Wie houdt er nu niet van een verhaal voor het slapengaan?
Door: Jam van der Aa
30 januari 2026
Optimist-redacteur Michelle van der Kind publiceert haar tweede boek Weertij, een verhalenroman waarin de verhoudingen tussen de personages steeds verder onder druk komen te staan terwijl op de achtergrond het waterpeil stijgt. Weertij wordt uitgegeven door Van Oorschot, en is vanaf nu verkrijgbaar bij je lokale boekhandel. Voor De Optimist stelde ik de schrijver enkele vragen over haar werk en het schrijfproces.
De lezer kan jou al kennen van het boek Sea, seks & witlof (Gibbon books), een verhalenbundel met een twintigtal verhalen die gaan over heel gewone mensen die ronddolen in volkomen alledaagse situaties die op een of andere manier algauw absurdistisch of onthecht worden. Wat trekt jou in het korte verhaal?
Het aantrekkelijke van het schrijven van een kortverhaal is dat ik de eerste versie soms in één dag kan schrijven en dat stemt me op dat moment intens tevreden. Natuurlijk is het dan nog niet af, meestal duurt het een aantal herschrijfrondes voordat een verhaal zijn definitieve vorm bereikt. Wat ik ook prettig vind, is dat een kortverhaal afgelopen is voordat de personages en het plot me vervelen en mocht dat wél gebeuren, leg ik het gewoon een tijdje weg. Als ik zo’n tekst een paar maanden later opnieuw oppak voor een herschrijfronde, voelt het verhaal weer bijna als nieuw.
Wat is de grootste opgave voor de korte verhalenschrijver, of die je jezelf met deze bundel hebt opgelegd?
In korte verhalen heb je als schrijver de uitdaging om in weinig woorden een grote wereld te schetsen, vergelijkbaar met poëzie, denk ik. Aan een enkele zin moet de lezer kunnen afleiden wat het karakter en de verlangens van de personages zijn en in welke wereld ze zich bevinden. Je moet als schrijver de verleiding weerstaan om zijpaden in te slaan en omwegen te nemen. Als Marjolein uit het verhaal ‘Code zwart’ opmerkt dat ze alleen maar biologische vis eet, zegt dat iets over hoe dit personage denkt.
Tijdens het lezen van de verhalen valt me direct op dat iedereen, op de ene of ander mysterieuze manier beweegt, op weg lijkt van of naar iets. Een beweging, die ik ook lees in de titel Weertij. Hoe zie jij de titel?
Wat een mooie observatie. Inderdaad zijn de personages in Weertij in beweging. Maar zijn we dat niet altijd allemaal? In het woord ‘weertij’ zit de altijd voortdurende beweging van eb en vloed. Maar Weertij is ook een omslagpunt. Hoe lang duurt die omslag? Eén seconde? Twee? Of voltrekt de omslag van eb naar vloed zich in een vloeiende beweging?
Heel mooi. Waar gaat jouw nieuwe boek over?
In Weertij wijken de personages af van de rechte lijn. Voor alle personages is binnen of buiten het verhaal een omslagpunt. In een van de verhalen bijvoorbeeld, laat een docent een verongelukte bus met schoolkinderen achter om haar honden te redden.
De verhalen zijn onderling met elkaar verbonden door de plek waar ze zich afspelen, namelijk een pension aan de rand van de duinen. Sommige personages hebben in verschillende verhalen een rol. In het tweede verhaal bijvoorbeeld, maak je kennis met Niels, die in de duinen een meisje ontmaagdt, en later in de bundel leer je hem op een andere manier kennen, namelijk als iemand die het spel Rummikub op een zeer vreemde manier speelt.
Het openingsverhaal laat direct een meedogenloze, misschien objectieve manier van kijken naar de mens en diens omstandigheden zien. De lezer – ik in ieder geval wel – zit nu op het puntje van haar stoel.
Chronologisch gezien zou je dit verhaal meer aan het einde van de bundel verwachten: de wereld is overstroomd, een eenzame roeier zoekt samen met twee parkieten naar een schuilplaats. Door met dit verhaal te beginnen zet je de lezer inderdaad op scherp.
Maak je je druk om de staat van de wereld?
We zouden ons allemaal druk moeten maken over de staat van de wereld! Het klimaat, de politiek, de verharding. Maar dat is niet waar Weertij om draait, hoewel al die problemen in de verhalen wel steeds een rol spelen, beetje zoals Amsterdammers gewoon blijven fietsen ondanks alle gevaren. Ik heb nu wel weer een fietsbel, zodat ik weer boos kan rinkelen in plaats van steeds te moeten roepen kijk uit, pas op, ik kom van rechts, je fietst te hard.
Waar zit voor jou de kracht van fictie?
Laatst las ik De bandagist van Marente de Moor. Ik wist niet dat dat beroep bestond: mensen die steunkousen aanmeten. Werkelijk, er gaat een wereld voor je open, die De Moor echt prachtig beschrijft. Soms is fictie ook een vlucht. Bijvoorbeeld aan het einde van een lange dag vind ik het heerlijk om even uit mijn eigen wereld te stappen.
Verveel jij je wel eens?
Nooit! Ik heb het veel te druk met van alles. En al ik eens probeer me te vervelen, springt mijn kat op schoot.
Wat is de plaats van verveling of sleur in jouw schrijversbestaan?
Net als geen verveling ken ik geen sleur, althans, niet in de negatieve betekenis van het woord. Ik gedij goed in een ritme. Mijn schrijfdagen zien er altijd hetzelfde uit: ik ga gewoon achter de computer zitten en begin. Soms komt er iets moois. Soms niet. Ik heb altijd zin in de dagen dat ik kan schrijven en eerlijk gezegd probeer ik van de dagen dat ik lesgeef ook schrijfdagen te maken door snel notities te maken van opvallende gebeurtenissen en opmerkingen van mensen om mij heen.
Hoe is het schrijfproces voor je geweest? Hoe is het als redacteuren zich met jouw werk bemoeien?
Ik houd van schrijven, van ontdekken, van rommelen met personages, dialogen en werelden. Het was heerlijk om nieuwe verhalen te schrijven. Zodra de redacteur om de hoek komt kijken, wordt het spannend: heb ik mijn ideeën zó opgeschreven dat een lezer ze herkent? Soms komt een redacteur met een geniaal inzicht. De samenwerking tussen schrijvers, meelezers en redacteuren maken verhalen beter!
Heb jij een tip voor aspirant-schrijvers van korte verhalen, hoe ze het beste met feedback kunnen omgaan?
Feedback krijgen voelt soms als een klap in je gezicht. Je hebt zin om je te verdedigen. Doe dat niet. Stel liever verduidelijkende vragen en schrijf gewoon alles wat een redacteur zegt op in je aantekeningenboek en laat het een paar dagen bezinken. Bekijk daarna je tekst door de ogen van een lezer en herschrijf zonder de eerste versie weg te gooien.
Welk boek ligt op jou te wachten en welk boek zou je iedereen aanraden?
Oef! Ik heb echt een grote stapel op mijn nachtkastje (niet waar: naast mijn bureau). Het boek dat al heel lang op mij ligt te wachten is Wuthering Heights dat ik aanschafte nadat ik twee jaar geleden tijdens een lange vakantie Het lied van Ooievaar en Dromedaris van Anjet Daanje las, waar ik enorm van genoten heb. Het lukt me niet om aan Wuthering Heights te beginnen omdat ik het in het Engels heb liggen en dat lees ik niet zo snel als Nederlands. De letters zijn ook erg klein. Lezen moet voor mij lekker snel gaan.
Ik zou iedereen aanraden om vaker korte verhalen te lezen, lekker als snack tussen twee langere romans door, of heerlijk voor onderweg naar je werk in de trein in plaats van scrollen door kattenfilmpjes of het alvast beantwoorden van die vervelende mail aan die zeurende collega. En wie houdt er nu niet van een verhaal voor het slapengaan?
Achterblijvers/Passagiers van Thomas Heerma van Vos vind ik erg goed. Maartje Wortel, Rob van Essen en Sanneke van Hassel schrijven ook fantastische verhalen. Vergeet ook Het gore lef van Sarah Arnolds niet. Mijn lijst met leestips is erg lang, als ik eenmaal aan mijn opsomming begin, houd ik niet meer op. Vooruit nog een tip: lees allemaal minstens drie verhalen van Maarten Biesheuvel. ‘Brommer op zee bijvoorbeeld’. ‘Reis door mijn kamer’. Je kunt de verhalen ook luisteren via de podcast Het beste van Biesheuvel.
Bedankt voor deze mooie antwoorden, Michelle. Ik ben natuurlijk bevooroordeeld door wat ik al las, maar in ieder geval heb ik heel veel zin gekregen om in jouw verhalenbundel verder te lezen. En ik raad iedereen, ondanks jouw mooie leestips, toch aan om vooral eerst aan Weertij te beginnen.

Over de auteur
Jam van der Aa studeerde af als beeldend kunstenaar, maar zocht een manier om de materialiteit te vermijden en ontdekte dat je met woorden de mooiste beelden bouwt.
Lees meer van Jam van der Aa
Afscheid
Door Jam van der Aa1 Eigenlijk moet ik mijn administratie doen. Overzicht krijgen. Orde op zaken stellen. Om in een actieve modus te komen en me even los te maken van alles wat er in mijn hoofd omgaat, banjer ik op zoek naar kleine klusjes door mijn nieuwe tuin. Er moeten eetbare planten komen en het moet – zoals […]
Lees meer uit de categorie interview
Portret: Margreet de Jong
Door Margreet de JongNummer negen in onze portrettenreeks van bijdragers aan het Handboek voor een Optimistisch leven (Atlas Contact) biedt een blik in het meer dan bijzondere hoofd van Margreet de Jong. Op een dag vond De Optimist een enthousiast bericht in haar mailbox van Studio Teer: het begin van een meer dan vruchtbare samenwerking. Als Studio Teer maakt Margreet beelden die volkomen onverwacht […]