef aaien, hij likken die ruiken naar regen.

Niets zachter dan een tepel.
Ik zuig in de hoop melk te vinden.

Ik wil een jongen zijn.
De hond meenemen
niet achterom kijken.

We rennen de straat uit, over het kruispunt
richting centrum. Mijn ballen zwiepen tegen mijn dijen.

 

GEMEENTE ARNHEM

In het gemeentehuis vraagt de vrouw achter de balie
of ik ben gegroeid. Ik wil zeggen:
‘Als ik ongesteld ben zijn mijn borsten een cup groter.’
Ik reken vijftig euro en veertig cent af. Als ik vraag
waar die veertig cent voor zijn, reageert ze niet en print de bon.

Mijn drie paspoorten zijn ergens. Ik verbeeld me dat er een meisje is
dat haar haren verft zodat ze op mij lijkt. En ik denk aan het leven dat ze leeft,
of mijn naam haar beter past, ze zich meer Willemijn voelt dan ik.
Ik heb veel gedaan om eindelijk mijn eigen naam te kunnen zeggen.
De vrouw zegt: ‘We zijn genoodzaakt een onderzoek te starten.’

Als ik thuiskom besluit ik een zelfportret te maken, als bewijs
van mijn bestaan. Ik omring me met alle planten die ik heb,
draag geen bh en hou een palm voor mijn borsten.
Ik ruik mijn vagina omdat ik met mijn benen wijd zit.

Over de auteur

Willemijn Kranendonk (1994) zit in het derde jaar van de opleiding Creative Writing aan ArtEZ Arnhem. Ze schrijft korte verhalen en poëzie en onderzoekt daarin wat het voor haar betekent om een vrouw te zijn. Dit jaar stond ze in de finale van Write Now! Momenteel werkt ze aan een documentaire, doet ze de productie voor de literaire middagen van Mooie Woorden in Utrecht en 25 januari 2018 treedt ze als 'talent' op bij Gedichtennacht Nijmegen.

Over de illustrator

Rachel Knepper is een illustrator in opleiding die studeert aan de kunstacademie Artez in Zwolle. Ze gaat momenteel haar laatste schooljaar in. Haar beelden gaan vaak over de natuur en de mens. De technieken die zij het meest gebruikt zijn schilderen en paper art. Zie rachelknepper.jimdo.com.

Lees meer uit de categorie Poëzie

Vers in de Etalage

Door Tim Pardijs

Nieuwe bewoners Ze schuurden de voordeur, legden een nieuwe vloer, verfden de kamer, installeerden een fornuis, vervingen de kozijnen en repareerden de trap. De voordeur klemt, het deukje in de vloer werpt een kleine schaduw, de kleuren vloeken, het fornuis is vet, de kozijnen zijn verrot en de derde tree van boven kraakt. Ik zal […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper