Kort verhaal

De Duellist: Adem inhouden

Door Pieter Drift | beeld: Zena-Rae Borst
29 juni 2020

Voor onze themamaand De Duellist vroegen wij deelnemers het duel aan te gaan met zichzelf en hun tekst.

Vandaag zou Dannah jarig zijn geweest, mits ze niet twee weken geleden was doodgegaan. Mijn ouderlijk huis ademt nog steeds rouw en verwijt. Ik vlucht het huis uit en ga naar Joost. Zonder zijn moeder te groeten, lopen we door naar zijn kamer. We gaan op zijn bed zitten. Hier verzonnen we altijd denkbeeldige projecten, bespraken de meisjes op wie we verliefd waren, of luisterden we naar nieuwe muziek. Een week voor haar dood had Joost bekend dat hij Dannah wel zag zitten. Ik stak mijn vinger in mijn keel. Joost en ik waren broeders, dus het voelde als incest. Ik wilde niet dat Dannah tussen ons in kwam staan. Plots werd ze een storende factor.
     Terwijl we het hebben over De Sade, blader ik door zijn elpees en zet een plaat op die we alle twee goed kennen. Joost is wel een paar keer bij mij thuis geweest, maar meestal zitten we bij hem. Hij weet niet veel van mijn ouders. Alleen Dannah kende hij. Ik zit in kleermakerszit op het bed, hij bevindt zich aan het voeteneinde. Ik schrik als hij over haar begint. Ik kijk Joost aan, wrijf met mijn tong een paar keer over mijn verhemelte en fluister woorden die er niet uitkomen. Ik wend mijn gezicht af en kijk naar de hoes van Thirst. Kant twee staat op, het een-na-laatste nummer.
 
          You are alone in this desolate dream
          I see no reason to delude time
          For this is your end
          Caught in one moment

     ‘Vind je het vervelend dat ik…’
     Ik schud mijn hoofd en stap van het bed af om de platenhoes te pakken.
     Ik draai me om en zeg dat vrienden geen geheimen hebben voor elkaar.
     ‘Wat is er precies gebeurd?’
     ‘Mijn moeder vond haar met een plastic zak over haar hoofd.’
     Ik hoor hem letterlijk happen naar adem.
     ‘Wist je dat niet?’ vraag ik.

Zonder de ander aan te kijken lopen we naast elkaar. In het begin heeft Joost zijn hand op mijn schouder gelegd, maar al snel haalt hij zijn pakje shag tevoorschijn en begint een sjekkie te draaien. Als hij hem wil opsteken vraag ik of ik hem mag hebben. Joost kijkt me bevreemd aan. Hij geeft hem brandend aan mij zonder iets te zeggen. Inhaleren kan ik niet. De rook zuig ik in mijn mond. Hete lucht die alle smaak verandert. Voor ons zien we een speelplek waarop een huisje staat. We klimmen erin en gaan tegenover elkaar zitten. Zwijgend roken we onze sigaretten op.
     Voordat wij elkaar leerden kennen, wist Joost niets van mij. Ik had hem wel opgemerkt. Hij zat een klas hoger en was een van de weinige punkers. Na zijn examen was hij naar de havo in een dorp verderop gegaan. Dannah had op geen van beide scholen gezeten. Geen idee of hij voor onze ontmoeting van haar had gehoord.
     Na de sigaret draait Joost er nog eentje en geeft hem aan mij. Samen roken we de woorden uit onze mond. In mijn hoofd is het volle maan.



Mijn moeder rende als een kip zonder kop door het huis nadat ze Dannah ontdekt had. Ik zat in de tuin en hoorde haar gillen. Zoveel angst in één kreet had ik nog nooit gehoord. Toen ze maar bleef schreeuwen, liep ik naar binnen en zag haar met de telefoonhoorn in de hand staan. Ik nam hem over, hoorde alleen de kiestoon. Ik vroeg wie ze wilde bellen. Met grote ogen keek ze me aan. Met twee handen pakte ze mijn hoofd en vroeg wat ze moest doen.
     ‘Wie wilde je bellen?’ vroeg ik nogmaals.
     Ze huilde tegen me aan. ‘Dannah is dood.’
     Ik belde onze huisarts en vroeg aan de assistente of de dokter met spoed wilde komen. Zonder antwoord te geven op de vraag wat er gebeurd was, gaf ik ons adres door en verbrak de verbinding. Daarna trok mijn moeder me naar de slaapkamer van Dannah, en wees naar het bed. Daar zat mijn zus, als een lappenpop tegen de muur. Op haar schoot een plastic zak van Albert Heijn.

Naast me hoor ik Joost rechterop gaan zitten. De punt van zijn sjekkie gloeit. Ik kijk weer naar het plafond van het huisje. In het hout staan twee letters gekrast met een hartje eromheen. Daaronder een datum van meer dan twee jaar geleden. Zouden ze nog bij elkaar zijn? Mensen willen zichzelf zo graag vastleggen. Ze hopen dat een ander nog aan ze denkt als ze weg zijn. Ook op een begraafplaats zijn data van belang. Verse graven komen harder binnen dan mensen die al vijftig jaar onder de grond liggen. Mensen van je eigen leeftijd of jongeren raken je meer. Straks zal het graf van Dannah veel kwetsbaarheid oproepen.
     Ik schiet mijn sigaret weg. Het lukt zowaar. Ik schuif mijn lijf omhoog en ga ook rechtop zitten. De ogen van Joost kijken me aan. ‘Wij zijn vrienden toch?’ Joost knikt langzaam. Opnieuw draait hij een sigaret. Dit keer krijg ik er geen. Hij steekt hem op en inhaleert diep.
     ‘Het gebeurde gewoon,’ zeg ik. Ik ga weer liggen en kijk omhoog. Joost zegt niets, gaat naast me liggen en geeft me zijn sigaret. Ik probeer te inhaleren maar begin direct te hoesten. Hij haalt het sjekkie weer tussen mijn vingers vandaan. Even hoor ik alleen maar de wind door de bomen waaien.
 
Dannah en ik zaten tegenover elkaar. Ze begon me uit te lachen toen ik zei dat ik langer mijn adem in kon houden dan zij. Ze gooide een briefje van vijftig op bed. Ik pakte mijn portemonnee en legde er ook eentje naast. Om vals spel te voorkomen, wilde ik een plastic zak over haar hoofd mogen houden. Dat mocht als zij dat ook bij mij mocht doen.

Over de auteur

Pieter Drift (1967) studeerde in 1991 af aan de kunstacademie te Rotterdam. Hij etst, tekent en schrijft. Zie pieterdrift.nl. Samen met Willem Jakobs vormt hij sinds 2012 een kunstenaarsduo. Werk te vinden op jakobsdrift.nl. Publicaties in o.a. Extaze, Ballustrada, Tijdschrift Ei, De Optimist en Ambrozijn.

Over de illustrator

Zena-Rae Borst (2001) is een jonge beeldmaker uit Alkmaar die veel experimenteert met stijl en materiaal. Komend schooljaar begint ze met Illustratie aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Ze deelt haar werk op instagram onder de naam Zena-Rae Art.

Lees meer van

Tiewrap

Door Pieter Drift

Die ene keer dat Simon zijn hand op mijn billen legde, hoopte ik nog dat het per ongeluk was. Sommige dingen wil je gewoon niet, ze mogen niet gebeuren. Simon was veertien jaar en ik tweeëndertig. Door een enorme groeispurt waren zijn kleren allemaal net iets te klein. Versleten knieplekken zaten bij al zijn broeken […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Roes

Door David Jacobowicz

We mogen geen vreemden voor elkaar blijven. Ik weet niet waar dat gevoel vandaan komt, maar ik herken deze momenten inmiddels en het is volkomen vergeefse moeite me er tegen te verzetten. Door mijn natte, hangende haren heen is ze opeens in mijn gezichtsveld verschenen. Mooi is ze zeker niet, maar ik minder onmiddellijk mijn […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper