Interview

Abdul Broekema over apocalyptische battles, ruimtekolonisatie en de oppergod van de poëzie

Door Sophie Kok | beeld: Martien Bos
22 januari 2019

Abdul Broekema leest alles wat los en vast zit, van Griekse tragedies tot Van Dale-woordenboeken en van boeken over ruimtevaart tot de gedichten van zijn grote voorbeeld Tracy K. Smith. Hij studeert literatuurwetenschappen, doet sinds 2015 mee aan poetry slams en hoopt ooit een bundel te publiceren (en op een andere planeet te gaan wonen). Ook Abdul staat op zaterdag 2 februari in de finale van het NK Poetry Slam

Hoe/ waar ben je in aanraking gekomen met poetry slam en hoe kwam je erbij hier zelf aan mee te gaan doen?
Ik heb lange tijd in Engeland gewoond, vanaf mijn 15e tot mijn 20e. Toen ik terug in Nederland kwam, was mijn Nederlands hierdoor wat minder goed geworden. Wel vond ik het leuk om met poëzie bezig te zijn en toen ik weer in Nederland kwam wonen heb ik de keuze gemaakt om weer in het Nederlands te gaan schrijven in plaats van enkel in het Engels. Destijds woonde ik in Groningen en daar organiseerde het Urban House spoken word-sessies. Daar heb ik Renée Luth ontmoet. Zij heeft me heel erg ondersteund met de ontwikkeling van mijn schrijven en bij het Urban House deed ik ook mijn eerste optredens. Dit was super gaaf. Mensen vonden mijn teksten leuk vanwege de metaforen die ik zo consequent gebruikte. Vervolgens leek het me interessant mee te doen aan een poëziewedstrijd en toen ik daarop googelde kwam ik al snel uit bij poetry slams. In 2015 deed ik in Utrecht voor het eerst mee aan de U-slam en sindsdien ben ik dat regelmatig blijven doen.

Hoe zou je je werk/stijl typeren? Wat zijn terugkerende thema’s bijvoorbeeld?
Ik denk dat mijn werk zeer idealistisch is. En ik schrijf graag over metafysica, meta-poëtisch. En de taal zelf is voor mij ook een belangrijk onderwerp. Niet alleen de taal op zichzelf is voor mij belangrijk maar ook de manier waarop wij de werkelijkheid verbinden aan taal, ons zelf en tot hoeverre de structuren van onze samenleving consequenties zijn van onze taal. Daarnaast schrijf ik ook graag over sociale vraagstukken. De ongelijkheid tussen de mensen. Ik heb best wel een primitivistische ideologie. Ik geloof dat de mensheid het gelukkigste was toen hij het dichtst bij zijn natuurlijke leefomgeving stond. Het is natuurlijk wel altijd zoeken naar een balans tussen levens verbeterende innovaties – en het nostalgische en wellicht naïeve ideaal dat de oertijd een utopische levensstaat was.

Schrijf je je teksten met het podium in gedachten? (Schrijf je aparte teksten voor op papier en voor op het podium? En zo ja, wat is het verschil?)
Voor mij is vooral de op zichzelf staande tekst belangrijk. Ik schrijf met de ambitie om een betekenisvolle bundel te creëren. Als je een sterke tekst op papier hebt, werkt dat ook op het podium. Als ik schrijf, houd ik al wel rekening met metrum, cadans, rijm, spanningsbogen en in hoeverre mijn boodschap overkomt. Originaliteit en vermakelijkheid spelen ook een grote rol. Al deze elementen hebben ook voordelen op het podium. Ik ben zelf niet echt van spoken word. Ik vond bijvoorbeeld de voordracht van Simone Atangana Bekono tijdens de Nacht van de Poëzie zeer indrukwekkend. Ze las voor uit haar schrift, maakte weinig oogcontact, maar ze zette haar stem wel erg goed in. Ze deed weinig extra’s en dat was ook niet nodig. Haar tekst was zo sterk en de boodschap zo goed uitgewerkt en vol mooie beelden. Dat is voor mij dan het perfecte optreden.

Waar haal je inspiratie vandaan? 
Ik lees zoveel mogelijk. Zowel buitenlandse poëzie als Nederlandse poëzie en zowel oude gedichten als meer hedendaagse. Ik heb nu bundels klaarliggen van: Constantine Peter Cavafy, Gerrit Kouwenaar, Ester Naomi Perquin. Derek Wallcot, William Wordsworth, Tonnus Oosterhoff, Anna Akhmatova en Elizabeth Bishop. Ik kijk daarnaast ook regelmatig online naar voordrachten. En naast poëzie lees ik ook graag proza en theater en bijvoorbeeld teksten uit de (Griekse) oudheid: Sofokles, Homerus, Gilgamesh. Wat ook helpt is om veel literatuurwetenschappelijke teksten en kritieken te lezen. Ik vind het vormgeven van een tekst erg leuk en ik probeer dan ook zoveel mogelijk verschillende mechanieken en stijlen te hanteren. Ik ben altijd heel erg geïnteresseerd in betekenislagen maar ik probeer ook te doorzien wat een tekst nu tot een geslaagde tekst maakt. Dit valt niet altijd mee. Sommige teksten ogen simpel, maar zijn heel emotioneel en spreken veel mensen aan. Andere teksten zijn zeer complex, maar trekken vanwege deze complexiteit juist weinig lezers aan. Zo is het altijd kijken naar wat je schrijft en waarom. Maar ik haal dus inspiratie uit het lezen van heel veel heel verschillende teksten.

Hoe ga je om met plankenkoorts? Of ben je een podiumbeest in hart en nieren?
Ik moet zeggen dat ik behoorlijk nerveus ben voor optredens. Dat ben ik sowieso altijd wel snel. Maar ik weet ook dat het heel erg leuk is om een tekst voor te dragen. Ik ben geen podiumbeest, maar ik heb vroeger ook weleens gerapt, dus ik ben wel gewend om voor een publiek te staan. Dat help denkt ik: podiumervaring.

Wanneer noem je je eigen optreden geslaagd?
Als ik geen black-out krijg, niet flauw val en niet wordt weggejoeld. 

Hoe ga je je voorbereiden op de finale van 2 februari? (Zit er een bepaalde opbouw in je set? En hoe bereid je een finalebattle voor?)
Ik blijf gewoon doorgaan met schrijven en lezen. Wat ik nu wel veel meer doe dan gewoonlijk, is mijn voordracht oefenen. Mijn teksten uit het hoofd leren. Ik probeer mijn stage presence nog wat verder te ontwikkelen. Als je je daar echt op toelegt, kan er best wel veel gedaan worden binnen twee weken. Daarnaast bekijk ik nu ook heel veel poëzie-optredens van bijvoorbeeld eerdere edities van het NK Poetry Slam.

Tegen/ met wie zou je het liefst in de finalebattle van het NK Poetry Slam terechtkomen? 
Het liefste zou ik een mega-finale-super-battle willen hebben met alle finalisten tegelijk. Een soort van apocalyptische battle net als toen de Titanen tegen de Olympianen vochten. Dat de finalisten dan hun favoriete dode poëten kunnen oproepen en dat we dan een paranormale battle hebben. Dat zou wel tof zijn. Weinig kans dat het gaat gebeuren maar je moet wel hoopvol blijven. 

Wat zijn je ambities op schrijf- en optreedgebied?
Alle prijzen winnen natuurlijk. En de oppergod worden van poëzie!!!

Als je een (literair) voorbeeld zou mogen uitkiezen dat jou een jaar zou coachen, wie zou je dan kiezen?
Levend internationaal: Tracy K. Smith
Levend Nederland: Ester Naomi Perquin
Dood internationaal: Gwendolyn Brooks
Dood Nederland: Gerrit Kouwenaar

Mocht er nog eens een Nobelprijs voor de literatuur uitgereikt worden, wie zou hem dan moeten winnen?
Tracy K. Smith.

Hoe ziet je dagelijkse leven eruit, waar hou je je (verder) allemaal mee bezig?
Echt supersaai helaas: ik studeer literatuurwetenschap en zit het grootste gedeelte van de tijd achter mijn bureau in een klein kamertje. Ik heb ook interesse in filosofie, politiek, sociologie en wetenschap. Vooral ruimtevaart vind ik gaaf. Ik ben altijd aan het kijken hoe ver we zijn met ruimtekolonisatie want ik zou echt super graag op een andere planeet wonen. Ik hou van schaken en soms blader ik door een Van Dale-woordenboek. Dat werkt zeer kalmerend. 

Wat is de leukste reactie die je naar aanleiding van een optreden hebt gekregen van een jurylid of iemand uit het publiek? 
Ik heb een keer mijn gedicht ‘Villanelle’ opgestuurd naar Dichters in de Prinsentuin. Van hun redactiecommissie ontving ik toen het volgende antwoord:

Meteen is de eerste zin al goed, en de herhaling ervan werkt heel sterk. Alles in dat huis gaat met horten en stoten, komt steeds tot stilstand omdat er te veel geschiedenis is, te veel littekens en herinneringen. Die herinneringen zitten zo diep dat ze opgenomen zijn in de botten en gewrichten van de bewoners van het huis: een heel sterk beeld. En over welke stad gaat het? Welke burgemeesters? Of duidt het beeld van de prullenmand op de zinloosheid van die persberichten? Je kunt ze sturen maar iedereen maakt ze meteen tot een prop en gooit ze weg? 

De vorm en het ritme zijn bezwerend, simpelweg de kracht van herhaling, maar wat me ook bevalt is de volkomen helderheid van de zinnen, het zijn meer mededelingen die door het simpele volrijm van haren/waren/jaren/varen en stoplichten/gewrichten/plichten etc. de lezer bijna betoveren in een wiegende cadans.?

Dat was echt super tof omdat ik het doeltreffend commentaar vond en was blij dat ik met de vorm van een gedicht dat heb kunnen bereiken. In veel gevallen is het commentaar bij een gedicht oppervlakkig.  Het is ook moeilijk om een gedicht te analyseren. Het kan veel tijd, moeite en energie vergen. De opzet van een poetry slam leent zich daar misschien ook niet goed voor. Maar ik vond deze analyse dus wel heel interessant en je kan duidelijk merken dat de redacteur een goede lezer is.

Als je jezelf als slammer in één van je eigen dichtregels zou moeten samenvatten, welke zou dat dan zijn?

Zal ik wedergeboren als jou goudvinkje,
vogeltje met vrede op zijn vleugeltje.

Meer informatie over de Finale van het NK Poetry Slam vind je hier!

 

 

 

Over de auteur

Sophie Kok is redacteur bij De Optimist.

Over de illustrator

Martien Bos is naast freelance tekstschrijver ook illustrator voor diverse tijdschriften, kranten en uitgeverijen in binnen- en buitenland. Hij tekende onder andere voor De Optimist, NRC Handelsblad, VPRO, De Standaard, uitgeverij Boom en Athenaeum–Polak & Van Gennep. Zie martienbos.com.

Lees meer van

Ozan Aydogan: ‘Ik wil dat het hoopvol is’

Door Sophie Kok

Ozan Aydogan verloor zijn hart vele malen. Eerst aan de rapmuziek, vervolgens aan de klassieke poëzie en later aan het theater. In de finale van het NK Poetry Slam op vrijdag 26 januari brengt hij al zijn grote liefdes samen tijdens een optreden dat voorlopig zijn laatste poëzie-optreden zal zijn!  Hoe ben je in aanraking […]

Lees meer uit de categorie Interview

Lumineus – Ad Nuis

Door Quirinus Martijn

‘In Azerbeidzjan snappen ze niks van een lone wolf zoals ik.’ Fotograaf Ad Nuis reisde voor zijn multimedia project ‘Oil & Paradise’ tien keer naar Azerbeidzjan. Het resulteerde in een tentoonstelling waarin hij met beeld, tekst, video en geluid een beeld schetst van een land waar tegenspraak niet geduld wordt. ‘Het is de perfecte maffiastaat.’ […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper