Van de wereld weet ik niets
Door: Mara Pestel
Beeld: Vera Wolsink
15 februari 2026

Een slak met een geel huisje sabbelt aan een takje naast me. De rook van mijn sigaret waait tegen hun weke lijf. De slak trekt diens ogen in en ik schaam me, voor mijn rook en voor de mensen die het niets boeit als ze per ongeluk, of gewoon omdat het kan, een slak dood trappen.
***
Achter de poort, waar de Grimburgwal en Oudezijds Achterburgwal elkaar ontmoeten, is het Binnengasthuisterrein een zandbak geworden. De uit de grond getrokken straatstenen moesten fungeren als versterking van onze barricades, maar de zwaar bewapende agenten zijn er dwars doorheen gebroken.
Iemand in de linie voor me smeekt zo’n agent om menselijkheid.
‘Please. You don’t have to do this. We’re here for a good cause.’
Niet met ze praten. Ze luisteren niet. Dat weet je toch?
De agent trekt zijn wenkbrauwen op en grijnst in het gezicht van de jongen.
De haat in zijn ogen voelt als een ongewenste hand op mijn lijf, maar ik laat me niet kennen.
Ingesloten van alle kanten. Ik haak mijn armen steviger vast in de ketting van lijven.
***
Ik ben nu zo’n 250 kilometer verwijderd van Amsterdam. Liza, een jonge kameraad uit Düsseldorf, werd tijdens een demonstratie met de dood bedreigd door volwassen mannen die daar speciaal voor uit Solingen en Aachen waren gekomen. Ze droeg een keffiyeh om haar schouders en hield een bordje vast met daarop ‘CEASEFIRE NOW’.
De tegendemonstratie bestond, niet geheel verrassend, volledig uit witte mannen. Sommigen van middelbare leeftijd, met een verwaarloosd kapsel en een model spijkerbroek dat terecht niet meer gemaakt wordt. Anderen met een kaalgeschoren kop en een bomberjack met legerprint. Ze hadden wellicht andere motieven voor hun haat, maar klaarblijkelijk dezelfde aanpak: als iemand iets zegt wat me niet bevalt, moet die persoon dood.
Liza’s vriend Ioannis scandeerde de omstreden woorden ‘from the river to the sea’, en ‘eins, zwei, Polizei’; hij werd met grof geweld uit de menigte getrokken. In de zestien uur die hij in de cel zat, at hij voor het eerst in elf jaar vlees. Een kleffe plak ham op een witte boterham. Ze wilden hem geen vegetarische optie aanbieden.
Op de dagen dat ik geen boze blikken, of in het ergste geval klappen van neonazi’s wil ontvangen, haal ik de pin met de Palestijnse vlag van mijn jas.
***
Sinds een aantal weken woon ik in het huis van mijn lief Leo. Zo noem je dat nou eenmaal, als je ergens dagelijks eet en slaapt. Mijn spullen staan in een hoekje te wachten tot ze een plek krijgen tussen Leo’s meubels. Meubels die hij met geluk eens in de maand afneemt, maar dat schijn je voor lief te moeten nemen als je met een hetero cisman woont. De massief houten voordeur van het gebouw ligt in de schaduw, onder een stenen afdak, maar de wolken zijn het donkerst als ik binnen ben.
De bovenbuurvrouw heeft gepoogd wat te maken van het stuk gras dat tussen ons gebouw en de snelweg in ligt. Naast het souterrain is ze een moestuin begonnen in grote terracotta bakken. Het levendige groen in de bakken steekt af tegen de afgebladderde muurverf die ooit de goedkoopste optie voor iemand moet zijn geweest. Ik doe meestal lopend de boodschappen, dan hoef ik niet langs de kelder om mijn fiets te pakken.
***
‘The people, united, will never be defeated!
The people, united, will never be defeated!
The people, united, will never be defeated!’
***
Elke zaterdag doet buurman Alexander klusjes in en rondom het gebouw. Hij maait het gras, legt wat tegels recht of is ergens druk in de weer met power tools. Mijn moeder kende een hoop mannen in haar leven van wie haar nekhaar recht overeind ging staan. ‘Die man’, zei ze dan cursief, met een kunstmatige rilling om te illustreren hoe recht haar nekharen wel niet overeind stonden. Ik had haar niet graag aan Alexander willen voorstellen. Afgelopen week vertelde hij dat Italië voor hem niet meer hetzelfde is nu de stranden er de hele zomer ‘zwart zien’ van de bedelaars. Hij beantwoordde mijn vragende blik met een vies gezicht. ‘Nur Afrikaner,’ en een groot gebaar dat moest uitbeelden dat ze echt het hele strand in beslag namen. Hij droeg die dag een T-shirt met het portret van Che Guevara op zijn borst.
Alexander is het soort man dat het plot van Orwells 1984 uitlegt, nadat je hebt aangegeven het gelezen te hebben. In het Duits, nadat je hebt verteld dat niet goed te spreken.
***
Ik leerde dat een verrassend groot deel van de linkse rakkers in dit land pro-Israël is. Antideutsche worden ze genoemd, en zij kennen een vorm van antifascisme waarbij het geoorloofd is om een onderdrukt volk met geweld uit te roeien, zolang dat maar niet het volk is waarbij jouw voorouders dat probeerden. De Jodenvervolging van nazi-Duitsland: de donkerste bladzijde uit de Europese geschiedenis. Europa kent oneindig donkere bladzijdes, natuurlijk, maar tot dusver speelden die zich af op een veilige afstand van West-Europa. Het moet allemaal niet te dichtbij komen.
Ik snap het concept van schuldgevoel wel hoor, maar als je neus dezelfde kant op staat als die van de fascisten, moet je je op een gegeven moment toch echt achter je oren gaan krabben. De Duitse overheid heeft Joods trauma op schandalige wijze ingezet als pion in hun politieke spelletjes, en zelfs een deel van de antifa trapt daar blind in. Vaders, moeders, opa’s, oma’s, kinderen… Als ze Palestijns zijn, mogen ze allemaal dood. Niets belangrijker dan Israël; de heilige uitzondering op het kwaad van de staat.
***
De pers loopt naar buiten. De poort gaat dicht.
‘Amnesty, don’t leave us!’ roept iemand.
Onafhankelijke waarnemers zijn er om het demonstratierecht te waarborgen, maar wat gebeurt er op het moment dat er niemand meer is om te observeren?
Mijn lijf gloeit. Ik ben bang dat ze me dood slaan.
Het zou verdediging heten. Ze zouden ermee weg komen.
***
Ik rook weer. Ik ben er niet blij mee.
‘Tijdens een revolutie rookt iedereen,’ zei Jelko na de bezetting.
Op dat moment was een merel voorbij het raam gevlogen en op het puntdak van een huis aan het plein gaan zitten. Hij floot zijn tonen van rust en zomer de lucht in.
James Baldwin zei: ‘Precisely at the point when you begin to develop a conscience, you must find yourself at war with your society.’
‘Zou het niet beter met je gaan als je hier niet zo mee bezig was?’
Wat maakt het uit of het beter met mij gaat?
Ik denk aan dat filmpje van Kim Kardashian die haar oorbel van 20.000 dollar in het zwembad kwijtraakt en niet kan stoppen met huilen.
‘Kim… people are dying,’ reageert haar zus.
Niet zo miepen.
Sommige dagen kijk ik weg. Dat zijn de dagen waarop ik kan lachen, genieten, liefhebben.
Dan koop ik iets leuks op Vinted en voel ik me er lekker in.
I find myself at war with myself.
***
Zon is hier redelijk zeldzaam, maar vandaag brandt hij scherp op mijn huid. Dat is niet per se gunstig; ik heb de huid van mijn moeder. Ze noemt haar benen steevast melkflessen, zodat wij allemaal weten dat ze vrede heeft gesloten met het feit dat de zon niet voor haar is. Niet iedereen kan dat. Het strand van Scheveningen ligt vol met vrouwen met blond haar en een gezicht als karton, omdat ze iets willen hebben wat niet voor hen bedoeld is.
Mijn vader lacht om hen, wat makkelijk praten is. Iedere zomer vermenigvuldigen zijn Indische sproetjes zich in een rap tempo. Wanneer het kwik boven de zesentwintig graden stijgt, vraag ik hem standaard of hij zijn jas niet een keer uit moet doen.
‘Nee joh, kind,’ grijnst hij dan. ‘Ik heb tropisch bloed, toch.’
Ik herken de trots in zijn ogen als de trots die ik voel wanneer ik een lemper bestel bij de toko en dat uitspreek met een ‘u’ in plaats van een ‘e’.
Hij zegt al vijftien jaar dat hij het Indisch Familie Archief in wil duiken en ik zeg al vijftien jaar dat ik met hem mee ga.
Ik schaam me voor mijn huid. Het witte overheerst mijn kleur zoals mijn ene overgrootvader de ander overheerste.
Ik geef licht als de zon op me staat. In plaats van een mooi egaal kleurtje krijg ik pigmentvlekken.
***
‘Is everyone OK?’ roept een kameraad uit de tweede linie.
Mensen maken instemmende geluiden.
We staan al ruim drie uur in dezelfde houding, met dreigende wapens in onze gezichten.
‘Does anybody need water?’ roept iemand anders. ‘I have some!’
Mijn buurman geeft een kaartje door met de tekst ‘you inspire me’ erop.
Wanneer je glimlacht naar een vreemde stel je zowel jezelf als die ander gerust.
***
Ooit meldde je je met goede bedoelingen aan bij de politieacademie. Inmiddels ben je een slaaf van het systeem, met bijkomend agressieprobleem. Een oproep voor de ME brengt zo een unieke kans: je wordt betaald in lijven die jou vreemd zijn, waarop je mag inhakken hoe hard je wil, zonder je te hoeven verantwoorden.
***
‘Klootzak!’ schreeuwt iemand naast me. De agent briest en hoekt zijn elleboog recht in haar gezicht, net onder haar oog. Hij grijpt haar gezicht vast, knijpt zijn vingers in het vlees van haar wangen en trekt haar aan haar gezicht de groep uit. Ze zet haar tanden in het huidje tussen zijn duim en wijsvinger.
Als we iets hebben geleerd van wereldwijde onderdrukking is dat je nooit mag terugvechten. Hij heft zijn lange wapenstok hoog in de lucht en laat hem met kracht neerkomen op haar schedel.
***
Geen enkel blad uit de moestuin van de bovenbuurvrouw is aangevreten. Dat is knap, aangezien dit een extra nat jaar was. Veel regen betekent veel slakken. Elke dag verzamelt ze de slakken met haar werkhandschoenen. Ze stopt ze één voor één in een plastic zak, knoopt die dicht en gooit de zak in de prullenbak. Ik vraag me af of mijn buurvrouw ’s avonds weleens aan de slakken denkt, maar ik denk ook niet aan de mug die ik triomfantelijk aan de muur liet hangen, nadat mijn bloed op het witte behang spatte.
***
‘Hier, pak die kleine.’
Zijn collega draait zich naar me toe, zet een overdreven kinderstemmetje op en vraagt of ik wél netjes met hem mee ga lopen. Ik kijk hem recht in zijn ogen, met mijn onderkaak naar voren en een smerige blik op mijn gezicht. Stoere, grote mannen. Dit kleine lijf krijg je niet klein. Niet vandaag. Ze rukken me de groep uit, zetten mijn polsen klem achter mijn rug en sleuren me mee. Buiten de poort gooien ze me de straat op.
‘Je mag die kant oplopen en daar wachten.’
Ik blijf staan en wrijf over mijn beurse polsen. Ik mag die kant oplopen en daar wachten?
Ik loop een stille zijstraat in. Geen geschreeuw meer. Die kant op, langs de uniformen, langs de arrestantenbusjes. Ik loop de brug richting het Rokin op. Niemand houdt me tegen.
***
Andreas Malm schreef in How To Blow Up a Pipeline* over hoe groepen Zweedse klimaatactivisten de banden van SUV’s lieten leeglopen. Een onschuldige vorm van directe actie: sabotage zonder iets kapot te maken.
Je kunt die banden ook lek steken, natuurlijk. Dan heb je pas weer wat aan je arrestantenbusjes nadat je ze naar de garage hebt gebracht. Je kunt eindeloos discussiëren over of en hoe vernieling te verantwoorden is, maar dankzij onder anderen Andreas Malm is dat eigenlijk niet meer nodig. Not how but why to blow up a pipeline.
***
Het Rokin staat vol met mensen. Het zijn er wel duizenden. Tussen de menigte verschijnt het gezicht van mijn lieve vriendin Eslem.
‘Anne!’ roept ze. ‘Oh mijn god. Gaat het?’
Ze slaat haar armen om me heen. ‘Ben je alleen? Was je binnen?’
Ik zak weg in haar omhelzing, maar geef geen antwoord.
Als een ontregelde mierenkolonie loopt iedereen kriskras door elkaar.
‘Wat gebeurt er?’ vraag ik haar. Ze kijkt om zich heen en schudt haar hoofd. Ze is bang.
Iemand laat een potje vaseline rond gaan. ‘Helpt tegen traangas, smeer rond je ogen.’
***
Ik probeer een boodschappenlijstje te maken, maar ik weet vaak niet meer wat ik moet eten. Bij mijn ouders was het simpel. In tijden van crisis haalden we daar altijd Indisch. In tijden van feest ook, trouwens. Een bord Indisch eten is zowel een cadeau als troost.
Trots zijn op je afkomst. Wat betekent dat? Hoe verschilt het van zaken als nationalisme en imperialisme? En waar begint exotisme? De wajangpoppen van mijn overgrootmoeder staan trots op de kast te waken. Haar rood-witte batik hangt aan mijn muur.
Ik schrijf aubergine, knoflook, prei en pure chocolade op een stukje afgescheurd papier. Daar moet ik het maar mee doen.
***
Ze rennen achter ons aan en hakken in op iedereen die ze in handen krijgen. De menigte is groot en onvoorbereid. Een jongen naast me krijgt zo’n harde mep dat zijn schouder gebroken lijkt te zijn. Verderop heeft iemand een stromend bloedende hoofdwond. Als een kudde worden we door de straten van Amsterdam gejaagd.
***
Op de vierde dag van de demonstraties werd Mees in zijn gezicht en ribben geslagen. Hij was er net een half uur. Op zijn Instagramstory zie ik een foto van zijn helende blauwe oog, met het bijschrift: ziet er toch best hot uit, bedankt politie Amsterdam. Hij heeft ze getagd.
Mees organiseert shirtloze feestjes in een queertent in Amsterdam-West. Hij valt buiten zo’n beetje ieder hokje dat je kunt bedenken, en is daar trots op. Op het eerste feest dat hij organiseerde na de landelijke verkiezingen van 2023 sprak hij de menigte toe van achter de dj-booth. ‘Fuck de PVV, fuck de politie, fuck al die transfobe, racistische klootzakken! Laat niemand je uitwissen, dat is precies wat ze willen.’
Hoe naarder mensen doen, hoe harder Mees lacht. Zijn liefde zal winnen, daar is hij van overtuigd.
Op weg naar de supermarkt ligt er een gebraden worst in een servet op een prullenbak. Drie vrouwen in zomerjurken drinken hardop lachend rosé op het terras. Ik ben jaloers op hun domme plezier.
Dichter Benjamin Zephaniah zei het al.
‘I’d like to have a revolution, but everyone’s too busy shopping.’
*Malm, (2021), pagina 74.
Over de auteur
Mara Pestel (Voorburg, 1992) onderzoekt menselijke verbindingen, met de focus op balans tussen binnen- en buitenwereld. Een decennium bewogen (nacht)leven in en rondom de horecakeukens van Amsterdam bracht haar een hoop goede verhalen, maar ook een burn-out. In de lange wachtrij voor gezondheidszorg schreef ze haar eigen zelfhulpboek. In 2023 ging ze op Zomerkamp met uitgeverij Das Mag en publiceerde Absint haar werk in Het dagboeknummer (nr 53). Mara haalt haar inspiratie uit haar geliefden, bruine kroegen, nachtelijk avontuur, de bomen waarmee ze de grond deelt en de zoektocht naar een plek in het leven.
Over de illustrator
Vera Wolsink is een beeldmaker die het liefst haar werk het bestaan in puzzelt. Eigen beeld en tekst roepen nieuwe associaties op, reageren op elkaar en helpen een werk ontstaan door nieuwe dingen bij elkaar te leggen en ermee te schuiven totdat het past. Vera’s Instagram: @_veerakel
Lees meer uit de categorie kort verhaal
Gedeukte illusies – een pril huwelijk in delen #1
Door Lotte KrakersHanny Michaelis (1922-2007) was een Nederlands dichteres, redactrice en vertaalster. In 1949 debuteerde ze met de dichtbundel Klein voorspel, later volgden de bundels Tegen de wind in (1962) en De rots van Gibraltar (1969). In 1995 ontving Michaelis de Anna Bijns Prijs voor haar hele oeuvre, en in 2016-2017 zijn ook de oorlogsdagboeken die zij […]